Grote Kerkhof

Het oude stadhuis

Het oude stadhuis van Deventer aan het Grote Kerkhof is een van de belangrijkste historische gebouwen van de stad. Het ligt tegenover de Lebuinuskerk en vormt al eeuwen het bestuurlijke hart van Deventer. De geschiedenis gaat veel verder terug dan de huidige gevel. Het oude Stadhuis van Deventer aan het Grote Kerkhof kent een rijke geschiedenis die al in 1339 voor het eerst officieel werd vermeld. In 1339 wordt er gesproken over het stadhuis (Domus Civitas). De absolute oorsprong van het bestuurscentrum ligt op de hoek van het Grote Kerkhof en de Polstraat. In de kelder onder dit deel bevindt zich nog een tufstenen zijmuur uit de 11e eeuw, gefundeerd op basaltzuiltjes.
Dit hoekpand deed oorspronkelijk dienst als de lakenhal (het Wanthuis) van de Hanzestad Deventer. Op de hoek met de Polstraat was ook het wanthuis gevestigd (eveneens van voor 1337), waarin laken werd opgeslagen alvorens te worden verhandeld. Hier vond waarschijnlijk ook de keuring van de wollen stof plaats. Het Deventer laken werd vooral verhandeld met de Bergenvaarders en was aanzienlijk goedkoper en waarschijnlijk kwalitatief minder dan het Hollandse laken uit onder meer Leiden. In de 14e eeuw vond deze handel ook op het Grote Kerkhof zelf plaats, wat echter als ongepast werd beschouwd.
Deze handel werd zodoende verplaatst naar de Brink, waar ook de handel in andere producten plaatsvond. Handel bleef echter ook in het Wanthuis zelf plaatsvinden. In de 17e eeuw, tijdens de bloeitijd van Deventer als Hanzestad, werd het gebouw ingrijpend vernieuwd. Architect Jacobus Roman ontwierp de nieuwe classicistische voorgevel die in 1693-1694 werd uitgevoerd. De gevel werd gemaakt van Bentheimer zandsteen en kreeg de stadswapens van Deventer en het bisdom Utrecht. De strakke classicistische stijl moest de macht en waardigheid van het stadsbestuur uitstralen. Binnen zijn nog historische onderdelen aanwezig, zoals oude raadzaalruimten, stucwerk, schilderijen en bestuurlijke herinneringen aan de eeuwenlange rol van het gebouw. Een bekend werk is “De magistraat van Deventer” van Gerard ter Borch II uit 1667. In de periode 2013-2016 werd het oude stadhuis gerestaureerd en verbonden met een nieuw stadskantoor in het huidige Stadhuiskwartier. Daarbij bleef het monumentale oude gedeelte behouden. Het Grote Kerkhof zelf was vroeger niet alleen een plein: het was eeuwenlang het kerkhof rond de Lebuinuskerk. Tot de 17e/18e eeuw werden hier mensen begraven. Naar schatting liggen hier ca 40.000 mensen, in lagen, begraven. Archeologische vondsten tonen aan dat het gebied al sinds de middeleeuwen een belangrijke plek in de stad was.

Oude stadhuis

Het stadhuis is ontstaan door de samenvoeging van twee hoofdgebouwen. Die twee hoofdgebouwen, het Raadshuis met onder meer een hal en de oude raadszaal, en het Wanthuis vormden in de zeventiende eeuw samen het nieuwe Raadshuis. In het Wanthuis, op de hoek van het Grote Kerkhof en de Polstraat, was in de middeleeuwen de lakenhal gevestigd, waar de kooplieden tijdens de jaarmarkten hun wollen stoffen (laken) te koop aanboden. Toen het Wanthuis in de vijftiende eeuw deze functie verloor werd het vergaderruimte voor de gezworen gemeente, een college van wijkvertegenwoordigers.
In 1694 werd een nieuwe voorgevel gebouwd naar een ontwerp van Jacob Roman, die ook paleis Het Loo in Apeldoorn heeft gebouwd. De voorgevel bestaat sinds die tijd uit blokken zandsteen, afkomstig uit het Duitse stadje Bentheim. Voor het Wanthuis ontwierp de beroemde Amsterdamse bouwmeester Philip Vingboons een nieuwe buitengevel. De verbouwing was zo kostbaar, dat de Deventenaren er nog jaren voor hebben moeten betalen.
In de twintigste eeuw werden ook het Landshuis en enkele kleinere bijgebouwen bij het stadhuis betrokken. Het is nu een ingewikkeld gebouwencomplex met oude en nieuwe elementen.

