Houtmarkt
De Boreelkazerne: van cavaleriebolwerk tot stadsicoon
Deventer is al sinds de zestiende eeuw een garnizoensstad. Een garnizoen is een militaire eenheid die permanent in een stad is gelegerd. Tijdens de Franse Tijd, aan het begin van de negentiende eeuw, telde Deventer ongeveer 9.000 inwoners, maar moest de stad onderdak bieden aan maar liefst 1.600 soldaten. Een groot deel van hen werd ingekwartierd bij de bevolking. De Oude Mariakerk deed in die periode dienst als arsenaal voor de opslag van wapens.
Om een einde te maken aan deze verspreide legering werd in 1847 gestart met de bouw van een grote militaire kazerne aan de Houtmarkt. Het complex werd tussen 1847 en 1849 gerealiseerd op een terrein dat voorheen deel uitmaakte van de Deventer vestingwerken. De kazerne was bedoeld om het grootste deel van het garnizoen op één locatie onder te brengen. Het hoofdgebouw beschikte over slaapzalen voor manschappen, woningen voor gehuwde militairen, een keuken, leslokalen, een bibliotheek, werkplaatsen, magazijnen en zelfs een scherm- en danszaal. Op het terrein bevonden zich daarnaast stallen en een rijloods.
De cavalerie in Deventer

De eerste bewoners waren vanaf 1849 het 4e Regiment Dragonders, dat tot 1855 in de kazerne verbleef. Daarna nam het 5e Regiment Dragonders zijn plaats in. Gedurende vele decennia vormde de kazerne het centrum van de Nederlandse cavalerie in Deventer. Destijds stond het complex bekend als de Cavaleriekazerne, maar ook als de Houtwalkazerne of Bergpoortkazerne. Pas in 1934 kreeg het officieel de naam Boreelkazerne.
De naam verwijst naar jonkheer Willem François Boreel, de grondlegger van de Nederlandse huzaren. Huzaren waren soldaten te paard die met hun paarden, indrukwekkende uniformen en openbare parades veel bekijks trokken. Achter de kazerne en de Pikeursbaan lag een uitgebreid militair terrein met stallen, werkplaatsen en een eigen smederij.
De verzorging van de paarden was een dagelijkse militaire taak. Tot ver in de jaren dertig vormden hoefsmeden een onmisbaar onderdeel van het leven op de kazerne. Na de ochtendreveille om zes uur moesten militairen direct in stalkleding naar de stallen om de paarden te verzorgen. In de eigen smederij vervaardigden en repareerden gespecialiseerde korporaals en wachtmeesters-hoefsmeden voortdurend hoefijzers. De functie van legerhoefsmid was bijzonder gewild onder dienstplichtigen die in het burgerleven al ervaring hadden opgedaan in een dorps- of grofsmederij.
Van paard naar motor

