Spoor Deventer
Station Deventer – Ontwikkeling van een Spoorknooppunt
Station Deventer (afkorting: Dv) is al sinds 1865 een belangrijk spoorwegknooppunt in Oost Nederland. Het ligt aan de IJssellijn (Arnhem–Zwolle, geopend 1865–1866) en aan de lijn Apeldoorn–Almelo (geopend 1887–1888). Daarnaast was Deventer vanaf 1910 het beginpunt van de lokaalspoorlijn naar Ommen via Raalte, geëxploiteerd door de OLDO en gesloten in 1935. Het eerste station werd geopend op 5 augustus 1865, toen Deventer via Staatslijn A werd verbonden met Arnhem en later met Zwolle.
Vroege spoorontwikkeling (1865–1910)
In de jaren 1860 besloot de Nederlandse staat de belangrijkste steden met elkaar te verbinden via de zogenaamde Staatslijnen. Staatslijn A verbond Arnhem, Zutphen, Deventer, Zwolle, Heerenveen en Leeuwarden. De exploitatie lag bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS).
Ruim twintig jaar later, in 1887, legde de Koninglijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij de spoorlijn Apeldoorn–Deventer aan, een jaar later doorgetrokken naar Almelo. Omdat SS en de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HIJSM) concurrenten waren, kreeg deze lijn een eigen station. De spoorlijnen kruisten elkaar gelijkvloers ten noordwesten van beide stations. Hoewel de lijn als lokaalspoor begon, werd zij binnen vijf jaar omgebouwd tot hoofdspoorweg.

In 1910 volgde de opening van de lokaalspoorlijn naar Raalte en Ommen. De Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij Deventer–Ommen legde de lijn aan, maar de exploitatie lag bij SS, waardoor het SS station gebruikt kon worden.
De grote ombouw: naar één verhoogd station (1914–1920)
Rond 1910 begon een ingrijpende modernisering van de spoorinfrastructuur in Deventer. De spoorlijnen werden verhoogd aangelegd om ongelijkvloerse kruisingen met het wegverkeer mogelijk te maken. Tegelijkertijd werd besloten tot de bouw van één gezamenlijk station voor alle spoorlijnen.
De bouw startte in 1914, maar liep vertraging op door de mobilisatie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het nieuwe stationsgebouw – ontworpen door architect H. Menalda van Schouwenburg – werd uiteindelijk op 1 maart 1920 in gebruik genomen, zonder officiële opening vanwege materiaalschaarste en economische omstandigheden. Het eilandperron kreeg in 1920 zijn eigen gebouwen.

Station Deventer in 1926 – een knooppunt in volle bedrijvigheid
In 1926 was het nieuwe hoofdstationsgebouw nog relatief jong, maar het station functioneerde al als een druk regionaal en nationaal knooppunt. Het complex bestond uit:
– Stationsgebouw aan het Stationsplein
– Eilandperron met overkapping
– Rijwielstalling en goederenloods
– Watertoren met ketelhuis
– Verhoogde spoorbaan met nieuwe viaducten
– Zakspoor voor de OLDO lijn naar Ommen
De lokaalspoorlijn naar Ommen was in 1926 nog volop in bedrijf; de trein vertrok vanaf het karakteristieke kopspoor op het middenperron.
Een belangrijke ontwikkeling was de opening van het Deventer Industriespoor op 24 februari 1925. Goederentreinen reden vanaf het rangeerterrein via de Meester H.F. de Boerlaan richting het Pothoofd en de Nieuwe Haven, wat de industrie in de stad een sterke impuls gaf.
Daarnaast werd in 1926 de stoomtramlijn Zutphen–Deventer geopend. De eerste tram arriveerde op 2 oktober 1926 en reed ongeveer elke dertig minuten. Het station ademde nog volledig de sfeer van stoomtractie, met houten en stalen rijtuigen, handmatige bagageafhandeling en een bedrijvige goederenoverslag.

