Nieuwstraat

KVT Tapijtfabriek Nieuwstraat

Koninklijke Deventer Tapijtfabriek op de hoek van de Nieuwstraat en Smedenstraat. Opgericht 1797. Belangrijke verbouwingen vonden plaats in 1854 en 1872-1873. Het tweede perceel vanaf de hoek was de directeurswoning, eerst van J.W. Birnie, vanaf 1848 van W.F. Kronenberg. Waarschijnlijk rond 1874 verhuisde Kronenberg naar het er tegenover gelegen huis Smedenstraat 182-184. Ten tijde van de opname woonde er J. Th. Peters, onderdirecteur. Het is in 1873 herbouwd. In 1904 verhuisde de fabriek naar de Smyrnastraat. Daarna werd het gehele complex gesloopt en verrees ter plaatse het nieuwe postkantoor (officieel geopend in 1909).

Postkantoor

Postkantoor in 1906 ontworpen door CH Peters. De architect kwam als rijksbouwmeester voor dit gebouwtype een eigen stijl, ook wel Postkantorengotiek genoemd. Deze stijl is te typeren als neo-renaissancistisch met daarin opgenomen elementen uit de Gotische religieuze architectuur.

Van de drie postkantoren naar ontwerp van Peters in Salland (naast Deventer ook Zwolle en Kampen) is het representatiefst en heeft dit de grootste stedenbouwkundige waarde. De stoffering van het interieur is veranderlijk volgens modernere huisstijlen van de PTT, de hoofdindeling is onmogelijk maar intact gebleven. De gevels aan de binnenzijde van het gebouw zijn of door nieuwbouw vervangen of gewijzigd.

Rechts naast de entree is een gietijzeren WAPENSCHILD bevestigd, ontworpen door Michiel de Klerk. Van soortgelijke schilden zijn er 50 gevuld door Braat uit Delft.

Omschrijving

Postkantoor met U-vormig hoofdgebouw en L-vormige uitbreiding, opgetrokken in baksteen over twee bouwlagen onder met Lucas IJsbrand (dakschild voorgevel) en Bouletpannen afgedekte zadeldaken. Het pand staat op een uitgemetselde plint. De gevels aan de straat hebben een kolossale pilasterorde, in het hoofdgebouw geaccentueerd door geglazuurde steen. De architectuur van de uitbreiding is soberder dan van het hoofdgebouw. In beide zijn aanzet-, sluitstenen en speklagen van natuursteen. Alle ramen in de straatgevels zijn afgesloten met een segmentboog; in het U-vormige blok betreft het op beide verdiepingen T-vormige schuifvensters met drieruits bovenlichten, in het L-vormige deel schuifvensters met tweeruits bovenlichten.

De grotendeels symmetrische voorgevel (W) heeft een middenrisaliet onder een steekkap met een tuitgevel. Centraal op de begane grond bevindt zich de entree onder een meerruits bovenlicht met houten deelzuiltjes, aan weerzijden een schuifvenster. Op de verdieping centraal in de risaliet een drielichts venster met aan weerzijden een venster. In de geveltop een negenlichts vensterpartij, aan de zijden opklimmend, met houten deelzuilen. Hierboven een dito vijflichts venster. Aan de weerzijden van het risaliet drie vensterassen met op beide verdiepingen een venster per as. Links op de begane grond in het midden van een dienstenboom, sterk vergelijkbaar met de hoofdentree. Onder de daklijst, namens het risaliet, een uitgemetselde rondboogfries. In beide dakschilden een dakkapel onder steekkap met tuitgevel en T-vormig schuifvenster met drieruits bovenlicht.

De koppen van het voorgebouw worden gevormd door twee tuitgevels (Z en N) die ieder drie vensterassen tellen met een bredere middenas. In elke travee op beide verdiepingen een venster, namelijk linksonder in de zuidgevel. In beide toppen van de tuitgevels een drielichte vensterpartij met interne deelzuilen, geflankeerd door twee opklimmende nissen, op één raamdorpel.

De zuidgevel, rechts van de tuitgevel, is aanzienlijk soberder uitgevoerd dan de overige gevels. Deze telt zeven assen op onregelmatige onderlinge afstand, met op beide verdiepingen per als één venster. De travee geheel rechts heeft drielichts vensters met basis deelzuilen die licht geven aan het trappenhuis.

De gevel van het hoofdgebouw aan de Smedenstraat (N) telt, links van de tuitgevel, vier traveeën. Per travee op beide verdiepingen twee geïntegreerde vensters en in het dakschild een dakkapel onder steekkap. Alleen op de verdiepingen worden de neggen uitgevoerd in geglazuurde steen.

De gevel van de L-vormige uitbreiding van het postkantoorgebouw bevindt zich in de Smedenstraat in zeven en in de Bagijnenstraat in drie traveeën verdeeld, waarvan de opbouw hetzelfde is als van het hoofdgebouw. De linkertravee in de Bagijnenstraat heeft op de begane grond vier kleine ramen. De hoek is afgesnoten met een kwartronde blinde travee.

Nieuwstraat 23

Nieuwstraat 23 is een 20e-eeuws gebouw (1913/1914), gebouwd door JA Bosman. Bouwjaar: 1913 (in sommige BAG-registraties 1914 genoemd). Bouwheer/architect: JA Bosman. Het betreft een winkel-woonpand uit het begin van de twintigste eeuw, passend in de vernieuwing van de Nieuwstraat in die periode.

Nieuwstraat 25-27 is een zeer oud pand (1645), 381 jaar oud. Bakkerij van de firma Th.Boerkamp was een lokaal bedrijf dat lang actief was in Deventer. Het pand behoort tot de oudere gebouw van de Nieuwstraat en deel maakt van het historische straatbeeld van de Deventer binnenstad.

