Zutphenseweg

 

Thomassen & Drijver (blikfabriek) Deventer (TDV)

Periode:
van 1919 tot heden

Eigenaars:
Eigenaars J.H. Ankersmit( ) 1919 firmant; Thomas Thomassen (1893- ) 1919-1953 firmant; Frits Drijver(1897-1983) 1919-1963 firmant/ president directeur; Thomassen & Drijver/Verblifa 1965-1991; Impress 1991-2010; Ardagh 2010-2019; Trivium 2019- vanaf 1919 tot heden

Johan Hendrik Ankersmit, zoon van de stichter van de Ankersmit textielfabriek H.J. Ankersmit, nam in 1919 het initiatief tot het oprichten van een blikfabriek. Ankersmit was mede-eigenaar van het exportbedrijf Köhler & Ankersmit dat veel conservenproducten exporteerde naar Oost-Indië. In eerste instantie werd het inblikken uitbesteed aan het Deventer bedrijf Wiegerink. Ankersmit besloot echter zelf een blikfabriek te starten. Zijn schoonzonen Thomas Thomassen (1893-) en Frits Albert Drijver (1897-1983) werden de firmanten. In 1953 verlaat Thomassen het bedrijf wegens persoonlijke en zakelijke meningsverschillen.

Later produceerde T&D voor veel conservenfabrieken, zoals Stegeman, Meester, Zendijk, IJsseldijk en Linthorst. In de regio, maar ook aan fabrieken daarbuiten. Ook Bussink kocht blikken bij T&D. In 1928 verhuist het bedrijf in Deventer van de Molenstraat naar de Veenweg. In de jaren dertig verwerft de fabriek grote percelen aan de Veenweg, Rielerweg en Oude Holterweg in Deventer.

In 1934 ging T&D samenwerken met de grootste blikemballagefabrieken ter wereld, de Amerikaanse Continental Can Company en Metal Box Company. Deze bedrijven nemen ook een belang in de N.V. De modernste technologie kwam hierdoor binnen handbereik. Mede hierdoor kan het bedrijf doorgroeien tot een blikfabrikant van formaat. Na de Tweede Wereldoorlog kan T&D haar bedrijfsvoering weer snel opstarten dankzij deze vooroorlogse contacten. De productie komt nog wel traag op gang, doordat blik lange tijd schaars blijft.

T&D bouwt ook in Oss (1952) een fabriek en neemt in datzelfde jaar de N.V. Metaalwarenfabriek Drenthina in Hoogeveen over. In 1953 wordt aan de Veenweg een nieuw laboratorium gebouwd. In dat jaar werken er 1.550 mensen bij T&D. In 1955 wordt op het industrieterrein Deventer II (Deventer-Zuid) geopend, waarna de oude fabriek Deventer I (Deventer-Centrum) genoemd gaat worden. In 1958 wordt het nieuwe hoofdkantoor aan de Zutphenseweg geopend door Koningin Juliana. Vanaf 1965 verandert er veel in de blikindustrie. Er is sprake van een enorme schaalvergroting, terwijl de productie verder geautomatiseerd wordt. Eerst fuseert T&D in 1965 met de Verenigde Blikfabrieken (Verblifa), een grote Amsterdamse blikdrukkerij oorspronkelijk afkomstig uit de Zaanstreek.. De fabriek draagt daarna de naam Thomassen & Drijver Verblifa (TDV). In 1966 richt TDV samen met een aantal andere (internationale) partners Tedeco B.V. op, een fabriek voor kunststof bekers en verpakkingsmaterialen met een vestiging in Deventer en in Hamburg. In 1969 wordt het bedrijf geherstructureerd. Een aantal vestigingen wordt gesloten. Daarna wordt er verdere samenwerking met andere Europese (o.a. J.A. Schmalbach in Duitsland) en Amerikaanse bedrijven gezocht. TDV gaat in 1970 deel uit maken van het concern Continental Can Company.

In 1980 werken er nog 5.700 personen bij de verschillende TDV-vestigingen. Dat vermindert daarna in ras tempo. In de reorganisatieperiode 1987-1990 moeten er maar liefst 1.500 mensen uit, waarvan er maar liefst 600 in Deventer.

Adressen:
1919 – 1928:
Molenstraat 33 Deventer
1928 – 1955:
Veenweg Deventer
1955 – heden:
Zweedsestraat 7 Deventer
1955 – heden:
Zutphenseweg 51 (kantoor) Deventer