Mijlpalen in de geschiedenis van Station Deventer
Jaar Gebeurtenis
1865 Opening eerste station (Staatslijn A)
1887–1888 Opening tweede station (HIJSM) voor Apeldoorn–Almelo
1910 Opening lokaalspoorlijn naar Ommen (OLDO)
1914–1920 Bouw verhoogd station en viaducten (ingenieur De Ranitz)
1920 Ingebruikname huidige stationsgebouw
1925 Opening Deventer Industriespoor
1935 Sluiting OLDO lijn
1999 Stationscomplex wordt Rijksmonument
Opvallende details uit 1926

Urinoir Deventer station, nu in Openluchtmuseum ArnhemEen bijzonder detail is de plaatsing van een urinoir op het Stationsplein in 1926, enkele jaren na de opening van het gezamenlijke station. Dit gebouwtje staat tegenwoordig in het Openluchtmuseum Arnhem.
- Achtergrond: In 1923 stond de gemeente Deventer toe dat op het Deventer Stationsplein een tweepersoons urinoir werd gebouwd voor de aankomende of vertrekkende reizigers.Het urinoir is waarschijnlijk ontworpen door de Deventer stadsarchitect, die naar de trend van zijn tijd een bakstenen gebouwtje tekende in de stijl van de Amsterdamse School.
- Beschrijving: Het zeskantig gebouwtje is opgetrokken uit donkerrood en oranje baksteen. De donkerrode, verticaal gemetselde bakstenen vormen de onderrand. De oranje bakstenen zijn afwisselend verticaal en horizontaal geplaatst. Op de schuine hoekvlakken zijn zeven donkere stenen als sierelement ingemetseld. Het gebouwtje wordt afgedekt met een betonnen dak.
Het stationsgebouw had toen nog kenmerken die later verdwenen:
• Luiken voor de ramen op de verdieping
• Een spits op de traptoren (verwijderd na de Tweede Wereldoorlog)
De luiken zijn recent door Sied opnieuw aangebracht, waardoor een stukje historische uitstraling is teruggekeerd.

Bij het station Deventer waren vroeger inderdaad kruiers actief – net als op veel grotere stations in Nederland.
Wat deden kruiers?
Kruiers (ook wel bagagedragers genoemd) hielpen reizigers met: koffers en zware bagage dragen:
begeleiden van reizigers naar perron of trein
soms zelfs kaartjes regelen of informatie geven
Ze waren vooral belangrijk in de tijd vóór rolkoffers en liften (ca. eind 19e eeuw tot midden 20e eeuw). Op station Deventer zijn momenteel geen standaard kruiers (bagagehulpen) aanwezig voor algemeen gebruik. Kruiers worden tegenwoordig alleen door ProRail ingezet op afroep in specifieke noodsituaties, zoals wanneer de liften naar de perrons langdurig defect zijn.

kruiers

1926 – Station Deventer ondergelopen
Station Colmschate
Op 22 juli 1886 is de aanbesteding voor de bouw uitgeschreven, welke gewonnen werd door aannemer H. van der Worp uit Deventer. Deze bouwde het station naar een ontwerp van K. H. Brederode. Het station was van het type 3e klasse van de KNLS en bestaat uit een laag gebouw. Het stationsgebouw staat aan de zuidzijde van de spoorlijn. De voor- en achterzijde van het station zijn identiek aan elkaar. Aan de oostkant van het station werd een laad- en losplaats aangelegd. De begane grond bestaat uit de ingang van het stationsgebouw, een hal voor de loketten en een wachtruimte. Voor het personeel is er een keuken, privaat en woonkamer. Aan de is een waterberging waar regenwater wordt opgevangen. Op 1 september 1888 wordt het station in gebruik genomen, samen met de opening van de spoorlijn. De verkorting van de stopplaats was Csh. In 1908 wordt het stationsgebouw uitgebreid. In 1938 wordt het stationsgebouw gesloopt.


