Boxbergerweg

 

De Molen van Lammers

1960: De Molen van Lammers (ook bekend als De Werklust) was een markante korenmolen in Deventer die in 1879 werd gebouwd aan de Boxbergerweg.
Het was een grote, kantige stellingmolen die werd gebruikt als korenmolen.
De molen stond op de hoek van de Boxbergerweg en de Tabakswal, direct naast de vroegere tabaksfabriek. Tegenwoordig bevindt zich op die locatie de Werkluststraat (vernoemd naar de molen)
De molen was in het bezit van de firma A.J. Lammers. Deze graanhandel liet later, in 1924, ook de bekende Zwarte Silo in de Deventer Haven bouwen.
De molen is gebouwd in 1879, ontwiekt in 1935 en gesloopt 1961.

Boxbergerweg in de jaren 20

Boxbergerweg met Bakkerij Wessels – 2004

Sigarenmagazijn “De Moerakker”

Sigarenmagazijn “De Moerakker” was een bekende, nostalgische tabakswinkel in Deventer die werd gerund door de heer W. Inklaar. De winkel was gevestigd op de hoek van de Moerakkerdwarsstraat en de Boxbergerweg.
Onder oudere Deventernaren en oud-rokers staat de zaak nog altijd bekend als een typische, ouderwetse buurtwinkel waar men tabak, sigaren en lucifers kocht. Zoals gebruikelijk voor prominente tabakszaken in die tijd, had de winkel zelfs een eigen vermelding in de ⁠Deventer lucifermerken catalogus onder de naam “Sigarenmagazijn De Moerakker – W. Inklaar”. De fysieke winkel bestaat al geruime tijd niet meer. De Moerakkerdwarsstraat zelf ligt er nog, maar de buurt is in de loop der jaren heringericht en de oude winkelpanden hebben plaatsgemaakt voor woningbouw of zijn herbestemd.
Deventer had destijds een bloeiende ⁠tabaksindustrie.
In 1853 werd in Deventer de eerste tabaksfabriek opgericht. Het was de sigarenfabriek van Verwey & Zn achter de stadsmuren bij de Duimpoort. Er volgden veel andere sigarenfabrieken, zoals die van Horst en Maas, Hulscher, Muller & Co en Hooijer (later Langkat). De tabak werd aangevoerd vanuit Indonesië, dat tot 1948 tot het Koninkrijk der Nederlanden behoorde. In het begin van de twintigste eeuw kende Deventer een bloeiende tabaksindustrie. Er werkten wel 700 mensen in die fabrieken en er waren in 1987 al 27 tabakswinkels in de stad.
Tijdens de laatste wereldoorlog kregen de sigarenfabrieken het moeilijk omdat de invoer van tabak wegviel en de Duitsers de voorraden tabak in beslag namen. In Diepenveen begonnen twee mensen toen een eigen tabaksplantage met een fabriek onder de naam Diepenveensche Tabakscentrale. Ze hadden er verstand van omdat ze in Indië op een tabaksplantage hadden gewerkt. De fabriek heeft nog tot 1957 bestaan. In Deventer sloten de twee laatste sigarenfabrieken in 1953 hun deuren.

Vlees- en conservenfabriek van Geist

In 1916 verhuisde het bedrijf naar het complex van de vlees- en conservenfabriek van Geist aan de Boxbergerweg nu Laan van Borgele. Eind jaren zestig werd het onderdeel van Hendrixs fabrieken N.V. te Boxmeer. In 1981 vond het bedrijf, dat sinds 2000 onder de naam Meester Stegeman opereert, (samen met Meester te Wijhe werd Stegeman ondergebracht bij Sara Lee Corporation), zijn eind bestemming op het industrieterrein Kloosterlanden te Deventer.