In de loop van de jaren dertig veranderde het karakter van de kazerne ingrijpend. De traditionele cavalerie maakte geleidelijk plaats voor pantserwagens, motorrijders en andere gemotoriseerde eenheden. Toch bleef de Boreelkazerne tot aan de Tweede Wereldoorlog het belangrijkste onderkomen van de cavalerie. Het laatste cavalerieregiment dat hier was gelegerd, vervulde tijdens de Duitse inval van mei 1940 zijn oorlogstaak in de Gelderse Vallei. Na de Nederlandse capitulatie werd het regiment gedemobiliseerd en namen Duitse troepen de kazerne in gebruik.
Oorlog en wederopbouw
Na de bevrijding van Deventer op 12 april 1945 kreeg de Boreelkazerne opnieuw een andere functie. Nederlanders die werden verdacht van collaboratie werden er geïnterneerd. Daarnaast verbleven er tijdelijk Canadese militairen in afwachting van hun terugkeer naar huis. De cavalerie keerde echter niet meer terug naar Deventer.
In de eerste naoorlogse jaren werden op de kazerne militairen opgeleid voor uitzending naar Nederlands-Indië. Vervolgens waren er achtereenvolgens een regiment infanterie, een luchtdoelregiment, het Regiment Oranje Gelderland en een compagnie Van Heutsz gelegerd.
Knooppunt van militaire verbindingen
Vanaf 1945 kreeg de Boreelkazerne ook een belangrijke rol binnen het Nederlandse militaire communicatienetwerk. Voor militaire telefonie werd de kazerne één van de zes Militaire Knooppunt Centrales van Nederland. Eind jaren vijftig werd bovendien een radiopost ingericht, die in de daaropvolgende decennia steeds verder werd uitgebreid.
Vanaf 1979 verliepen verbindingen via straalzenders. Omdat hiervoor geen antennes op de Boreelkazerne konden worden geplaatst, werden deze ondergebracht op de Westenbergkazerne in Schalkhaar. Hierdoor groeide de Boreel uit tot een cruciale schakel tussen Den Haag en het operatiegebied van het 1e Legerkorps in Duitsland. De verbindingsdienst breidde sterk uit, waardoor nieuwbouw op het terrein noodzakelijk werd. Deze gebouwen werden zelfs beschermd tegen elektromagnetische pulsen die konden ontstaan na een kernexplosie en die communicatieapparatuur zouden kunnen uitschakelen.
Dienstplicht en afscheid
Naast haar militaire functie was de Boreelkazerne voor veel Nederlandse jongeren de plek waar hun dienstplichtkeuring plaatsvond. De keuringsgebouwen bevonden zich aan de noordzijde van het terrein en waren voor velen het eerste kennismakingspunt met de krijgsmacht.
Met het einde van de Koude Oorlog en de daaropvolgende inkrimping van de Nederlandse landmacht verloor de kazerne geleidelijk haar betekenis. In 1995 vertrok de laatste militair uit de Boreelkazerne. Daarmee kwam een einde aan bijna anderhalve eeuw militaire aanwezigheid op deze plek. Twee jaar later, in 1997, verloor het complex definitief zijn militaire functie.
Herbestemming van een monument
Na het vertrek van Defensie stond de kazerne geruime tijd leeg. Het complex werd tweemaal gekraakt. De eerste groep krakers wilde de verloedering tegengaan en stelde voor om er een multicultureel en crosscultureel centrum te realiseren met ateliers, een sleep-in, een jongerencentrum, een kringloopwinkel en oefenruimtes voor muzikanten. Deze plannen werden uiteindelijk niet uitgevoerd. Nadat ook een tweede kraakactie had plaatsgevonden, werd het terrein beveiligd met anti-kraakbewoning en dichtgetimmerde ramen.
Uiteindelijk kwam een projectontwikkelaar met een nieuw plan voor herontwikkeling van het gebied. Dat leidde tot de transformatie van de voormalige kazerne tot het multifunctionele gebied De Boreel, een centrum voor wonen, werken, winkelen en ontspanning. De gerestaureerde gebouwen hebben tegenwoordig de status van rijksmonument en herinneren nog altijd aan het rijke militaire verleden van de locatie.
De naamgever: Willem François Boreel
Willem François Boreel werd geboren op 3 september 1774. Al op twaalfjarige leeftijd trad hij toe tot het Staatse Leger. Hij klom op tot luitenant, maar verliet het leger na de Franse bezetting van Nederland in 1795.

Na het vertrek van de Fransen in 1813 trad Boreel opnieuw in dienst. Als luitenant-kolonel kreeg hij het bevel over een regiment huzaren. Met dit regiment nam hij deel aan de Slag bij Quatre Bras en de Slag bij Waterloo, waarvoor hij werd onderscheiden. Daarna volgden verdere promoties. Hij vocht mee tijdens de Tiendaagse Veldtocht en werd in 1835 benoemd tot opperbevelhebber van de Nederlandse cavalerie.
Na zijn pensionering in 1840 vervulde Boreel verschillende functies aan het hof van koning Willem II. Hij overleed in 1851 in Friedrichshafen, Duitsland. Zijn naam leeft voort in de Huzaren van Boreel, een regiment dat nog altijd deel uitmaakt van de Koninklijke Landmacht, en in de Boreelkazerne die ruim anderhalve eeuw een belangrijk onderdeel vormde van de militaire geschiedenis van Deventer.
Bouwjaar: Het complex werd gebouwd tussen 1847 en 1849 aan de Houtmarkt in Deventer.
Functie: Het diende ruim 140 jaar als militair bolwerk voor de cavalerie (soldaten te paard) en later voor gemotoriseerde eenheden.
Vertrek: In 1995 verliet de laatste militair de kazerne.
Heden: Het Rijksmonument is prachtig gerestaureerd en het omliggende terrein is getransformeerd tot een bekend winkel- en uitgaansgebied genaamd ‘De Boreel’. Het regiment zelf bestaat nog steeds binnen de Koninklijke Landmacht