Station Diepenveen
Station Diepenveen Oost (afkorting: Dpo) is een voormalig spoorwegstation in het dorp Diepenveen. Het station lag aan de spoorlijn Deventer – Ommen van de Overijsselse Lokaalspoorweg-Maatschappij Deventer – Ommen (OLDO).
Het station werd geopend op 1 oktober 1910 en gesloten op 15 mei 1935. Het stationsgebouw uit 1909 werd gesloopt in 1986. Bij de locatie van het stationsgebouw staat nu een tegeltableau, dat in de muur van het stationsgebouw stond. Dit tableau bevindt zich in het zuidelijke deel van de Boschhoekweg. Het station heette Diepenveen Oost, omdat het dorp destijds aan de spoorlijn Arnhem – Leeuwarden ook het station Diepenveen West had.


Spoorlijn Deventer-Apeldoorn.
Op 21 november 1887 werd de lijn spoorlijn Deventer-Apeldoorn in gebruik genomen.
De officiële beproeving van de brug over de IJssel die gebouwd was naar het ontwerp van Ing. M.E. de Wildt, geschiedde op 10 november 1887 met 3 locomotieven met tenders over de kleine overspanningen en met 5 locomotieven met tenders over de grote overspanningen, samen ca 300.000 kilogram wegende.
Bij stilstaande belasting bogen de grote overspanningen hoogstens 16 en de kleine 9 millimeter door.
De brug rust op 2 landhoofden, 8 landpijlers en 2 stroompijlers en koste na oplevering inclusief een jaar onderhoud 405.540,= guldens.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor: aan weerszijden daarvan is een weg voor gewone voertuigen, terwijl aan de buitenkant van de hoofdliggers een voetpad gaat, gedragen door consoles, welke op de knooppunten aan de hoofdliggers zijn bevestigd.
De spoorbrug is het totaal 512 meter lang gerekend van landhoofd naar landhoofd.
Zij werd op 7 december 1887 voor voetgangers op 30 december 1887 voor alle verkeer in gebruik gesteld.
Oude spoorbrug Deventer
In 1865 reed de eerste trein door Deventer, van en naar Zutphen. Een jaar later werd de spoorlijn naar Zwolle doorgetrokken. Het duurde tot 1887 voordat je vanuit Deventer ook naar Apeldoorn met de trein kon. Dat had te maken met het feit dat er een spoorbrug over de IJssel aangelegd moest worden. Die brug werd in de jaren 1884-1887 gebouwd en kostte maar liefst 850.000 gulden. De brug kreeg drie grote bogen met aan beide kanten van de rivier wachthuisjes. De brug had een enkel spoor.
De spoorbrug was de tweede brug over de IJssel bij Deventer. Eeuwen had de stad alleen de Schipbrug gekend. Die brug gaf veel problemen, omdat hij niet gebruikt kon worden bij hoog water en als er ijs op de rivier dreef. Bovendien was de brug vaak open, wanneer er weer een schip moest passeren. De spoorbrug bracht hier een oplossing. De spoorbrug kon namelijk ook gebruikt worden voor het wegverkeer. Als er een trein aankwam, werd de weg wel ruim van tevoren afgesloten. De brug werd in november 1887 in gebruik genomen en was destijds ongeveer 512 meter lang.
De originele IJsselspoorbrug in Deventer stamt uit 1887, maar het jaartal 1911 markeert een specifieke historische mijlpaal waarbij het station nabij de brug (Halte IJsselbrug) deels zijn relevantie verloor en plannen voor stads- en spooruitbreidingen vorm kregen. In die tijd deelde de trein de brug nog direct met het gewone wegverkeer.
Rond 1911 ontstaan de eerste grote gemeentelijke uitbreidingsplannen voor Deventer. Tegelijkertijd verliest de stopplaats net voor de spoorbrug (Halte IJsselbrug, geopend in 1888) reizigers, waarna deze halte in 1919 definitief sluit. Het spoornetwerk rond de brug wordt klaargemaakt voor modernisering en de bouw van het nieuwe hoofdstation (1914).


