Stationsplein

Stationsplein met het reservoir- en verwarmingsgebouw voor station en locomotieven, omstreeks 1914/1917. Rechts is nog een stukje te zien van het station van het Staatsspoor (Overijsselsche Lokaalspoorweg Maatschappij) Het lagere gedeelte van dit imposante bakstenen gebouw deed oorspronkelijk dienst als het ketelhuis (verwarmingsgebouw) om het water voor de stoomlocomotieven te verwarmen en op druk te houden. Het geheel was al in 1917 voltooid, dus nog vóór de ingebruikname van het nieuwe stationsgebouw in 1920.

Het gebouw bestond uit twee delen:

1. De watertoren (reservoirgebouw) met een hoog waterreservoir.
◦ Vanuit het reservoir werd water onder druk naar de waterkranen langs de sporen geleid.
◦ Stoomlocomotieven moesten tijdens hun dienst regelmatig duizenden liters water innemen.
2. Het ketel- of verwarmingsgebouw, waarin de stoomketels stonden.
◦ In het ketelhuis werden grote ketels gestookt.
◦ Via een leidingenstelsel werd het stationsgebouw, de wachtkamers, kantoren en andere ruimten verwarmd.

Het lokaalspoor hoorde bij de Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij (OLDO), die onder andere de lokaallijn Deventer – Ommen exploiteerde. Hoewel het lokaalspoor van de OLDO allang is verdwenen, is het stationsgebied van Deventer nog altijd rijk aan spoorhistorie. De watertoren en het hoofdstation zijn beide beschermde rijksmonumenten.
Naast het gebouw stond een 29 meter hoge bakstenen schoorsteen, die een opvallend herkenningspunt vormde aan het Stationsplein.

  • Deze schoorsteen:
    werd gebouwd rond 1916;
  • voerde de rookgassen van de verwarmingsketels af; De bij het ketelhuis behorende hoge gemetselde schoorsteen stond naast het gebouw en werd begin jaren zeventig gesloopt bij de bouw van het (later weer verdwenen) busstation.

De watertoren bevatte twee waterreservoirs op een constructie van stalen liggers; dit water werd via leidingen naar waterkranen op het emplacement gepompt om stoomlocomotieven te vullen.
Het aangebouwde ketelhuis huisvestte ook de stoomketels voor de centrale verwarming van het station en andere stationsgebouwen, en speelde zo een rol in de energievoorziening van het hele complex.
Toen de stoomtractie verdween, verloor het gebouw zijn oorspronkelijke functie. De watertoren en het ketelhuis bleven echter behouden.
Vanaf 1965 werd het ingericht voor de Centrale Verkeersleiding (CVL) van de Nederlandse Spoorwegen, van waaruit seinen, wissels en treinverkeer werden aangestuurd.
Het voormalige reservoir- en verwarmingsgebouw maakt nog altijd deel uit van het monumentale stationscomplex van Deventer. In de monumentenbeschrijving wordt het aangeduid als “Watertoren met ketelhuis”, behorend tot het stationscomplex van architect Henri Menalda van Schouwenburg.

© Copyright - Historisch Deventer