Ontwikkeling Boxbergerweg in de tweede helft van de 19e eeuw

Dit is een interessant stukje lokale geschiedenis van Deventer. Deze panden aan de Boxbergerweg vormden een karakteristiek rijtje dat representatief was voor de vroege stadsuitbreiding buiten de voormalige stadsmuren.
Hier zijn een paar aanvullende details over deze specifieke locatie en de bouwheer: Antonie Johannes Runneboom was een bekende Deventer aannemer en timmerman in de 19e eeuw. Hij bouwde veelvuldig in deze buurt (de Diepenveenseweg en Boxbergerweg), vaak als eigen belegging om de huizen daarna te verhuren of te verkopen.
De panden uit 1875 en 1882 waren typisch voor de sobere eclectische stijl van die tijd, vaak met gepleisterde gevels of decoratieve baksteendetails.
De Boxbergerweg ontwikkelde zich in de tweede helft van de 19e eeuw van een landelijke toegangsweg tot een stedelijke bebouwingsas met arbeiders- en middenstandswoningen. Veel van de oudere panden werden in de late 20e eeuw vervangen door nieuwbouw. De sloop in 1994 hing samen met de grootschalige stadsvernieuwing in de directe omgeving van de Boxbergerweg en het spoor, waarbij veel verouderde bebouwing plaatsmaakte voor modernere appartementen en winkelruimte.

Dit huys heit in den blawen steen”

Het huis met de gevelsteen “Dit huys heit in den blawen steen” behoort tot de oude bebouwing aan de Brink, op de hoek met de Assenstraat. De spelling heit voor “heet” en blawen voor “blauwen” weerspiegelt het Middelnederlandse taalgebruik uit vroegere eeuwen.
De Assenstraat zelf is ook een van de oudste straten van de stad, wat de historische waarde van dit hoekpand alleen maar versterkt.
De naam “In den Blawen Steen” wordt al in 1428 in bronnen genoemd. Zulke huisnamen waren in de middeleeuwen gebruikelijk, omdat huisnummers nog niet bestonden. Een herkenbare gevelsteen of uithangteken maakte het pand eenvoudig herkenbaar.
De gevelsteen zelf bevond zich aan de zijde van de Brink. Tijdens een verbouwing en restauratie van het pand in 1890 werd de steen opnieuw in de gevel geplaatst. Daarbij kwam hij iets meer naar links terecht dan oorspronkelijk het geval was.
De tekst in modern Nederlands luidt ongeveer: “Dit huis heet De Blauwe Steen.”

Anton Hunink

Het Anton Hunink complex in Deventer was een van de grootste vleesverwerkende industrieën van de stad en bevond zich op “De Heuvel” aan de Boxbergerweg 145 met op de achtergrond het Nieuwe Plantsoen en de Ceintuurbaan. Het bedrijf, dat ontstond uit een spekslagerij in 1884 en betrok in 1909 de voormalige DAVO-bierbrouwerij waar een uitgebreid fabriekscomplex ontstond.
In de bloeitijd (jaren 1950) werkten er bijna 800 werknemers, het was één van de belangrijkste industrieën van Deventer.
Het complex bestond uit productiehallen, droogruimten, opslag en een directiehuis.
De oorspronkelijke spekslagerij in de Broederenstraat (1884) staat bekend als een fraai Jugendstil-pand met een bijzonder glazen plafond dat bewaard is gebleven. Het bedrijf breidde snel uit met diverse slagerijen in de stad, waaronder in de Nieuwstraat, Zwolsestraat, Langestraat en Zandpoort enz. Het bedrijf was hofleverancier en had een breed assortiment van meer dan 160 artikelen, waaronder fijne vleeswaren, conserven, soepen en sauzen. In de jaren ’60 werd het bedrijf overgenomen door Zwanenberg/Organon. Uiteindelijk verdween de productie uit Deventer door fusies in de Nederlandse vleesindustrie. De fabriek was goed herkenbaar aan de grote gebouwen en schoorsteen in de skyline van Deventer. Na de sluiting van de fabriek in 1982 is het fabriekscomplex grotendeels gesloopt en bebouwd met woningen, maar de imposante villa bleef behouden en is in oude luister hersteld.

Anton Hunink filiaal

Anton Hunink rookworst

 

Anton Hunink sleutelhanger

© Copyright - Historisch Deventer