Brink

Grote en Voorster Gasthuis

Het Grote en Voorster Gasthuis was een instelling voor armenzorg, ziekenzorg en ouderenzorg in Deventer. De instelling ontstond uit de samenvoeging van het middeleeuwse Heilige-Geest-Gasthuis en het Voorster Gasthuis. Door de eeuwen heen ontwikkelde het gasthuis zich van een opvangplaats voor reizigers en behoeftigen tot een verzorgingsinstelling voor ouderen. Het geldt als een historische voorloper van de huidige Zorggroep Solis.

Heilige-Geest-Gasthuis

Het Heilige-Geest-Gasthuis wordt voor het eerst vermeld in 1267 en was daarmee het oudste bekende gasthuis van Deventer. Het was gevestigd aan de Brink, op de hoek van de Kleine Overstraat.

Aanvankelijk bood het onderdak aan arme reizigers, pelgrims, zwervers en andere vreemdelingen die geen gebruik konden maken van een herberg. In de loop van de middeleeuwen breidde de taak van het gasthuis zich uit tot de verzorging van zieke, oude en arme inwoners van de stad. Daarmee vervulde het functies die tegenwoordig zijn verdeeld over uiteenlopende instellingen zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen en maatschappelijke opvang.

In 1542 werd aan de Brink een ziekenzaal gebouwd. Het gasthuiscomplex omvatte daarnaast onder meer een kapel, slaapzalen, woningen voor kostkopers, vertrekken voor geestelijken en zusters, een keuken, een bakkerij, een brouwerij en een zogenoemde wandelaarskamer voor zwervers.

Voorster Gasthuis

Het Voorster Gasthuis ontstond in de vijftiende eeuw, waarschijnlijk omstreeks 1475. De stichting werd mogelijk gemaakt door de nalatenschap van de Deventer burger Geert Hakesberch. Het gasthuis bevond zich op de hoek van de Golstraat en de Roggestraat, op een terrein dat bekendstond als De Voorst.

De instelling was bestemd voor:

“arme luyden, veroldert ende kranck, van leden verlammet”

Het gasthuis richtte zich daarmee op arme ouderen en lichamelijk beperkten. Volgens lokale historische beschrijvingen zijn in de Roggestraat nog resten van de oorspronkelijke gevel herkenbaar.

Samenvoeging

In 1645 verliet het Heilige-Geest-Gasthuis zijn locatie aan de Brink. De instelling verhuisde naar het voormalige Meester-Geertshuis aan de Bagijnenstraat, een complex dat verbonden was met de nalatenschap van Geert Grote.

Daar kwam het Heilige-Geest-Gasthuis samen met het Voorster Gasthuis. Gedurende de zeventiende eeuw groeiden beide instellingen feitelijk uit tot één organisatie. Het accent verschoof daarbij van de opvang van reizigers en zwervers naar de verzorging van ouderen en langdurig hulpbehoevenden.

Over het exacte moment van de fusie bestaan verschillen in de literatuur. Sommige bronnen plaatsen de samenvoeging in de zeventiende eeuw, terwijl Zorggroep Solis voor de formele fusie het jaar 1798 noemt. Dit verschil wordt doorgaans verklaard door het onderscheid tussen een feitelijke bestuurlijke en organisatorische samenvoeging enerzijds en een latere juridische fusie anderzijds.

Organisatie en financiering

Het gasthuis werd gefinancierd uit schenkingen, legaten, pachtinkomsten en de opbrengsten van landerijen, boerderijen en huizenbezit. Daarnaast speelden zogeheten kostkopers een belangrijke rol. Dit waren personen die hun bezit overdroegen aan het gasthuis in ruil voor levenslange huisvesting, verzorging en verpleging.

Dankzij deze inkomsten verwierf het gasthuis een omvangrijk vermogen. Het groeide uit tot een belangrijke grond- en huizenbezitter in Deventer en omgeving.

Na de Reformatie kwam het bestuur van de gasthuizen steeds meer onder invloed van het stadsbestuur te staan. De traditionele leiding door religieuze zusters maakte plaats voor een zogenoemde vader en moeder, doorgaans een echtpaar dat verantwoordelijk was voor het dagelijks beheer. In deze periode ontwikkelde het gasthuis zich vooral tot een protestants tehuis voor ouderen.

De Verenigde Gestichten

In de negentiende eeuw werden verschillende Deventer liefdadigheidsinstellingen bestuurlijk samengebracht. In 1879 ontstond een gezamenlijk bestuur voor onder meer:

  • het Grote en Voorster Gasthuis;
  • het Sint-Jurriënsgasthuis;
  • het Oude Vrouwenhuis;
  • het Sint-Geertruidengasthuis.

Vanaf 1880 werden deze instellingen gezamenlijk aangeduid als de Verenigde Gestichten.

De Bagijnenstraat groeide hierdoor uit tot het centrum van de Deventer armen-, zieken- en ouderenzorg. Een beschrijving uit 1904 noemt de straat zelfs “de straat der gestichten”, vanwege de concentratie van zorginstellingen in dit deel van de binnenstad.

