Diepenveen

 

Station Diepenveen Oost

Met de opening van de spoorlijn van de Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij Deventer-Ommen (OLDO) op 1 oktober 1910 kreeg Diepenveen een eigen station aan de lokaalspoorlijn Deventer-Ommen. Het station opende aanvankelijk onder de naam Station Diepenveen en werd gebouwd door aannemer Ackerstaff uit Deventer. De bouw kostte 10.875 gulden, terwijl voor het bijbehorende nevengebouw nog eens 1.475 gulden werd betaald.

Hoewel het een station aan een lokaalspoorlijn betrof, was het opvallend ruim en rijk uitgevoerd. Het bakstenen stationsgebouw was gebouwd volgens het standaardtype van de OLDO en vertoonde overeenkomsten met stations van de NOLS. Het beschikte over een wachtkamer, kantoorruimte, dienstwoning en een aangebouwde goederenloods.

In juni 1921 werd de naam gewijzigd in Station Diepenveen Oost om verwarring te voorkomen met Station Diepenveen West aan de spoorlijn Deventer-Zwolle, gelegen aan de Sallandseweg. Daarnaast lag binnen de toenmalige gemeente Diepenveen nog Station Eikelhof, waar eveneens de OLDO-trein stopte. Door de opmerkelijke gemeentegrens tussen Diepenveen en Olst kwam Station Eikelhof nét binnen de gemeente Diepenveen te liggen. Daarmee telde de voormalige gemeente Diepenveen maar liefst drie spoorwegstations: Diepenveen Oost, Diepenveen West en Eikelhof.

De OLDO-lijn bleek echter niet rendabel. Door de toenemende concurrentie van autobusdiensten liep het reizigersvervoer terug en werd de lijn op 15 mei 1935 gesloten voor personenvervoer. Daarmee kwam ook een einde aan het gebruik van Station Diepenveen Oost als spoorwegstation.

Na de sluiting bleef het stationsgebouw nog tientallen jaren behouden en kreeg het verschillende functies, waaronder die van Groene Kruisgebouw. Uiteindelijk werd het markante gebouw in 1986 gesloopt. Daarmee verdween een opvallend herinneringspunt aan de voormalige lokaalspoorlijn Deventer-Ommen en aan de tijd waarin de gemeente Diepenveen over drie stations beschikte.

Medewerkers Gemeentewerken

Diepenveen – Groepsportret – 1951: Medewerkers Gemeentewerken Diepenveen aan de Kolkmansweg 5, bij afscheid van Ter Nalis: E.van de Vilekkert, Hein de Brouwer, Jans van de Viekkert, Jan de Brouwer, Willem Roelofs, Anton Gerrits, Jan Geertman, Jo Smit, Johan Roelofs, Wesselink, Koers (dagelijkse leiding), Tinus Eilers, Hendrik Brinkman, Dieks en Haan, ter Nalis, Schiphorst, van de Wal, Bolink, Geertman, Hollegien, Bollink, G. van Hel, Hullman, Nederlof, Frits Bollink, de Haan.

Dorpsstraat

Rond 1902 ontwikkelde de Dorpsstraat in Diepenveen zich van een landelijke zandweg tot de belangrijkste straat van het dorp. De noord-zuid lopende straat vormde de ruggengraat van Diepenveen; de bebouwing concentreerde zich aanvankelijk tussen de twee bruggen over de Zandwetering en breidde zich daarna verder langs de straat uit.

In 1841 telde de dorpskom zeven huizen en ongeveer vijftig inwoners. Daarna ontstond geleidelijk lintbebouwing langs de huidige Dorpsstraat en Oranjelaan. Tussen 1850 en 1900 verdichtte deze bebouwing aanzienlijk, wat op een kaart uit 1900 duidelijk zichtbaar is. De oprichting van een vrijwillige brandweer in 1901 weerspiegelt de toenemende professionalisering van het dorp.

De Dorpsstraat was deels bestraat met kasseien (“kinderköpkes”), terwijl vervoer vooral plaatsvond met paard en wagen. Rond deze tijd verschenen ook diverse karakteristieke woningen, waaronder die van schoenmaker Oortmarssen (1896) en timmerman Jan Geerdes (1898), aangevuld met omliggende woningen tussen 1904 en 1905.

Aan de straat stond nog het oude erve Rander Klooster, ooit eigendom van het 15e-eeuwse vrouwenklooster van Diepenveen. Rond 1902 woonde hier vermoedelijk de familie Kruissink. De boerderij werd rond 1915 afgebroken voor het huidige herenhuis Oud-Diepenveen.

In en rond de Dorpsstraat waren ambachtslieden gevestigd, zoals kleermaker Kieftenbeld, een bakker, een smid en verschillende dorpscafés. Het historische middelpunt van het dorp was de hervormde kloosterkerk aan het Kerkplein, het overgebleven deel van het voormalige vrouwenklooster.

