Nieuwstraat
Postkantoor
Postkantoor in 1906 ontworpen door C.H. Peters. De architect ontwikkelde als rijksbouwmeester voor dit gebouwtype een eigen stijl, ook wel Postkantorengotiek genoemd. Deze stijl is te typeren als Neo-Renaissancistisch met erin opgenomen elementen uit de Gotische religieuze architectuur.
Van de drie postkantoren naar ontwerp van Peters in Salland (naast Deventer ook Zwolle en Kampen) is dit het representatiefst en heeft dit de grootste stedenbouwkundige waarde. De stoffering van het interieur is veranderd volgens modernere huisstijlen van de PTT, de hoofdindeling is hierbij echter intact gebleven. De gevels aan de binnenzijde van het gebouw zijn of door nieuwbouw vervangen of gewijzigd.
Rechts naast de entree is een gietijzeren WAPENSCHILD bevestigd, ontworpen door Michiel de Klerk. Van dergelijke schilden zijn er 50 gegoten door Braat uit Delft.
Omschrijving
Postkantoor met U-vormig hoofdgebouw en L-vormige uitbreiding, opgetrokken in baksteen over twee bouwlagen onder met Lucas IJsbrand (dakschild voorgevel) en Bouletpannen gedekte zadeldaken. Het pand staat op een uitgemetselde plint. De gevels aan de straat hebben een kolossale pilasterorde, in het hoofdgebouw geaccentueerd door geglazuurde steen. De architectuur van de uitbreiding is soberder dan van het hoofdgebouw. In beide zijn aanzet-, sluitstenen en speklagen van natuursteen. Alle vensters in de straatgevels zijn afgesloten met een segmentboog; in het U-vormige blok betreft het op beide verdiepingen T-vormige schuifvensters met drieruits bovenlichten, in het L-vormige deel schuifvensters met tweeruits bovenlichten.
De nagenoeg symmetrische voorgevel (W) heeft een middenrisaliet onder een steekkap met een tuitgevel. Centraal op de begane grond bevindt zich de entree onder een meerruits bovenlicht met bakstenen deelzuiltjes, aan weerszijden een schuifvenster. Op de verdieping centraal in de risaliet een drielichts venster met aan weerszijden een venster. In de geveltop een negenlichts vensterpartij, aan de zijden opklimmend, met bakstenen deelzuilen. Hierboven een dito vijflichts venster. Aan weerszijden van het risaliet drie vensterassen met op beide verdiepingen een venster per as. Links op de begane grond in het midden een dienstentree, sterk vergelijkbaar met de hoofdentree. Onder de daklijst, behalve bij het risaliet, een uitgemetseld rondboogfries. In beide dakschilden een dakkapel onder steekkap met tuitgevel en T-vormig schuifvenster met drieruits bovenlicht.
De koppen van het voorgebouw worden gevormd door twee tuitgevels (Z en N) die ieder drie vensterassen tellen met een bredere middenas. In elke travee op beide verdiepingen een venster, behalve linksonder in de zuidgevel. In beide toppen van de tuitgevels een drielicht vensterpartij met bakstenen deelzuilen, geflankeerd door twee opklimmende nissen, op één raamdorpel.
De zuidgevel, rechts van de tuitgevel, is aanzienlijk soberder uitgevoerd dan de overige gevels. Deze telt zeven assen op onregelmatige onderlinge afstand, met op beide verdiepingen per as één venster. De travee geheel rechts heeft drielichts vensters met bakstenen deelzuilen die licht geven aan het trappenhuis.
De gevel van het hoofdgebouw aan de Smedenstraat (N) telt, links van de tuitgevel, vier traveeën. Per travee op beide verdiepingen twee gekoppelde vensters en in het dakschild een dakkapel onder steekkap. Alleen op de verdiepingen zijn de neggen uitgevoerd in geglazuurde steen.
De gevel van de L-vormige uitbreiding van het postkantoorgebouw is in de Smedenstraat in zeven en in de Bagijnenstraat in drie traveeën verdeeld, waarvan de opbouw hetzelfde is als van het hoofdgebouw. De linkertravee in de Bagijnenstraat heeft op de begane grond vier kleine vensters. De hoek is afgesnoten met een kwartronde blinde travee.