In 1850 werd tevens het voormalige Stappenconvent aan de overzijde van de Bagijnenstraat bij het gasthuis betrokken. Het huidige gebouw aan Bagijnenstraat 15 werd tussen 1858 en 1861 gebouwd als kostkopershuis met twaalf woningen en bleef tot 1976 onderdeel van het gasthuis.

Het hoofdcomplex werd in dezelfde periode ingrijpend verbouwd. Verschillende delen van het gebouw dateren uit de negentiende eeuw.

Bezittingen en buitenlocaties

Door de eeuwen heen bezaten de gasthuizen omvangrijke landerijen en boerderijen in Salland. De pachtopbrengsten vormden een belangrijke bron van inkomsten voor de financiering van de zorg.

De activiteiten breidden zich geleidelijk uit buiten de binnenstad. In 1892 werd bij Brinkgreven een buitengesticht opgericht. Daarmee ontstond een tweede belangrijk zorggebied naast de historische locatie aan de Bagijnenstraat.

Tweede Wereldoorlog

Op 6 februari 1945 werd Deventer getroffen door een geallieerd bombardement dat gericht was op de spoorbrug over de IJssel. Daarbij vielen ook bommen in de dichtbebouwde omgeving van de Bagijnenstraat.

Het Grote en Voorster Gasthuis liep zware schade op. Ook het Sint-Elisabethsgasthuis en het Sint-Jurriënsgasthuis werden getroffen. Volgens lokale geschiedschrijving kwamen bij het bombardement 61 mensen om het leven.

Wederopbouw en voortzetting

Na de Tweede Wereldoorlog werd de zorgverlening voortgezet in nieuwe huisvesting. In 1967 werd aan de Smedenstraat en Hagensteeg een nieuw onderkomen geopend, dat later bekend werd als het Grote en Voorster Tehuis.

De invoering van de Algemene Bijstandswet in 1965 leidde tot een heroriëntatie op de verhouding tussen de zorginstellingen, hun bezittingen en de gemeente. Uiteindelijk werden in 1986 de zorgverlening en het beheer van het historische vermogen organisatorisch gescheiden.

De landerijen en het erfgoed werden ondergebracht bij Stichting IJssellandschap, terwijl de zorgverlening werd voortgezet door Zorggroep Solis.

Nalatenschap

De historische zorgtraditie van het Grote en Voorster Gasthuis wordt tegenwoordig voortgezet door Zorggroep Solis. Het woonzorgcentrum Groote & Voorster aan de Smedenstraat wordt beschouwd als de directe opvolger van de instelling waarvan de geschiedenis teruggaat tot de eerste vermelding van het Heilige-Geest-Gasthuis in 1267.

Tijdlijn

Jaar Gebeurtenis
1267 Eerste vermelding van het Heilige-Geest-Gasthuis
ca. 1475 Stichting van het Voorster Gasthuis
1542 Bouw van een ziekenzaal aan de Brink
1645 Verhuizing naar het Meester-Geertshuis aan de Bagijnenstraat
17e-18e eeuw Geleidelijke samenvoeging van beide gasthuizen
1798 Formele fusie volgens Zorggroep Solis
1879 Oprichting van het gezamenlijke bestuur van de Verenigde Gestichten
1880 Invoering van de naam Verenigde Gestichten
1892 Oprichting van het buitengesticht Brinkgreven
6 februari 1945 Zware oorlogsschade door het bombardement op Deventer
1967 Opening van nieuwbouw aan de Smedenstraat
1986 Scheiding van zorgverlening en vermogensbeheer
Vanaf eind 20e eeuw Zorgverlening voortgezet door Zorggroep Solis

 

De Waag

De schedels van Geert Groote

De schedels van Geert Groote De schedels van Geert Groote (1340–1384) en zijn trouwe opvolger Floris Radewijnsz (ca. 1350–1400) – de grondleggers van de Moderne Devotie – zijn officieel eigendom van de katholieke Broederenkerk in Deventer. De fysieke schedels zelf lagen in het Deventer historisch museum Museum De Waag en nu in het Geert Grote Museum. De schedels gelden als bijzondere relieken van de Moderne Devotie in Deventer.

Geert Groote (1340–1384) was de stichter van de Moderne Devotie, een hervormingsbeweging die eenvoud, persoonlijke vroomheid en onderwijs centraal stelde. Florens Radewijns (ca. 1350–1400) was zijn belangrijkste leerling en opvolger. Hij organiseerde de Broeders van het Gemene Leven en stichtte later ook het klooster van Windesheim.

Tijdens de Reformatie werden de botten en schedels door katholieken in veiligheid gebracht om ze te beschermen tegen vernietiging.

In juli 1980 werd de schedel van Geert Groote op brute wijze gestolen uit de Broederenkerk.

De dief, een kunstenaar, kreeg later ernstige wroeging en gaf het unieke reliek gelukkig weer terug.