1890 Stopplaats IJsselbrug Deventer Geopend op 21 november 1887 Gesloten op 9 juni 1919
Rond 1911:
Was de brug nog enkelsporig.
Kon zij naast treinverkeer ook door wegverkeer worden gebruikt wanneer er geen trein passeerde.
Vormde zij een cruciale verbinding tussen Deventer en de Veluwe richting Apeldoorn en verder naar het westen.

Werd in dezelfde periode het spoorwegknooppunt Deventer gemoderniseerd, met ophoging van spoorlijnen en plannen voor een gezamenlijk station.
De Nederlandse genie blaast de brug op 10 mei 1940 op om de Duitse opmars te vertragen. De bezetter herstelt de brug, maar geallieerde bombardementen in 1944 richten zware schade aan in de omliggende woonwijken. In april 1945 vernielen de terugtrekkende Duitsers de brug opnieuw volledig.

De brug werd op 10 mei 1940 opgeblazen. Duitse genietroepen overbrugden het opgeblazen deel met een noodbrug op houten pijlers die op 5 juni 1940 in gebruik werd genomen. De bedoeling was twee brugdelen van de Waalbrug in Zaltbommel (die enkelsporig was hersteld) te plaatsen. Echter, voordat ze in Deventer waren, werd de noodbrug door ijsgang op 3 januari 1941 beschadigd en pas op 17 maart 1941 als noodbrug heropend. De Bommelse brugdelen werden in de zomer geplaatst en de herstelde brug werd op 31 augustus 1941 geopend. Volledige verhaal in Rail Magazine nr. 382 en 384.

Britse legereenheden bouwen in recordtijd een stalen Baileybrug. Deze krijgt de naam Catherine Millerbrug (naar de dochter van de Britse commandant). Deze ’tijdelijke’ enkelsporige hulpbrug blijft uiteindelijk bijna 40 jaar liggen. De huidige dubbelsporige spoorbrug dateert uit 1982–1983.
foto van ca 1911.





Jaren 30 vorige eeuw Spoorbrug, wachthuisjes stonden aan beide einden van de rivierovergang voor de brugwachter en kaartverkoop.
Stoomtramlijn tussen Deventer en Zutphen
De stoomtramlijn tussen Deventer en Zutphen werd in 1926 geopend; de officiële opening vond plaats op 2 oktober 1926. De aanleg begon al in september 1925, en de lijn reed via Epse, Gorssel en Eefde.
De lijn werd aangelegd en geëxploiteerd door de Tramweg Maatschappij Zutphen-Emmerik (ZE).
In Deventer kwam de tram onder meer bij het Pothoofd aan, waar ook andere tramverbindingen hun oorsprong hadden.
Vooral de Deventer industrie (zoals de firma Noury & Van der Lande) had grote behoefte aan een rechtstreekse verbinding met Zutphen en het Duitse Emmerik. De stoomtram reed met een gemiddelde snelheid van 25 kilometer per uur. De verbinding Deventer–Zutphen was een van de laatste nieuwe interlokale stoomtramlijnen in Nederland.
In Deventer stond een functioneel vormgegeven stationsgebouw.
In Zutphen werd een gebouw opgericht als het exacte spiegelbeeld van het station in Deventer.
In Gorssel kreeg het station een unieke chaletstijl in vakwerkbouw. Dit markante gebouw bestaat nog steeds en is tegenwoordig het onderkomen van de Historische Vereniging De Elf Marken. Opvallend is dat de lijn eigenlijk laat kwam: in de jaren twintig nam de concurrentie van de autobus en de vrachtwagen al snel toe.
Vanaf 1934 ging de exploitatie over naar de Geldersche Tramwegen (GTW).
De stoomtram reed uiteindelijk tot 1944. Door ernstige oorlogsschade en de vernieling van de brug over het Twentekanaal werd de lijn na de Tweede Wereldoorlog in 1945 definitief opgeheven.