Nieuwstraat 23
Nieuwstraat 23 is een 20e-eeuws gebouw (1913/1914), gebouwd door J. A. Bosman. Bouwjaar: 1913 (in sommige BAG-registraties 1914 genoemd). Bouwheer/architect: J.A. Bosman. Het betreft een winkel-woonpand uit het begin van de twintigste eeuw, passend in de vernieuwing van de Nieuwstraat in die periode.
Nieuwstraat 25-27 is een zeer oud pand (1645), 381 jaar oud. Bakkerij van de firma Th.Boerkamp was een lokaal bedrijf dat lang actief was in Deventer. Het pand behoort tot de oudere bebouwing van de Nieuwstraat en maakt deel uit van het historische straatbeeld van de Deventer binnenstad.
Joodse bakkerij De Leeuw
Voor nummer 25 is daarnaast bekend dat hier vóór de Tweede Wereldoorlog de koosjere bakkerij van de familie De Leeuw gevestigd was. Deze bakkerij stond onder rabbinaal toezicht en leidde bakkersknechten uit heel Nederland op. Tegenwoordig herinnert de naam van het voormalige stadslogement “De Leeuw” aan deze familie.

Het R.K. St.-Josefziekenhuis
Rond 1751 was het complex een rooms-katholieke pastorie. Op deze plek stond ook een katholiek kerkje.
De geschiedenis van de zusters die het Sint Jozef Ziekenhuis runden, is onlosmakelijk verbonden met de Zusters van Liefde uit Tilburg. Deze katholieke congregatie werd in 1832 gesticht door mgr. Joannes Zwijsen met als kernwaarden barmhartigheid, eenvoud en godsvertrouwen.
Bijna anderhalve eeuw lang vormden zij een fundamentele pijler in de Deventer gezondheidszorg en samenleving. Het voormalige R.K. St.-Josefziekenhuis (Nieuwstraat 41) is een neorenaissancistisch gebouw met neogotische details op complexe plattegrond.
Naast een 18de-eeuwse schuilkerk, die in 1856 werd verbouwd. In 1857 arriveerden de eerste vier Tilburgse zusters in Deventer. Door hun laagdrempelige hulp aan de lokale bevolking werden de zusters al snel vertrouwde en graag geziene gezichten in de stad. Zij vestigden zich aan de Nieuwstraat in een voormalig gebouw van de Broederenkerk. Hier begonnen ze met een bewaarschool en een naaischool voor arme meisjes. Aan de Bruynssteeg verrees daartoe al in 1873 naar plannen van G. te Riele een zusterhuis annex kapel. Door een gift van mejuffrouw A.J. Zuythoff kon in 1874 een katholiek ziekenhuis gesticht worden.
De zorginstelling begon al in 1874 aan de achterliggende Bruynssteeg. Het oudere deel werd ontworpen door Gerard te Riele, de vader van Wolter.
In 1875 werd de hulp van de zusters ingeroepen bij de oprichting van het nieuwe rooms-katholieke ziekenhuisje aan de Bruynssteeg. Het bestuur werd gevormd door mensen uit voorname katholieke families.
Het ziekenhuis is gebouwd in neo-gotische stijl. In feite bestaat dit gebouw uit twee delen, die onderling verbonden worden door een trappenhuis, waarin zich prachtige neo-gotische trappen bevinden. Aan de achterzijde kwamen dagelijks de armen warm eten halen.
De zusters namen de volledige dagelijkse verzorging van de patiënten op zich. Dit deden zij volledig belangeloos en onbetaald, puur vanuit hun religieuze roeping.
Het is een markant rijksmonument waarvan de bekende voorgevel in 1896 werd ontworpen door architect Wolter te Riele (W.A.M. te Riele Gzn) in de rijk gedecoreerde neorenaissance stijl. De gevel valt op door trapgevels, speklagen en gedetailleerde ornamenten. Aan de binnenzijde bevindt zich een houten trappenhuis en een dubbele galerij. Het gebouw overleefde diverse epidemieën en de Tweede Wereldoorlog. Eveneens naar zijn plan verrees in 1880 op de hoek van de Bruynssteeg met de Tibbensteeg een zijvleugel met een ‘Hanze’-topgevel voorzien van pinakels. In 1888 volgde een verdere uitbreiding.
in de 19e eeuw kwamen er nog veel gevaarlijke besmettelijke ziektes voor, zoals cholera, pokken, tyfus, dysenterie, tuberculose, roodvonken en mazelen. In 1855 stierven in Deventer 17 mensen aan cholera en in 1859 vielen 20 kinderen ten slachtoffer aan de tyfusepidemie.
In 1896 verrees dankzij een legaat van A.L. van der Lande een nieuwe vleugel aan de Nieuwstraat, naar plannen van W. te Riele. Aan de binnenplaatszijde van deze vleugel bevindt zich een dubbele galerij. Het beeld van St. Jozef onder baldakijn en het reliëf op de hoek, van Christus en de maanzieke jongeling, zijn waarschijnlijk van de hand van J. Custers. Het traptorentje en een deel van de vleugel aan de Nieuwstraat werden in 1915 verhoogd naar plannen van A.H. Feberwee ten behoeve van de bouw van een röntgenkamer. Delen van de oorspronkelijke afwerking van het interieur zijn bewaard, zoals betegelde vloeren, fragmenten van wandbeschilderingen en de plafonds bestaande uit versierde gewapend-cementplaten. Het pand heeft een monumentale entree, waarvan het trappenhuis alle verdiepingen doorsnijdt en wordt gedekt door een beschilderd houten gewelf met centraal een gebrandschilderd lichtraam. In 1924 werd Nieuwstraat 51 verbouwd tot zusterhuis naar ontwerp van M.A. Roebbers. In 1956/57 vertrok men naar een nieuw ziekenhuis aan de van Oldenielstraat, waarna de kapel van het zusterhuis uit 1873 in 1969 werd gesloopt; de ziekenhuiskapel is sinds 1984 in gebruik bij de orthodoxe parochie van de H.H. Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus. In het oude Sint-Jozefziekenhuis is nu het Gildehotel gevestigd. Het latere Sint Jozefziekenhuis aan de Van Oldenielstraat is nu een gezondheidscentrum. Het fuseerde later tot het huidige Deventer Ziekenhuis.