Omwille van de veiligheid en conservering zijn de kwetsbare overblijfselen overgedragen aan Museum De Waag.

Met behulp van de bewaarde schedel is er door een archeologisch specialist een levensechte gezichtsreconstructie van Geert Groote gemaakt. Deze reconstructie is te bewonderen in het Geert Groote Huis aan het Lamme van Dieseplein. Bij het onderzoek aan de schedel ontdekte men onder andere een groot gat in de kaak, wat aantoont dat de middeleeuwse denker veel pijn moet hebben gehad van een zware kiesontsteking. Daarbij ontstond overigens twijfel of de bewaarde schedel werkelijk die van Geert Groote is, omdat oude bronnen melding maken van een opening in zijn schedel na een medische ingreep (trepanatie), terwijl die op de huidige schedel niet zichtbaar is.

Sinds 1528!
Museum De Waag is gevestigd in het oudste waaggebouw van Nederland dat als zodanig werd gebouwd. Het is een icoon van de stad, gelegen aan de Brink van Deventer.

De Waag door Cornelis Springer, 1869
Door de gunstige ligging aan de IJssel groeide Deventer in de Middeleeuwen uit tot één van de belangrijkste Hanzesteden. In 1344 kreeg de stad het recht om jaarmarkten te houden en vanaf 1386 waren er vijf jaarmarkten per jaar. Vanuit allerlei windstreken kwamen handelaren naar Deventer om hun waar te verkopen op de Brink. Eerlijke handel was van groot belang en daarvoor moest toezicht zijn op de maatvoering.

Soldaten op de Brink
In 1528 werd De Waag gebouwd als weeghuis. Handelaren brachten hier hun waar en ijkmeesters controleerden de gewichts- en inhoudsmaten. Het waaggeld was een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. De hoogtijdagen voor Deventer waren in de 14e en 15e eeuw. Met het aanbreken van de Tachtigjarige Oorlog verloor de stad haar prominente handelspositie.

Markt op de Brink, voor De Waag
Het laatgotische waaggebouw telt drie bouwlagen, een traptoren, een klok en drie spitstorentjes. In 1643 werd aan de voorzijde een laat-maniëristisch bordes gebouwd met drie zuilen. Aan weerskanten zijn trappen. Opvallend is de scheve positie van de waag. Het monument staat circa 80 cm uit het lood. Dit heeft te maken met de ingeklonken grond van de oude verdedigingswal die over de Brink liep en waarop de waag werd gebouwd.

De Waag omstreeks 1900
In de 19e eeuw verdween de waagfunctie en werd het waaggebouw een ‘Teekenschool’. Even was het zelfs een telegraafstation. In 1915 werd het gebouw een museum. Sindsdien kan men nog altijd de oude schatten van de stad bekijken in dit bijzondere monument.

Markt op de Brink met electro ijscowagen

Markt op de Brink met electro ijscowagen is al jarenlang een vaste ontmoetingsplek, met een rijke historie aan marktkramen en ijsverkoop zoals de bekende ijscokarren en -salons die er te vinden zijn.

Vroom & Dreesman

In 1894 was de Brink in Deventer al het centrale marktplein, omgeven door statige koopmanshuizen en winkels. De bebouwing bestond toen nog grotendeels uit oudere, vaak middeleeuwse panden met latere (18e–19e eeuwse) gevels. De noord- en oostzijde van de Brink waren belangrijke winkelstraten in opkomst. Veel panden waren nog particulier bezit, met kleine winkels op de begane grond en woningen erboven. Grootschalige warenhuizen zoals later zouden verschijnen, bestonden hier nog niet.
Het bedrijf startte in 1894 kleinschalig in Deventer. De naam “Magazijn de Zon” was destijds de vaste naam voor de vroege warenhuizen van V&D. De historische panden hadden diverse eigenaren. Later in de V&D-periode was het één groot winkelcomplex geworden met moderne uitstraling.
Hiervoor werden meerdere kleinere panden samengevoegd of vervangen. De bebouwing kreeg een meer grootstedelijk karakter, passend bij een warenhuis. Dit betekende vaak het verdwijnen of ingrijpend wijzigen van oudere gevels uit de 18e/19e eeuw.
Nieuwbouw in 1905: Vanwege het grote succes lieten Vroom & Dreesmann in 1905 op exact dezelfde plek (Brink 100) een gloednieuw en veel groter pand bouwen.
Dit nieuwe gebouw werd ontworpen door de bekende architect F.M.J. Caron en is gebouwd in de kenmerkende, asymmetrische Jugendstil-stijl. Het staat lokaal bekend om zijn lichte smeedijzeren hekjes, balkonnetjes en sierlijke houten kozijnen.
Dit pand is een beschermd gemeentelijk monument en wordt het gezien als een van de mooiste voorbeelden van Jugendstil in Deventer.
V&D bleef tot het landelijke faillissement in 2015/2016 in dit historische pand aan de Brink gevestigd.
Brink 25 in Deventer is een monumentaal herenhuis gelegen aan de Brink, het centrale historische plein in de binnenstad.
Het herenhuis is ontworpen in de neorenaissancestijl door de bekende Deventer architect Gerard te Riele (1833-1911). Het pand stamt oorspronkelijk uit 1894.