Naast de brug over de Soestwetering stond de Naai- en Breischool, gebouwd in 1872-1873. Het gebouw omvatte één leslokaal en een woning voor de onderwijzeres; bij de opening waren al circa tachtig meisjes ingeschreven. Aan de overkant van het Kerkplein stond de voormalige herberg De Vrolijke Boer, later bekend als De Brouwerij.

Lokale cafés en herbergen, waaronder het bekende Café-Restaurant W. Bloemendal, vormden een belangrijk ontmoetingspunt voor zowel Diepenveners als reizigers.

Huize ‘t Clooster in Diepenveen en zijn geheimen.

Burgemeester Doffegnies van Diepenveen liet in 1898 een fraaie villa (later ’t Clooster genoemd) bouwen aan de Sallandsweg. De Architect is onbekend.
Doffegnies was burgermeester van Diepenveen van 1895 tot 31-12-1919. Hij is getrouwd met P.J.M. van Marle op 25 mei 1892 te Deventer. Hij was toen 27 jaar oud. Het gezin van Jan Willem Doffegnies bestond naast zijn vrouw uit vier kinderen:

1. Eelix Hyacinthe Henri Doffegnies 1893-+ 1972
2. Hendrik Willem Jacob Doffegnies 1894-+ 1969
3. Hendrik Rudolph Doffegnies 1895-+ 1976
4. Henrica Judith Doffegnies 1898-1990 *

Hij vertrok 8-01-1916 vanuit Diepenveen naar den Haag. Het huis werd na 1916 aangekocht door de heer Joann Kruys geboren op 3-02-1867 in St.Petersburg. Hij was ambtenaar in waar hij tot 1918 maar zijn gezin woonde.
Villa ’t Clooster aan de Sallandsweg in Diepenveen werd bewoond door de families Doffegnies, Hopperus Buma en Jordens.
De villa werd tijdens de oorlog gevorderd t.b.v. het echtpaar Rost van Tonningen. Hij was toen leider van het Economisch Front van de NSB, president van de Nederlandsche Bank en waarnemend Secretaris-generaal van Financiën.
Hiervoor woonde de familie in Schalkhaar. Schalkhaar had in de oorlog geen goede reputatie. Naast de kazerne van het Politieopleidingsbataljon werd er in 1942 het Departement van financiën ondergebracht in Park Braband. Voor minister Meindert Rost van Tonningen en Thesaurier Generaal Rambonnet, beiden overtuigd nazi’s, en hun staf werden verschillende villa’s in Schalkhaar gevorderd. Rost van Tonningen werd gehuisvest in de villa de Zonneheuvel. (Rond 1900 kwam de in chaletstijl gebouwde villa Zonneheuvel Kon. Wilhelminalaan 1, gebouwd in opdracht van de firma Stoffel tot stand).
De Wehrmacht had de villa de Zonneheuvel later gerekwireerd voor de eigenaar, die een worstfabriek had en als leverancier van zijn fabriek, nu wehrmachtsbetriebsleiter was geworden.
In de tuin van ‘t Clooster had Rost van Tonningen s’nachts kisten met vertrouwelijk dossiers begraven. Deze kisten werden direct na het vertrek van Rost van Tonningen opgegraven door de geallieerde inlichtingendienst, de Canadian Field Security. De papieren zijn nooit openbaar geworden.
Hieruit blijkt wel dat de Engelsen en Canadezen een opvallende interesse toonden voor Rost van Tonningen. Bruno Vannier, voormalig sergeant bij de inlichtingendienst van het Canadese leger, schonk het Legermuseum het dienstpistool met de bijbehorende tas en het zogeheten Soldbuch van Meinoud Marinus Rost van Tonningen. Het betreft een standaard pistool van het type P.38 Walther, met het wapennummer 7891, vervaardigd in 1943 bij Waffenfabrik A.G.
Welk geheim geheim droeg Rost van Tonningen nog meer met zich mee?
Zelfs al was de bevrijding van Amsterdam niet onmiddellijk ophanden, hij moest wat doen. Hij moest voorbereidingen treffen voor het geval de geallieerde opmars zou doorzetten. Rost van Tonningen was met een gecamoufleerde auto gevlucht naar zijn huis ’t Clooster in Diepenveen, met medeneming van een onbekende hoeveelheid contant geld en goud dat hij uit de kluis van de bank had laten halen.
Onderzoeken in de tuin van ‘t Clooster en elders in Diepenveen heeft echter nooit wat opgeleverd maar ……..
Nadien woonden advocaat-procureur Hein Jordens in de villa ’t Clooster aan de Sallandsweg.
Op last van mr. dr. H.W. Jordens, is in 1961, de inboedel in de de villa ‘t Clooster” geveild. De eens zo mooie villa is in de jaren 60 afgebroken.

 

De geschiedenis van het Smokkelpad

Het Smokkelpad was een informele sluiproute tussen Diepenveen en Deventer, ontstaan om de tol te vermijden die in de negentiende eeuw werd geheven op de Diepenveensche Puinweg. Reizigers die geen tolgeld wilden betalen, konden vanaf de Zandwetering via de landerijen naar Deventer lopen of fietsen. Aan dit gebruik dankt het pad zijn naam.

