Singel
Drakenbrug
De historische Drakenbrug in het Deventer Rijsterborgherpark werd in 1887 gebouwd. De brug is ontworpen en gebouwd door de bouwkundige en aannemer E. van der Woerd.De Drakenbrug dankt haar iconische naam aan de vier gietijzeren draken die de brug sieren.

Drakenbrug 1921
Sint Geertruidengasthuis
Vanuit het Sint Geertruidengasthuis in het Noordenbergkwartier ontstond in 1883/1884 aan de Singel een echt ziekenhuis en heeft daar tot 1940 dienst gedaan.
De instelling verhuisde destijds vanuit de krappe binnenstad (Molenstraat/Noordenbergkwartier) naar de Singel. Dit was hard nodig na een enorme groei door de opvang van patiënten tijdens epidemieën van tyfus, cholera en roodvonk.
Het markante gebouw stond op de hoek van de Singel en de Binnensingel (officieel genummerd aan Singel 5-8) en heeft een rijke geschiedenis binnen de Deventer gezondheidszorg.
Het werd ontworpen door architect W.C. Metzelaar en voltooid onder leiding van J.A. Mulock Houwer.Het ziekenhuis werd genoemd naar Sint Geertruid, die leefde van 626 tot 659. Ze werd na haar dood aangeroepen als beschermheilige tegen ratten- en muizenplagen. Ratten en muizen waren de overbrengers van de pest, een zeer gevreesde besmettelijke ziekte in de Middeleeuwen, maar ook nog daarna.In 1940 werd een nieuw Geertruidenziekenhuis gebouwd aan de Fesevurstraat. Die straat was trouwens genoemd naar de eerste geneesheer-directeur van het ziekenhuis: Dr. H.J.P. Fesevur.Vanaf 1976 ging het Geertruidenziekenhuis steeds meer samenwerken met het nabij gelegen katholieke Sint Jozefziekenhuis aan de van Oldenielstraat. In 1980 werd besloten tot een fusie. Vanaf 1985 werden beide ziekenhuizen ondergebracht in de Stichting Deventer Ziekenhuizen. Een nieuw ziekenhuis werd in 2008 geopend aan de N. Bolkesteinlaan.

Kweekschool Deventer
De school was oorspronkelijk opgericht in 1877 en verhuisde in 1882 naar het markante gebouw aan de Singel. Dit monumentale pand, gebouwd tussen 1881 en 1882 naar een ontwerp van rijksbouwmeester J. van Lokhorst, was destijds een van de weinige plekken in Nederland waar leraren werden opgeleid.
In 1921 was de kweekschool een rijksopleiding voor mannelijke onderwijzers; vrouwelijke studenten werden pas vanaf 1923 toegelaten. Aan de school waren ook een “Rijksleerschool” en oefenschool verbonden, waar kwekelingen praktijkervaring opdeden met lesgeven. Ook volgden in deze periode de eerste studenten uit Nederlands-Indië hier hun opleiding.
Het pand aan de Singel is opgetrokken in rode baksteen met gele banden en bestaat uit drie verspringende vleugels. Direct achter de kweekschool, aan de Brinkpoortstraat, bevond zich de Rijksleerschool waar studenten praktijkervaring opdeden. Historische archieven bevatten uit dit specifieke jaar foto’s en documenten van de school, waaronder afbeeldingen in de collectie van Van der Meulen’s Boekhandel. De kweekschool werd later de Rijks Pedagogische Academie (RPA) en is tegenwoordig opgegaan in de PABO van Hogeschool Saxion.
Tegenwoordig maakt het monumentale pand deel uit van de campus van Topicus, waarbij het historische gebouw behouden is gebleven.

1900

1921

1932
Kluwer (uitgeverij, drukkerij)
Æbele Kluwer werd op 22 november 1861 geboren in Echten (Friesland) als zoon van een rentmeester en belastingontvanger. Dankzij financiële steun van de familie De Kempenaer kon hij na de dood van zijn vader een opleiding tot hulponderwijzer volgen. Na enkele jaren in het onderwijs koos hij in 1882 voor het boekenvak en deed ervaring op bij boekhandels in Harlingen en Sneek. In 1885 begon hij met een compagnon een boekhandel in Veendam.
Zijn eerste stappen als uitgever zette Kluwer in 1889 met een rekenboek van Berend Veenstra. Via diens zoon Nanne Veenstra ontstond een samenwerking die van grote betekenis werd voor zijn loopbaan. In 1891 vestigde Kluwer zich in Deventer, waar hij een eigen uitgeverij begon. Aanvankelijk richtte deze zich op onderwijsboeken, kinderliteratuur en onderwijstijdschriften. Een van de eerste successen was Mijn Vertelselboek (1892), waarvoor hij bekende Nederlandse auteurs wist te interesseren.
Naast onderwijsuitgaven ontwikkelde Kluwer nieuwe publicatievormen, zoals boeken met uitklapbare kleurenplaten. Ook gaf hij vanaf 1895 het tijdschrift De Nederlandsche Jager uit en verwierf hij bekendheid met publicaties over hondenrassen en jacht.
Een keerpunt vormde de oprichting van Vraag en Aanbod in 1898. Dit gratis advertentieblad voor de industrie groeide uit tot de financiële basis van zijn uitgeverij. Vanuit dit succes bouwde Kluwer een fonds op van technische, wetenschappelijke en later ook fiscale vakliteratuur. Innovatieve uitgaven zoals Vakstudie en de latere losbladige systemen maakten zijn uitgeverij toonaangevend in professionele informatievoorziening.
Vanaf 1909 trok Kluwer zich vanwege gezondheidsproblemen geleidelijk terug uit de dagelijkse leiding. Zijn kinderen namen steeds meer taken over binnen het bedrijf. Intussen breidde het fonds zich verder uit met technische, fiscale en sociaalrechtelijke uitgaven, waaronder De Sociale Verzekeringsgids uit 1920.
In 1929 werd het bedrijf gesplitst in een uitgeverij en een drukkerij. De onderneming was inmiddels uitgegroeid tot een solide uitgeefconcern met een sterke positie op het gebied van vakinformatie. Kluwer stond bekend om zijn ondernemingszin, zijn oog voor nieuwe markten en zijn streven uitsluitend kwalitatief hoogwaardige uitgaven te publiceren.
Æbele Kluwer overleed op 16 mei 1933 op zijn buitenhuis Octavo in Epse. Onder zijn leiding was de Deventer uitgeverij uitgegroeid van een kleine onderneming tot een van de belangrijkste vakuitgevers van Nederland.