Het is gebouwd als een riant woonhuis (voormalige burgemeesterswoning), maar het is later ook herontwikkeld door N.V. Bergkwartier met onder andere appartementen.

Cafe restaurant Neuf Biljarts, later Talamini

Café De Malle Jan

Café De Malle Jan was een historisch café dat gevestigd was aan de Brink (nabij de Walstraat) in Deventer en al in de jaren 60 en 70 een bekend ankerpunt in de binnenstad was.

Historie en Locatie

• Locatie: Brink (hoek Walstraat / Brink 2 / 82), Deventer
• Periode: Actief in de jaren 1960 en 1970 als geliefde kroeg waar generaties Deventenaren een biertje dronken op het terras.
• Huidige status: Het historische café bestaat niet meer in zijn oorspronkelijke vorm en is in het geheugen van de stad voortleven als een typisch trefpunt uit de oude doos van Deventer.

Brink na bombardement van 6-2-1945

Luxor-bioscoop

De voormalige Luxor-bioscoop aan de Brink 20 in Deventer is een iconisch rijksmonument dat in de jaren 1918-1919 werd gebouwd naar een opvallend ontwerp van de Deventer architecten J.D. Postma en B. Hoogstraten.
Geopend in 1919.De opdracht kwam van de familie Miedema, die in het noorden en oosten van Nederland meerdere bioscopen exploiteerde.
Het was de tweede vaste bioscoop van Deventer.
De Luxor was een lange, smalle bioscoop met een zaal en balkon; in de beginjaren werden er vooral stomme films vertoond, vaak met muzikale begeleiding.
Het gebouw is een van de vroegste en meest pure voorbeelden van deze expressionistische architectuurstijl buiten Amsterdam. De gevel kenmerkt zich door golvend, plastisch metselwerk en decoratieve details in de vensters en ingangspartij. De monumentale entree heeft de vorm van een karakteristieke hoefijzer- of paraboolboog.
Onder het pand bevindt zich nog een oudere kelder met een 14e-eeuwse oorsprong en een 15e-eeuws gewelf, afkomstig van het koopmanshuis dat vóór de bouw van de bioscoop op deze plek stond. De Luxor bleef tot 1983 als bioscoop in gebruik.

J.R.C. Kiewiet de Jonge

J.R.C. Kiewiet de Jonge (vaak per abuis geschreven als Kievit) runde tot 1919 een bekend magazijn in huishoudelijke artikelen, ijzerwaren en Engelse tuinmeubelen aan de Brink in Deventer. De zaak stond bekend als een groot magazijn voor ijzerwaren en huishoudelijke artikelen. Men verkocht hier onder andere kookkisten en zelfgemaakte Engelse tuinmeubelen. Dat laatste was bijzonder voor die tijd: Engelse tuinmeubelen golden rond 1900 als modern en degelijk en waren een teken van de groeiende aandacht voor comfort in huis en tuin. De winkel richtte zich waarschijnlijk op een vrij breed publiek: van ambachtslieden die ijzerwaren nodig hadden tot burgergezinnen die huishoudelijke en tuinartikelen kochten.
Rond de eeuwwisseling (eind 19e en begin 20e eeuw) combineerden zij hun expertise met de opkomende markt voor fietsen (rijwielen). Ze boden naast de verkoop vaak ook een ‘rijwielschool’ aan om de burgers te leren fietsen.
Het historische winkelpand bevond zich toen op de plek waar vanaf 1905/1906 het latere warenhuis Vroom & Dreesmann (V&D) zich stapsgewijs vestigde.

 

Brink – Links de kroeg van Poorten, Manufacturenwinkel van Schrader, juwelierszaak van J.W. Schrader, ijzerwinkel van Kiewit de Jonge. Vanaf 1905/1906 breidde V&D zich hier geleidelijk uit.
De zaak verdween rond 1919 als zelfstandige winkel. De Brink was toen nog hét commerciële hart van Deventer.

