Kapjeswelle

 

De oorsprong van de naam Kapjeswelle is onbekend. Oorspronkelijk vormde deze weg, samen met de huidige straten Onder de Linden en de Welle, één geheel dat eenvoudigweg als de Welle bekendstond. Op de plaats waar tegenwoordig de kaaimuur eindigt en het IJsselplantsoen begint, bevond zich vroeger een verdedigingswerk dat bekend stond als de Bakoven. Volgens Moonen was dit een uit steen opgetrokken versterking in de IJssel, bedoeld om de sluizen te beschermen waardoor het grachtwater in de rivier werd geloosd.

Nog eerder, in 1578, stond hier het Tolhuis, dat tijdens het beleg van Deventer door graaf Rennenberg werd verwoest. Op deze locatie bevond zich tevens de paalbrug over de IJssel, die in 1482 met toestemming van de bisschop was aangelegd. Deze brug werd meerdere malen vernield. In 1599 werden plannen gemaakt om haar te verplaatsen en vanaf 1605 lag zij op de plaats waar later ook de vaste IJsselovergang zou komen.

In de negentiende eeuw onderging het gebied ingrijpende veranderingen. In 1884 werd de straat Onder de Linden verlegd naar de Kapjeswelle. Voorheen liep deze weg dicht langs de IJssel, over de voormalige stenen boog tussen de inmiddels gedempte hoofdgracht en de rivier. Langs de vernieuwde straat werden aan weerszijden rijen lindebomen geplant. Bij raadsbesluit van 27 juli 1891 werd de hoge muur bij de Bakoven verlaagd en langs de rivieroever een plantsoen aangelegd, waardoor het gebied een meer open karakter kreeg.

Aan het einde van de Kapjeswelle, nabij de spoorbrug, lag de Houtwal. Op 25 maart 1895 besloot de gemeenteraad hier voorlopig een opslagplaats voor akkermaalshout en houtwol in te richten.

Een foto van 12 maart 1886 toont de Bakoven met het huisje van de visser Hendrik (“Hennesken”) Pereboom, bij wie ook de dreg hing. Het rechter gebouw op de afbeelding had eerder dienstgedaan als accijnshuis en werd later gebruikt als archiefdepot van de genie. Links op de achtergrond zijn waarschijnlijk de stellages zichtbaar van de toen in aanbouw zijnde spoorbrug over de IJssel.

Liep men destijds over de Kapjeswelle, dan bereikte men ter hoogte van de huidige Graaf van Burenstraat het punt waar de muur langs het water overging in een helling met plantsoen. Vanaf deze plek, die nog altijd bekendstaat als de Bakoven, had men een prachtig uitzicht over de rivier. Hier stond vroeger een oud wit huisje met een wijnrank tegen de gevel, een plant die vermoedelijk nooit rijpe druiven heeft voortgebracht. De Deventenaren kenden het eenvoudig als ’t huusken van Pereboom.

Pereboom was van beroep visser en bracht zijn dagen veelal door met het onderhouden van zijn netten en bootjes. Hij behoorde tot een inmiddels verdwenen groep vrije riviervissers die langs de IJssel hun bestaan vonden. Tot die gemeenschap behoorden ook andere markante figuren, zoals het kleine mannetje dat in een wit huisje tegen het Arsenaal woonde, vrijwel onder de toren. Hij stond bekend als Doedeltjen. Daarnaast was er nog Gerritsen, die aan de Welle woonde. Samen vormden zij de laatste vertegenwoordigers van een eeuwenoude visserscultuur die lange tijd onlosmakelijk met de IJsseloever van Deventer verbonden was.

Kapjeswelle 1910

Ziekenstal voor de paarden van de cavalerie.

De voormalige ziekenstal voor de paarden van de cavalerie in Deventer lag vroeger op een locatie nabij de spoorbrug over de IJssel.Historische DetailsLocatie: Vlak bij de spoorbrug, een eind verwijderd van de eigenlijke cavaleriestallen (de latere Boreelkazerne uit 1847).Functie: De stal werd gebruikt voor de verzorging en afzondering van zieke paarden van de gelegerde cavalerie. Er werd onder andere fourage (voer en stro) naartoe gebracht met speciale caissonwagens.Sloop en herbestemming: Rond 1922 zijn deze stallen gesloopt. De vrijgekomen grond nabij de spoorbrug werd na de sloop bestemd voor de bouw van villa’s.

© Copyright - Historisch Deventer