Hoofdkantoor T&D Verblifa aan de Zutphenseweg

Voormalige gemeentelijke Gasfabriek

Het ketelhuis van de voormalige gemeentelijke Gasfabriek aan de Zutphenseweg 6 in Deventer kent een specifieke historische relatie met hoogwater van de IJssel en werd in 1910-1911 gebouwd als opvolger van de oudere gemeentelijke gasfabriek aan de Raamstraat.
Het ketelhuis maakte deel uit van het grote productiecomplex met stokerij, zuiveringsgebouw, gashouders en cokesinstallaties. De fabriek werd ontworpen onder leiding van stadsarchitect C.H. Holgen en kreeg jugendstil-invloeden in de baksteenarchitectuur.
Het industriële complex lag buitendijks aan de IJssel en had daardoor geregeld te maken met hoogwater. Op deze uit januari 1920 is te zien hoe het terrein van de gasfabriek grotendeels onder water stond.
Bij hoogwater van de nabijgelegen IJssel verandert de grondwaterstromingsrichting rondom het fabrieksterrein ingrijpend. De stroomlijnen buigen dan af onder invloed van de rivierstand.
Het complex werd tussen 1910 en 1912 gebouwd op ‘Het Molenblok’. Vanwege de ligging nabij de rivier en de gashaven was het terrein destijds extra gevoelig voor de grillen van de IJssel en wisselende waterstanden.
Deze periodieke hydraulische druk van het hoogwater speelde later een grote rol bij de verspreiding van historische verontreinigingen in de bodem, wat uitgebreide saneringsplannen noodzakelijk maakte.
Terwijl de grote gashouders en fabrieksschoorstenen in de jaren 70 werden gesloopt, is het ketelhuis als een van de weinige monumentale panden bewaard gebleven.
Tegenwoordig maakt het karakteristieke gebouw deel uit van De Gasfabriek Business Innovation Campus, waar innovatieve IT- en techbedrijven zijn gevestigd.

Opening van een nieuw Gashouder aan de Zutphenseweg

Dit monument is een jubileumgeschenk dat in of rond 1956 is aangeboden door het personeel van de Gemeentelijke Gasfabriek Deventer,
Hoewel exacte details over specifiek een vrijstaand monument uit 1956 bij de Gasfabriek schaars zijn, was het in die periode een diepgewortelde traditie dat het personeel bij een jubileum (zoals een 50-, 75- of 100-jarig bestaan) of bij de opening van een nieuw pand een blijvend kunstwerk aan de directie aanbood.

Twentol

Als je met “Twentolbusje” het bedrijfsbusje van de Twentol Smeerolie-Industrie in Deventer bedoelt, dan is daar het volgende over bekend.
Twentol (oorspronkelijk Twentsche Oliehandel) werd in 1917 opgericht en verhuisde in 1929 naar een modern complex aan de Zutphenseweg, direct ten zuiden van de hefbrug naar de voorhaven. Het bedrijf leverde smeeroliën, motorolie, tractorolie en teerproducten aan bedrijven en particulieren. Voor de distributie werden bedrijfswagens en bestelbusjes gebruikt, die voorzien waren van de naam Twentol.
Het Twentol-complex werd vooral bekend door het Twentol-drama van 10 april 1945. Verzetsstrijders hadden zich in het magazijn verschanst om te voorkomen dat de Duitsers de brug over het Overijssels Kanaal zouden opblazen. Tijdens een vuurgevecht ontstond brand; twee verzetsstrijders kwamen om in het gebouw, vijf anderen werden gevangen genomen en kort vóór de bevrijding van Deventer en geëxecuteerd.

Koepel van het Koerhuis

De Koepel van het Koerhuis (ook bekend als het Koerhuys) was een historische uitkijkpost en wachthuis aan de Zutphenseweg in Deventer.
Het Koerhuis dateert oorspronkelijk uit de 14e eeuw en diende als wachttoren om de toegang tot de stad en de omliggende stadsweiden te bewaken.
Het stond ongeveer 1750 meter buiten de toenmalige stadsmuren, bij de Koerhuisbeek (nu de Dortherbeek).
Het Koerhuis lag strategisch bij:
– een brug over de Dorther- of Koerhuisbeek,
– een doorgang in de Sallandse landweer,
– en de belangrijke handelsroute tussen Deventer en Zutphen.
Tegenwoordig is dit de plek waar de Zutphenseweg de snelweg A1 kruist. De naam “Koerhuis” komt van het Middelnederlandse coeren, wat “op de uitkijk staan” betekent.
Bij onraad werd overdag een grote mand op en neer gelaten aan de toren; ’s nachts brandde er een waarschuwingsvuur om de stadswacht te alarmeren.
Het oorspronkelijke gebouw is verdwenen, maar de naam leeft voort in de omgeving. Zo vind je daar nu het BP tankstation Koerhuis aan de Zutphenseweg 51.
In 1521 werd de toren tijdens Gelderse oorlogshandelingen ingenomen door troepen van Gelre; de bezetting werd daarbij gedood. Later verloor het Koerhuis zijn militaire functie. Na verbetering van de weg naar Zutphen in 1656 werd het gebouw gebruikt als tolhuis, later ook als boerderij en uitspanning. Het werd uiteindelijk in 1866 afgebroken.
Bij zandafgravingen langs de Koerhuisbeek werd in 1936 bovendien de beroemde “Koerhuisbeekschedel” gevonden: een prehistorische menselijke schedel uit de middensteentijd, lange tijd beschouwd als een van de oudste menselijke resten van Nederland. Vondst van de Koerhuisbeekschedel

© Copyright - Historisch Deventer