Boterwaag

De voormalige Boterwaag op de hoek van de Brink en de Boterstraat in Deventer is een historisch pand met een rijke achtergrond, waarin tegenwoordig een belangrijk deel van het Speelgoedmuseum Deventer is gevestigd.Het gebouw dateert oorspronkelijk uit de late middeleeuwen (ca. 1500). Het heeft een karakteristieke, later gepleisterde pakhuisgevel.
Voordat de grote centrale Waag op de Brink in 1528 werd gebouwd, en ook in de periodes daarna, diende deze specifieke locatie aan de Boterstraat als de plek waar boter werd gewogen en verhandeld. De historische panden op deze hoek (waaronder de huizen ‘De Kronenberg’ en ‘De Olde Munte’) zijn vanwege hun grote architectonische waarde in het bezit van de nationale monumentenorganisatie Hendrick de Keyser.
In de vroege 20e eeuw (tot aan de Tweede Wereldoorlog) bood het pand onderdak aan sigarenfabriek ‘De Arend’
De ingang en een groot deel van de collectie van het Speelgoed museum bevinden zich in de monumentale panden aan de Brink 47, direct verbonden met de hoek van de Boterstraat.
De Boterwaag in de Boterstraat te Deventer was geen aparte grote stadswaag zoals de bekende “De Waag”, maar de naam die verbonden is met het pand en de handel in boter in dit deel van de binnenstad. Het gebied rond de Boterstraat en de Brink had eeuwenlang een sterke handelsfunctie. Het pand dat bekendstaat als De Boterwaag is het historische huis aan Brink 47 (met de achterzijde aan de Boterstraat).
De naam verwijst naar de botermarkt en boterhandel in Deventer. Boeren uit de omgeving brachten hun boter naar de stad om die te verkopen en te laten verhandelen.
De de echte overdekte Botermarkt/Boterwaag, waar de boterhandel later plaatsvond, werd in 1889 aan de Hofstraat gebouwd, een ijzer-hout-glasconstructie geschonken door mr. H.W.J. van Marle.

Kantongerecht

Brink 10 t/m 13: Op Brink 10 Fa. G.J. van Ommen toonkamers voor meubileering. Op nrs. 11-12 het Kantongerecht. Op nr. 13 het van kantoor Noury & van der Lande. datum onbekend.

1925: Brink 55 t/m 57.

Proefopstelling evt. afsluiting terrein tussen ” de Drie Haringen ” en ” De Waag “. In 1925 ontstond het plan het huis “De Drie Haringen” bij het museum De Waag aan te trekken. Er was een ondergrondse tunnel geprojecteerd, terwijl bovengronds de open ruimte tussen beide gebouwen zou worden afgesloten met een tuinmuur, om zodoende een middeleeuws aandoend hofje te vormen. Op en aan de muur zouden fragmenten van eerder gesloopte bouwwerken, zoals het Mouwijckspoortje (dat tot 1852 in de Walstraat stond), worden verwerkt. De foto laat een model van de tussenmuur zien. Die “schijnmuur” was in december 1925 van linnen opgetrokken en geverfd door de bekende decoratiekunstenaar E. (Bart) Bokhorst. Er kwamen nogal wat bezwaren en uiteindelijk ging het plan niet door.

Inhuldiging van Koningin Wilhelmina

Bij de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898 waren er in heel Nederland feestelijkheden. Ook in de Keizerstraat werd dat gevierd ook op de Brink in Deventer diverse festiviteiten plaats. De officiële inhuldiging zelf vond plaats op 6 september 1898 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. In deze stoet (zie foto) werd iemand dus verkleed als “Prins Maurits” die meeliep in deze optocht in de Keizerstraat. Dat was een symbolische verwijzing naar de Oranje-geschiedenis. Kinderen in historische kostuums, vlaggen en versierde straten waren typisch voor zulke inhuldigingsfeesten. De Keizerstraat werd met erebogen, vlaggen en groen versierd. Schoolfeesten en kinderspelen verwezen naar de toekomst van het Huis van Oranje.
Het meest blijvende monument van dit feest is de Wilhelminafontein op de Brink. Deze neorenaissance-fontein werd in 1898 onthuld ter ere van de inhuldiging van de jonge koningin.
Tijdens de landelijke inhuldigingsfeesten in 1898 werd een speciaal Keurvendel Prins Maurits gevormd. Dit was een erewacht van burgers in historische kostuums die de plechtigheden opluisterden. Gezien de sterke historische band tussen Prins Maurits en Deventer (hij heroverde de stad in 1591) speelde dit vendel een prominente rol in de lokale optochten en festiviteiten op pleinen zoals de Brink. Er was een sterke link tussen deze historische figuren en het feestjaar 1898 in Deventer.
De naam Prins Maurits wordt vaak genoemd in de geschiedenis van Deventer vanwege:
1. Het Beleg van 1591: Maurits veroverde de stad op de Spanjaarden, wat een keerpunt was voor Deventer.
2. Vestingwerken: Onder zijn bewind werden nieuwe verdedigingswerken aangelegd, waaronder de voormalige Brinkpoort.