De benaming Smokkelpad kan enigszins misleidend zijn. Van echte smokkel van verboden goederen was namelijk geen sprake. Het woord ‘smokkelen’ verwees hier naar het ongemerkt passeren van de tol. Men smokkelde als het ware zichzelf en zijn goederen langs de tolpoort om de heffing te ontlopen.

Een belangrijke rol speelde het tolhuis dat vanaf 1849 stond bij de kruising van de Diepenveensche Puinweg en de Boxbergerweg. De weg was aangelegd om de verbinding tussen Deventer en Diepenveen te verbeteren; de aanlegkosten werden terugverdiend via tolheffing. Zelfs aan het begin van de twintigste eeuw moest voor het gebruik van de weg nog worden betaald. In 1910 bedroeg de tol voor een fiets bijvoorbeeld twee cent.

Omdat veel mensen deze kosten liever vermeden, ontstond een veelgebruikte alternatieve route over de aangrenzende landerijen. Het smalle zandpad groeide uit tot een begrip in de omgeving en kreeg zo de naam Smokkelpad.

Aan het tolstelsel kwam in 1914 een einde. De opheffing van de tol werd feestelijk gevierd en de slagboom verdween. Het hele dorp vierde mee, evenals de familie Brummelkamp, die het tolhuis beheerde en er nooit bijzonder welvarend van was geworden.

Tot 1 januari 1960 maakte het gebied rond het Smokkelpad, waar tegenwoordig de Deventer wijk Borgele ligt, deel uit van de gemeente Diepenveen. Daarna werd het gebied geannexeerd door de gemeente Deventer om ruimte te bieden aan de ontwikkeling van nieuwe woonwijken, waaronder Borgele, Keizerslanden en Platvoet.

In de jaren zestig had het Smokkelpad nog een landelijk en idyllisch karakter. Het onverharde pad werd omzoomd door hoge populieren en liep langs de historische boerderij van de familie Holtkuile, op de plek waar vroeger de havezate Borgele had gestaan. Dit oorspronkelijke karakter verdween echter toen de Overstichtlaan begin jaren zestig dwars over het oude tracé werd aangelegd.

Om de verbinding voor fietsers en voetgangers te behouden, liet de gemeente een fietstunnel onder de nieuwe weg bouwen. De opening daarvan kreeg een ludiek tintje: burgemeester Bolkestein fietste als eerste door de tunnel en reed daarbij symbolisch door een papieren versperring heen.

Zo herinnert het Smokkelpad nog altijd aan een tijd waarin inwoners van Diepenveen en Deventer op vindingrijke wijze de tol probeerden te ontwijken en een eenvoudig zandpad uitgroeide tot een klein maar bijzonder stuk lokale geschiedenis.

Eerste Nederlandsche Cocosfabriek

De Eerste Nederlandsche Cocosfabriek was een invloedrijke weverij en tapijtfabriek die bestond van 1860 tot 1969 in de regio Deventer en Diepenveen.
De fabriek is ontstaan uit de tapijtfabriek Hubers & Co. uit Deventer.
In 1860 begon Frederik Wilhelm Hubers in Deventer een “Weverij van Effen en Gekleurd Cocosdoek voor Tapijten, Lopers en Matten”. Zoon F.W. Hubers gaat verder met de fabriek en verhuist eerst naar de Nieuwstraat en daarna naar de Zwolsestraat (nu Gibsonstraat). Helaas kreeg Wim Hubers een hartverlamming in 1922 toen een belangrijke kapitaalverschaffer zich terugtrok; dat bleek het einde van de Deventer episode. Zijn zoon Wim Hubers maakte een doorstart in 1926 met de “Eerste Nederlandse Cocosfabriek” in Diepenveen. De fabriek werd uiteindelijk overgenomen door een tapijtfabriek in Genemuiden en brandde in 1964 af.
Belangrijke feiten:
    • Oprichting: Gesticht in 1860 door Wim Hubers.
    • Locatie: Gelegen in Deventer en later gevestigd aan de Olsterweg / Diepenveen (nabij de Driehoeksweg).
    • Productie: Er werd met name kokostapijt en matten van kokosvezels geweven.
    • Overname en einde: In 1950 werd het bedrijf overgenomen door de firma De Lange uit Genemuiden. Na een grote brand in 1964 en verdere neergang sloot de fabriek definitief in 1969.
    • Geschiedenis: Uitgebreid opgeschreven in het boek Eerste Nederlandsche Cocosfabriek. Geschiedenis van een weverij in Deventer en Diepenveen (1860-1969) van de Historische Vereniging Dorp Diepenveen e.o..
(Let op: Dit moet niet worden verward met de latere Nederlandsche Cocosfabriek (Nedcos) in Apeldoorn, die in 1906 door Abraham Bukowsky werd opgericht)
© Copyright - Historisch Deventer