Historische slangbrandspuiten

1906 – 1909: In de hal van het oude stadhuis stonden vroeger onder meer twee historische slangbrandspuiten van het type van Jan van der Heyden. Deze brandspuiten waren een herinnering aan de ontwikkeling van de brandbestrijding in de stad; Van der Heyden verbeterde in de 17e eeuw de brandspuit en introduceerde de praktische leren brandslang.
De spuiten zijn later overgebracht naar Museum De Waag, waar meer stedelijke geschiedenis en voorwerpen uit Deventer worden bewaard.
De lantaarn die bij het stadhuis hoorde, kreeg later een nieuwe plek: in 1992 werd deze geplaatst bij het pand De Linnenkist aan de Hofstraat 8-10. Daarmee bleef een deel van de aankleding van het historische stadhuis behouden in het Deventer straatbeeld.

Onderwijs en Wonen

Nummer 5–6: De voormalige Latijnse school. Dit historische onderwijsinstituut werd in 1839 verkocht aan jonkheer J.W.H. Teding van Berkhout.
Nummer 19: Gebouwd in 1839.

Verdwenen Panden
Nummer 7–8: Gesloopt in 1881.
Nummer 9: Gesloopt in 1880.
Nummer 11: De oorspronkelijke voorgevel is gesloopt in 1909.
10: KOEKBAKKERIJ, 11: voorgevel gesloopt 1909, 19: gebouwd 1839, KOEKBAKKERIJ DE GEKROONDE ALMANSGADING, 20: toestand voor 1877 (toen winkelpui aangebracht) tabakswinkel Van Veelen, 21: HOTEL VAN DEN STOCK, 22: LOGEMENT (De Moriaan).

Het Grote Kerkhof in de sneeuw – 1915

Stovenzettershuisjes ook wel Maagdenhuisjes genoemd.

De Maagdenhuisjes, ook wel Stovenzettershuisjes, staan aan het Grote Kerkhof 37-40 in Deventer. Ze werden waarschijnlijk begin 17e eeuw gebouwd tegelijk met de uitbreiding van de zuidelijke zijbeuk van de Mariakerk, die naast de Lebuïnuskerk stond. Van de Mariakerk is tegenwoordig vooral deze zijbeuk met de huisjes bewaard gebleven.

De vier kleine woningen dienden als zogeheten kameren voor alleenstaande vrouwen, bejaarde en arme weduwen. Veel bewoonsters waren als stovenzetster verbonden aan de Lebuïnuskerk. Zij verhuurden in de winter voetstoven, houten kistjes met gloeiende kolen, aan welgestelde kerkgangers. Daarnaast verzorgden zij de kolenvoorziening en verrichtten vaak schoonmaakwerk in de kerk.

Elk huisje is afzonderlijk een rijksmonument. Samen met de resten van de Mariakerk en het stadhuis vormen zij een beeldbepalend onderdeel van het historische Grote Kerkhof.

De huisjes passen binnen de traditie van kerkelijke armenzorg en huisjesstichtingen in Deventer. Door de beperkte ruimte binnen de vestingstad werd ieder stukje grond benut, wat resulteerde in deze zeer compacte eenlaagswoningen onder een lessenaarsdak.

De Mariakerk was oorspronkelijk een parochiekerk voor de Deventer burgerij, maar werd na de overgang naar het protestantisme in 1591 buiten gebruik gesteld. Omdat de stad vier kerken te veel vond, werd de kerk deels afgebroken. De noordelijke zijbeuk maakte plaats voor woningen, terwijl de zuidelijke zijbeuk behouden bleef en later onder meer diende als arsenaal en brandweeropslag.

Hoewel ook tegen de zuidzijde van de Lebuïnuskerk ooit muurhuisjes stonden, behoren de nog bestaande huisjes aan het Grote Kerkhof tot de voormalige Mariakerk en niet tot de hoofdkerk zelf.

