Smedenstraat
Grote stadsbrand
Na de grote stadsbrand van 21 juli 1334; toen brandde in enkele uren ongeveer twee derde van de stad af, besloot het stadsbestuur brandgevaarlijke beroepen, zoals smeden, zoveel mogelijk aan de rand van de stad te concentreren. Na die brand werden strengere maatregelen genomen, waaronder het stimuleren van dakpannen. De Smedenstraat lag destijds dicht bij de stadsgracht, waardoor er bij brand snel bluswater beschikbaar was. Dit verkleinde het risico dat een vuur zich opnieuw door de dichtbebouwde binnenstad zou verspreiden. Smeden werkten constant met open vuur. De houten huizen vatten daardoor te snel vlam. Het onophoudelijke slaan van hamers op aambeelden zorgde voor enorme geluidshinder in de winkelstraten. De stad weerde de smeden actief uit centrale straten. Alleen lichtere metaalbewerkers, zoals koperslagers, werden daar soms oogluikend gedoogd. De straat lag destijds aan de uiterste rand van de middeleeuwse stad. Dit bleek de ideale locatie om het gevaarlijke en luidruchtige ambacht te isoleren van de rest van de bewoners.
In 1797 openden Birnie en Sauret op de hoek Smedenstraat/ Nieuwstraat de eerste Deventer tapijtfabriek. Dit complex maakte in 1909 plaats voor het karakteristieke hoofdpostkantoor.
Aan de achterkant van de straat, langs de voormalige binnengracht, vestigden zich grote leerlooierijen zoals die van Slichtenbree en Riethaan.
In de straat verrees ook de bekende Smedenstraatkerk. Tijdens recente verbouwingen tot appartementen stuitte men hier zelfs op resten van een 14de-eeuwse stadsmuur.
In latere eeuwen bleef de straat een centrum van metaalbewerking. Zo was aan de Smedenstraat 3 vanaf ongeveer 1879 de smederij en constructiewerkplaats van J.W. Aberson gevestigd. Het bedrijf groeide uit tot een machinefabriek die onder meer installaties voor vleeswarenfabrieken en exportslachterijen produceerde.

Garage Hardonk
De binnenplaats van Garage Hardonk aan de Smedenstraat in Deventer is een historische locatie die in de vroege 20e eeuw tijdelijk werd gehuurd door de gemeentelijke brandweer. De overdekte binnenplaats was ideaal om de destijds moderne, gemotoriseerde brandweerwagens snel te kunnen laten uitrukken. Voordat Deventer in de twintigste eeuw een volwaardige eigen kazerne opende, zocht de brandweer naar strategische plekken in de binnenstad om gemotoriseerde spuiten en blusmaterieel onder te brengen. Garage Hardonk bood hiervoor de perfecte ruimte. Het garagebedrijf van de firma Joh’s Hardonk begon in 1903 op de hoek van de Smedenstraat en de Gibsonstraat. Het breidde later uit met panden aan de overzijde richting de Meelbrug. De huisvesting van de brandweer in Deventer kent een duidelijke chronologie:
Waag (historisch): Opslag van handbrandspuiten en basismateriaal.
Garage Hardonk (Smedenstraat): Tijdelijke stalling van de eerste gemotoriseerde wagens.
Kleine Poot 12-14: De eerste echte officiële brandweerkazerne van de stad.
Lange Zandstraat (1969): Verhuizing naar een groter, voormalig fabriekscomplex.
Schonenvaardersstraat (1990 – heden): De huidige moderne Brandweerkazerne Deventer op het industrieterrein.
De grote stadsbrand van 1334 legde tweederde van de huizen van de stad in de as. Het stadsbestuur zag in dat het belangrijk was blusmateriaal, zoals emmers en ladders, bij de hand te hebben. Zelf schafte de stad in 1548 honderd leren emmers aan met het stadswapen erop. De inwoners van de stad waren verplicht er voor te zorgen dat voor hun huis een vat met water stond.
In de 17e eeuw werden de taken bij de brandbestrijding veranderd. Vanaf die tijd kregen de doopsgezinden een groot aandeel hierin. De doopsgezinden weigerden op godsdienstige gronden gewapende dienst in de Burgerwacht. In plaats daarvan moesten zij voortaan het grootste deel van de bluswerkzaamheden in de stad op zich nemen.
In 1672 ontwikkelde een Amsterdamse uitvinder de brandspuit, en in 1683 kocht het Deventer stadsbestuur vier van deze slangbrandspuiten. Later kochten de doopsgezinden er nog twee bij. Ze stonden op verschillende plaatsen in de stad gereed.
In de 19e eeuw veranderde er veel. In 1892 werd de waterleiding in de stad aangelegd. Telefoon maakte snelle alarmering mogelijk, en gemotoriseerde brandweerwagens deden hun intrede.


Garage Hardonk, gebouwd in 1927 voor Hardonk garagebedrijf (arch. W. P. C. Knuttel).
Stalhouderij Sonnenberg
In de Smedenstraat in Deventer groeide de historische Stalhouderij Sonnenberg uit tot een groot transportbedrijf. Vóór de komst van auto’s gebruikten zij ruim 100 paarden als paardentaxi. Hieruit ontstond een echt goederenvervoerbedrijf voor meubel- en autotransport. Hier is wat belangrijk is om te weten over de geschiedenis:
De Paarden: Vroeger waren stalhouderijen plekken waar men paarden en koetsen huurde. De paarden van Sonnenberg werden gebruikt als taxi, voor trouw- en begrafenisstoeten, en voor arrensleeën.
Het Goederenvervoer: Omdat ze al wagens en paarden hadden, breidden zij hun diensten uit naar vrachtvervoer. Ze voerden goederenvervoer en meubeltransport uit.

Smedenstraat 1967 Stalhouderij goederenvervoer
IJsfabriek De IJsbeer
IJsfabriek De IJsbeer stond aan de Smedenstraat in Deventer en was een vroeg‑20e‑eeuwse ijsfabriek die consumptie ijs en blokijs produceerde voor horeca, koeling en huishoudelijk gebruik.


Sigarenhandel en kapsalon Jean Fischer. (Smedenstraat 35-37)