Radio de Bie

Radio de Bie was een iconische elektronicazaak en platenzaak gevestigd aan de Brink 80 in Deventer. De platenzaak De Bie in Deventer was een bekende muziekwinkel uit de binnenstad, vooral herinnerd door liefhebbers van grammofoonplaten en muziek uit de tweede helft van de 20e eeuw. De winkel zat aan de Brink, het centrale plein van Deventer, waar vroeger veel zelfstandige winkels gevestigd waren.
De Bie hoorde bij de tijd waarin platenzaken nog een belangrijke ontmoetingsplek waren: klanten kwamen er niet alleen om LP’s en singles te kopen, maar ook om nieuwe muziek te ontdekken, hoezen te bekijken en met de verkoper over muziek te praten. In de jaren zestig, zeventig en tachtig waren dergelijke zaken een belangrijk onderdeel van het stadsleven. Hoewel de winkel inmiddels niet meer bestaat, staat deze in het geheugen van veel Deventenaren gegrift als de plek waar zij in de jaren 50, 60 en 70 hun eerste platenspeler, radio-onderdelen en singletjes kochten. De zaak was legendarisch, waar jongeren urenlang naar ‘underground’ muziek konden luisteren.
Zoon Henk de Bie opende in de jaren 60 een eigen filiaal in de Vleeshouwerstraat dat zich volledig richtte op vinyl. Henk werd later zelfs genomineerd als ‘Deventer held van de sixties’.

Brink 25

Voormalige gebouw van het Ziekenfonds

Het voormalige gebouw van het Ziekenfonds in Deventer bevindt zich aan de Brink 39-41 / 40-43. Dit herkenbare pand uit de wederopbouwperiode heeft een rijke geschiedenis wat betreft zorg en maatschappelijke functies.
Historie en Achtergrond
Het kantoorgebouw en de bijbehorende kliniek werden oorspronkelijk gebouwd in opdracht van het Deventer Onderling Ziekenfonds (DOZ, opgericht in 1860).
Na het Ziekenfondsenbesluit fuseerden in 1968 verschillende lokale fondsen tot de Verenigde Deventer Ziekenfondsen (V.D.Z.), die hun hoofdkantoor op deze locatie aan de Brink vestigden. Oudere Deventenaren herinneren zich het pand vaak nog als de plek waar destijds ook de controle-tandarts zat. Ja Heel goed !!!
Het pand geldt binnen Deventer als een belangrijk voorbeeld van wederopbouwarchitectuur uit de jaren 50 .
Recent gebruik: Tot begin 2026 was het pand aan de Brink 40-43 in gebruik als de polikliniek van Tactus Verslavingszorg. Deze polikliniek is in februari 2026 verhuisd naar de Binnensingel 3.
Herontwikkeling: De Gemeente Deventer heeft het pand aangekocht om er 27 appartementen voor beschermd en begeleid wonen te realiseren. Dit project biedt huisvesting en 24-uursbegeleiding aan kwetsbare burgers met psychiatrische of sociale problemen. De hoofdingang wordt hierbij verplaatst naar de achterzijde (Achter de Muren Zandpoort)

Het Penninckshuis

Brink-Penninckshoek met doopsgezinde kerk inside. Foto van M. Bosse. De doopsgezinde kerk in de Penninckshoek aan de Brink (89) is de kerkzaal van het Penninckshuis, een van de bekendste historische panden van Deventer. Het huidige kerkdeel dateert uit 1891–1892 en staat achter de gerestaureerde renaissancegevel van het oude koopmanshuis uit de 16e eeuw. Het markante voorhuis aan de Brink werd rond 1508-1583 gebouwd door de gegoede Deventer burger Herman Penninck. Hij liet er een pronkgevel en poortgebouw aan toevoegen, waardoor het een echt stedelijk prestigehuis werd.

Het pand valt direct op door de rijkelijk versierde gevel, ook wel de ‘deugdengevel’ genoemd, waarop zandstenen beelden van christelijke deugden zoals Geloof, Hoop en Standvastigheid staan afgebeeld. Op de gevel prijkt nog altijd de bekende nijdspreuk: “Alst Godt behaget, beter benyt als beclaget” (Beter benijd dan beklaagd).

Aan het eind van de 19e eeuw was het oorspronkelijke achtercomplex sterk vervallen. In 1890 kocht de doopsgezinde gemeente de Penninckshoek, liet de vervallen bebouwing restaureren en bouwde achter de historische gevel een nieuwe zaalkerk. De aanbesteding vond plaats op 2 mei 1891. De kerkzaal werd ontworpen in een sobere maar indrukwekkende stijl die paste bij het ingetogen karakter van de doopsgezinden. De kerk werd ontworpen door Tjeerd Kuipers en in 1892 in gebruik genomen; het is een inpandige neorenaissance-kerk. In 1894 werd er een speciaal door Kuipers ontworpen orgel geplaatst.

Het doopsgezinde geloof vond zijn oorsprong in de 16e eeuw. Doopsgezinden stonden bekend om hun sobere levenswijze, weigering van de eed en hun pacifisme. Lange tijd hadden zij een moeilijke maatschappelijke positie in Deventer en moesten hun geloof in beslotenheid belijden.

Vóór 1795 deed het complex in de Penninckshoek vermoedelijk al enige tijd dienst als katholieke schuilkerk, in een tijd waarin het katholicisme na de Reformatie niet openlijk uitgedragen mocht worden.

Na de Franse tijd kregen religieuze groeperingen meer vrijheid, en rond 1800 veranderde het gebruik van het pand meerdere keren.