Restauratie 17 – 18

Aanvang restauratie in 1983- 1984.: Grote Kerkhof/17-18, Achter de Muren – Duimpoort/1
Dit betreft de grootschalige restauratie en herontwikkeling van het historische pand Grote Kerkhof 17-18 in Deventer, dat plaatsvond tussen 1983 en 1984. Dit project omvatte eveneens de achterzijde van het complex, gelegen aan de straat Achter de Muren – Duimpoort 1.
Na de restauratie is in 1993 aan de ingang van Achter de Muren – Duimpoort 1 een opvallende, historische deuromlijsting geplaatst. Deze omlijsting, compleet met pilaren en kapitelen, is een hergebruikt ornament afkomstig van het voormalige pand van koekbakkerij Klopman Baerselman (hoek Lange Bisschopstraat / Kleine Poot).

Athenaeumbibliotheek

Het Stadhuis van Deventer aan het Grote Kerkhof 4 huisveste de historische bibliotheekzaal uit 1863 van de Athenaeumbibliotheek. Deze zaal werd in de 19e eeuw speciaal ingericht om de snelgroeiende en waardevolle academische collectie van de stad te bewaren.
De Athenaeumbibliotheek is opgericht in 1560 en is daarmee de oudste stadsbibliotheek van Nederland.
De sfeervolle zaal uit 1863 diende lange tijd als de centrale opslag- en studiezaal voor wetenschappelijke boeken, atlassen en handschriften.
Hoewel de publieksstudiezaal en de hoofdlocatie van de Athenaeumbibliotheek tegenwoordig gevestigd zijn aan Het Klooster 12, maakt de monumentale bibliotheekzaal nog altijd integraal deel uit van het historische stadhuiscomplex.

Kermse op het Grote Kerkhof

Grote Kerkhof 21, Boudewijnse

Hotel De Engel werd in de bezettingsjaren beheerd door J. Boudewijnse.

Hotel de Engel

Grote Kerkhof 21Hij woonde er niet. Het was vanwege het clandestiene eten en drinken populair bij Duitse officieren. Op een van de verdiepingen verbleef enige tijd samen met haar dochter Loeka (1930) de Joodse schrijfster Helma Wolf-Catz (1900- 1979). Helma was met haar eveneens Joodse man, de advocaat Justus Wolf 1896 – 1944), ondergedoken geweest in Loosdrecht. Daar konden ze echter niet blijven. Toen zich daarvoor een goede gelegenheid voordeed sloegen Helma en Loeka op de vlucht. Maar Justus Wolf bracht dat niet meer op en bleef alleen achter. Hij is na een verblijf in Westerbork in een vernietigingskamp vermoord.

Hotel de Engel en Hotel de Moriaan.

Moeder en dochter zochten hulp bij een oude vriend van Justus Wolf, Gerhard Lugard jr. in Deventer. Deze was in de bezettingstijd voorzitter van De Kleine Kring, een illegaal literair gezelschap. Op de maandelijkse bijeenkomsten werden voordrachten gehouden door Nederlandse schrijvers van naam die weigerden om lid te worden van de Kultuurkamer. Lugard zorgde ervoor dat Helma en haar dochter Loeka op het gemeentehuis van Voorst in juli 1944 van een ‘goede’ ambtenaar valse papieren kregen zonder J, maar wel onder hun werkelijke naam. Vervolgens werden ze officieel overgeschreven naar Deventer. Zij woonden enige tijd ‘normaal’ in hotel De Engel. Toen is er iets gebeurd, dat leidde tot de aanhouding van Loeka. Haar moeder sprong in paniek uit een raam van de eerste verdieping en ontkwam. Loeka werd later vrijgelaten. Ze kwamen weer samen en doken nu echt onder in Deventer. Een getuige die toen in het benedenhuis van Assenstraat 34 woonde verklaart dat Helma en Loeka ondergedoken gezeten hebben op dit adres. Helma is door een andere getuige gesignaleerd op Zwolseweg 119. Tenslotte belandden moeder en dochter een week voor de bevrijding op Eerste Pauwelandstraat 1.

Bij de boekhandelaar Lammert Halfwerk (Assenstraat 22) werd van Helma Wolf-Catz tijdens de bezetting de rijmprent ’t Is donker nog… illegaal uitgegeven. De omslagtekening is van de hand van Alex ten Kleij (Grote Overstraat 33). Loeka Wolf Catz beschreef haar oorlogsherinneringen in Kind in de schaduw.

 

© Copyright - Historisch Deventer