Nonnen en de binnentuin Sint Jozef



Hardonk 1920

Nieuwstraat van Eunen’s sigaren en tabak spannen de kroon 1925

Nieuwstraat Engestraat en Stromarkt 1930

Goedkope Sam, de Man van Deventer
Tot de Tweede Wereldoorlog kende Deventer veel bekende joodse zaken, zoals “De Sajetbaal”, de groothandel in garens van M.S. Noach op de hoek van de Noordenbergstraat en het Klooster, en de groothandel in lompen en huiden van A.S. Noach, eveneens in de Noordenbergstraat.
Maar de bekendste Noach in Deventer was “Goedkope Sam, de Man van Deventer”, die op de hoek van de Nieuwstraat en de Kuiperstraat een winkel in textielgoederen had. Sam Noach was binnen en buiten Deventer bekend vanwege zijn zeer bijzondere manier van handeldrijven in, met name, “Vlaams Kloosterlinnen”. Zijn manier van reclamemaken was heel direct en persoonlijk: met een foto van zichzelf kondigde hij zich in de kranten aan met “Hier ben ik!” en ook door zichzelf vaak tot het middelpunt van belangrijke gebeurtenissen te maken.
Sam was geboren in 1882 en trad als jongen in dienst van een textielhandelaar. Met de zoon van de baas reisde hij de markten in de omgeving van Deventer af. Toen hij achttien jaar was, begon hij voor zichzelf. Met een grote kar met textielgoederen ging hij langs de deuren. Later had hij de winkel, maar daar stond hij nooit zelf, want hij was altijd op pad. Hij was optimistisch van aard en gauw geneigd tot een grap. Toen hij voor een sollicitatie als minister in Den Haag was afgewezen, zei hij laconiek dat hij tóch de lakens zou blijven uitdelen.
In de oorlog weigerde Sam onder te duiken. Hij werd opgepakt en stierf in 1942 in concentratiekamp Auschwitz.
Deze gevelreclame in de Kuiperstraat is enkele jaren geleden gerestaureerd.