Het bijzondere van het Penninckshuis is de combinatie van een representatieve koopmansgevel en een verborgen kerkruimte erachter.

De kerkruimte zelf is ingetogen van karakter en past bij de doopsgezinde traditie van eenvoud en samenkomst.

Het pand is nog altijd in gebruik als doopsgezinde, later ook remonstrantse, kerk en vervult daarnaast een culturele functie. Het ligt aan de Brink, in de inham die men de Penninckshoek noemt, achter het beeld van Albert Schweitzer, aangezien het internationale Schweitzercentrum hier in de jaren 70 gehuisvest was.

1925 – Deventer- Brink 98 t – m 102. De latere voorgevel van V&D

Brink 64

Het gebouw diende voorheen als vestiging van de Gemeentelijke Spaarbank.
Brink 64 in Deventer is een markant rijksmonument gelegen aan het centrale plein van de stad. Het pand staat bekend om zijn historische architectuur en diverse functies door de jaren heen.
Het betreft een pand met een trapgevel, die in 1908 is opgetrokken. Hierbij is gebruikgemaakt van 17e-eeuwse zandstenen versieringen, waaronder medaillons, wapenfiguren en een leeuwenkop. Huidig pand is grotendeels uit circa 1895 (de kern is mogelijk ouder)

Talamini

1960-1970: De grondlegger van de ijszaak Talamini, Pietro Talamini. In 1932 begonnen in de Broederenstraat, en daarna een zaak aan Brink 107, Links van V en D. In 1963/64 werd een nieuwe ijszaak gebouwd rechts van V en D.

Begrafenis van het “Twentol-drama”.

Begrafenis van van de mensen die zijn gestorven mbt het “Twentol-drama”, ook aan het einde dansen op de Brink in het kader van de bevrijding.

1928: Kermse in Dèventer voor Boeren en Buitenlui

Markt op de Brink 1912

Markt op de Brink ca 1912

Penninckshoek

1905: Penninckshoek. De bomen zijn in 1910 gekapt.

De Waterpomp aan de Brink

De waterpomp van het putgenootschap van Overstraat aan de Brink in Deventer was een historisch herkenbaar punt totdat deze in maart 1952 werd verwijderd (opgeruimd).
De term “putmeester” verwijst naar de functionaris van het lokale putgenootschap. In Deventer waren deze genootschappen (nabuurschappen) verantwoordelijk voor het onderhoud van de openbare waterpompen en de sociale cohesie in de buurt.
De afbraak in 1952 markeerde het einde van een tijdperk waarin openbare pompen nog een actieve rol speelden in de watervoorziening in het straatbeeld, vaak ten gunste van modernisering en een betere doorstroming van het verkeer.
De pomp leverde drink- en gebruikswater voor bewoners en bedrijven in de buurt. In een tijd vóór de aanleg van een modern waterleidingnet waren dit soort voorzieningen essentieel voor het dagelijks leven.
De putmeester hield toezicht op het gebruik, voorkwam vervuiling en zorgde dat de installatie bleef functioneren.
In maart 1952 werd de pomp verwijderd. Dat past in een bredere ontwikkeling:
Vanaf begin 20e eeuw werd Deventer aangesloten op het centrale waterleidingnet.
Openbare pompen verloren daardoor hun functie en werden om hygiënische en praktische redenen opgeruimd.
Veel van deze historische objecten verdwenen in de jaren ’40 en ’50 uit het straatbeeld.

Wilhelminafontein

De Wilhelminafontein werd in 1898 onthuld. Het monument is gemaakt door stadsarchitect J.A. Mulock Houwer. Bovenop de fontein staat de witgekleurde Deventer Stedenmaagd, ontworpen door W.G. van Poorten. De fontein herinnert aan de komst van de stadswaterleiding. De gietijzeren onderdelen zijn gemaakt door de bekende lokale ijzergieterij Nering Bögel.

40 jarig jubileum van Koningin Wilhelmina

Het vierde halfregiment Huzaren van Boreel hield ter ere van het 40 jarig jubileum van Koningin Wilhelmina op Koninginnedag 1938 een grote parade op de Brink.

Huzaren van Boreel

Oorlogsonderscheidingen

Prins Bernhard reikt op 25 augustus 1948 oorlogsonderscheidingen uit in Deventer, dat vond plaats op de Brink.

Brink mer woonhuis en klokgevel

De historische fietsenstalling aan de Brink 27 in Deventer werd gerund door de zussen Bosch (en broer Wiechert), waar je vroeger ook bakfietsen kon huren.

Historie en Herinneringen
Locatie: Brink 27, Deventer.
Beheerders: De vriendelijke zussen Bos(ch) en hun broer Wiechert.
Extra service: Naast het stallen van fietsen en brommers kon je er destijds ook terecht voor de verhuur van bakfietsen.
Gebruik: Veel mensen stalden hier hun fiets om vervolgens naar het nabijgelegen Luxor Theater aan de Brink te gaan.

Antony Middelburg apotheek.

1. De Apothekersperiode (Begin 19e eeuw – 1939)

  • Ontstaan: In het begin van de 19e eeuw vestigde Antony Middelburg zijn apotheek in zowel Brink 77 als Brink 78.
  • Firma Middelburg & Lohse: Dit groeide uit tot een langdurige en bekende apothekersfirma in Deventer.
  • Bekende namen & genealogie:
    • Martijn Hendrik Lucas Löhse (geboren Vorden, 1804) legde in 1829 zijn examen af en startte als apotheker in Deventer.
    • Zijn zoon A. Hugo Lohse was eveneens apotheker in de stad.
    • Lucas Antoni Lohse (zoon van Martijn Hendrik Lucas) overleed er in 1888.
  • Opsplitsing: De apothekersfunctie bleef tot 1939 behouden, maar werd in latere jaren ingeperkt tot uitsluitend Brink 78.

2. De Verbouwing en de Groentezaak (Vanaf 1928)

Ingrijpende verbouwing (1928): Het hoekpand kreeg een nieuwe gevel en een moderne winkelpui. Rond dit jaar ging Brink 77 definitief over van apotheek naar handelspand.
Groente- en fruitwinkel B. Kruithof: Na de verbouwing opende de bekende firma B. Kruithof hier een groente- en fruitzaak, die decennialang (midden 20e eeuw) een begrip was op de Brink.
Ambachtelijk detail: De firma Kruithof stond er onder meer om bekend dat zij er op ambachtelijke wijze pinda’s brandden.

Floors (Bierbottelarij en caféhouder)

Gerrit Arientonie Floors had eerder een café-, “Het Hof van Holland” in de Noordenbergstraat, Deventer. Hij nam het
café / bottelarij op 1 september 1897 over van de toenmalige eigenaar, die in financiële moelijkheden verkeerde.
Het café bestaat nog steeds. In 1898 wordt melding gemaakt van A. Floors als koffiehuishouder en
bierhandelaar. A. Floors is geboren rond 1853.
Er werden Heineken bieren verkocht.
Aan de zijkant van het pand, in de Menstraat staat een schitterende muurreclame “Het Wapen van Overijssel, J.W.
Floors”
Op een oude foto (Deventer in Beeld) staat een muurreclame afgebeeld aan de zijgevel van het pand “De Drie Haringen” van de Heineken Bierhandel Floors en Jeuken met daarnaast een muurreclame “Fabriek van Alcohol vrije likeuren, koolzuurhandel”.
In 1949-’50 worden ook G. Floors (bierbottelaar) en P.A. Floors genoemd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Koffiebranderij en Tabaksfabriek K. ten Have

Koffiebranderij en tabaksfabriek K. ten Have behoort tot de oudste nog bestaande bedrijven van Deventer. De geschiedenis van het bedrijf begon in 1828, toen Klaas ten Have aan de Brink 30-31 een kruidenierswinkel oprichtte, gecombineerd met een tabakskerverij en koffiebranderij onder de naam Het Wapen van Antwerpen.

In de loop van de negentiende eeuw groeide de onderneming uit tot een bekende Deventer firma. Naast het pand aan de Brink beschikte Ten Have ook over een pakhuis aan de Menstraat 5-5A, gebouwd in 1880 naar ontwerp van architect H. van Harte. In 1876 was de firma een belangrijke tabakskerverij, waar acht mannelijke werknemers en tweeëntwintig kinderen van twaalf tot zestien jaar werkzaam waren. Enkele jaren later, in 1883-1884, stonden K. ten Have en E. Broekhuis Jtzn. geregistreerd als zogenoemde patentplichtige tabakskervers.

Het bedrijf onderhield daarnaast zakelijke banden met de winkel van Jansen aan de Brink. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de eerste naoorlogse jaren werd de fabriek genoemd als een onderneming waar van inlandse tabak kerftabak kon worden vervaardigd. In die periode werkte Ten Have samen met de Diepenveensche Tabakcentrale.

Door de jaren heen ontwikkelde de onderneming zich tot de oudste koffiebranderij van Deventer. De naam voortlevend als N.V. v/h Fa. K. ten Have, bleef het bedrijf een bekende producent van koffie en tabakswaren. Tot 1993 was de firma gevestigd aan de Brink. Daarna verhuisde het bedrijf naar het industrieterrein Kloosterlanden in Deventer, waar het nog steeds is gevestigd.

Tegenwoordig opereert de onderneming onder de naam Ten Have Koffie. Het bedrijf levert vers gebrande koffiebonen aan horeca, bedrijven, private labels en consumenten. Daarbij wordt nog altijd gebruikgemaakt van een traditioneel slow-roast-brandproces, waarbij de koffie op ongeveer 200 graden langzaam wordt gebrand. Daarmee zet Ten Have een traditie voort die bijna twee eeuwen geleden begon aan de Brink in het hart van Deventer.

© Copyright - Historisch Deventer