Joodse bakkerij De Leeuw
Voor nummer 25 is bovendien bekend dat hier vóór de Tweede Wereldoorlog de koosjere bakkerij van de familie De Leeuw gevestigd was. Deze stond onder rabbijnaal toezicht en vloeiende bakkerijen uit heel Nederland op. Tegenwoordig herinnert de naam van het voormalige stadslogement “De Leeuw” aan deze familie.

Het RK St.-Josefziekenhuis

Rond 1751 was het complex een rooms-katholieke pastorie. Op deze plek stond ook een katholiek kerkje.
De geschiedenis van de zusters die het Sint Jozef Ziekenhuis runden, is onlosmakelijk verbonden met de Zusters van Liefde uit Tilburg. Deze mogelijke congregatie werd in 1832 gesticht door mgr. Joannes Zwijsen met als kernwaarden barmhartigheid, eenvoud en godsvertrouwen.
Bijna anderhalve eeuw lang vormden zij een fundamentele pijler in de Deventer gezondheidszorg en samenleving. Het voormalige RK St.-Josefziekenhuis (Nieuwstraat 41) is een neorenaissancistisch gebouw met neogotische details op een complexe plattegrond.
Naast een 18de-eeuwse schuilkerk, werd die in 1856 verbouwd. In 1857 kwamn de eerste vier Tilburgse zusters in Deventer. Door hun laagdrempelige hulp aan de lokale bevolking werden de zusters al snel betrouwbaar en graag geziene gezichten in de stad. Zijzelfn zich aan de Nieuwstraat in een voormalig gebouw van de Broederenkerk. Hier begonnen ze met een bewaarschool en een naaischool voor arme meisjes. Aan de Bruynssteeg verrees daarom al in 1873 naar plannen van G. te Riele een zusterhuis annex kapel. Door een geschenk van mejuffrouw AJ Zuythoff kon in 1874 een katholiek ziekenhuis gesticht worden.
De zorginstelling begon al in 1874 aan de achterliggende Bruynssteeg. Het vorige deel werd ontworpen door Gerard te Riele, de vader van Wolter.
In 1875 werd de hulp van de zusters ingeroepen bij de oprichting van het nieuwe rooms-katholieke ziekenhuisje aan de Bruynssteeg. Het bestuur werd gevormd door mensen uit voorname families.
Het ziekenhuis is gebouwd in neogotische stijl. In feite bestaat dit gebouw uit twee delen, die afzonderlijk verbonden worden door een trappenhuis, waarin zich prachtige neo-gotische trappen bevinden. Aan de omgekeerde kwamen dagelijks de armen warm eten halen.
De zusters namen de volledige dagelijkse verzorging van de patiënten op zich. Dit deed zij volledig belangeloos en onbetaald, puur vanuit hun religieuze roeping.
Het is een markant rijksmonument waarvan de bekende voorgevel in 1896 werd ontworpen door architect Wolter te Riele (WAM te Riele Gzn) in de rijk gedecoreerde neorenaissance stijl. De gevel valt op deurtrapgevels, speklagen en gedetailleerde ornamenten. Aan de binnenzijde bevindt zich een houten trappenhuis en een dubbele galerij. Het gebouw overleefde diverse epidemieën en de Tweede Wereldoorlog. Eveneens naar zijn plan verrees in 1880 op de hoek van de Bruynssteeg met de Tibbensteeg een zijvleugel met een ‘Hanze’-topgevel voorzien van pinakels. In 1888 volgde een verdere uitbreiding.
in de 19e eeuw kwamen er nog veel gevaarlijkere ziekten voor, zoals cholera, pokken, tyfus, dysenterie, tuberculose, roodvonken en mazelen. In 1855 stierven in Deventer 17 mensen aan cholera en in 1859 vielen 20 kinderen tien slachtoffers aan de tyfusepidemie.
In 1896 dankt een legaat van AL van der Lande een nieuwe vleugel aan de Nieuwstraat, naar plannen van W. te Riele. Aan de inkoopzijde van deze vleugel bevindt zich een dubbele galerij. Het beeld van St. Jozef onder baldakijn en het reliëf op de hoek, van Christus en de maanzieke jongeling, is waarschijnlijk van de hand van J. Custers. Het traptorentje en een deel van de vleugel aan de Nieuwstraat werden in 1915 geschat naar plannen van AH Feberwee ten behoeve van de bouw van een röntgenkamer. Delen van de oorspronkelijke afwerking van het interieur zijn bewaard gebleven, zoals marmeren vloeren, fragmenten van wandbeschilderingen en de plafonds bestaande uit versterkte versterkte-cementplaten. Het pand heeft een monumentale entree, waarvan het trappenhuis alle verdiepingen doorsnijdt en wordt ondersteund door een beschilderd houten gewelf met centraal een gebrandschilderd lichtraam. In 1924 werd Nieuwstraat 51 verbouwd tot zusterhuis naar ontwerp van MA Roebbers. In 1956/57 vertrok men naar een nieuw ziekenhuis aan de van Oldenielstraat, waarna de kapel van het zusterhuis uit 1873 in 1969 werd gesloopt; de ziekenhuiskapel is sinds 1984 in gebruik bij de orthodoxe parochie van de HH Eersttronende Apostelen Petrus en Paulus. In het oude Sint-Jozefziekenhuis is nu het Gildehotel gevestigd. Het latere Sint Jozefziekenhuis aan de Van Oldenielstraat is nu een gezondheidscentrum. Het fuseerde later tot het huidige Deventer Ziekenhuis.

Nonnen en de binnentuin Sint Jozef

Hardonk 1920

Nieuwstraat van Eunen’s sigaren en tabak spannen de kroon 1925

Nieuwstraat Engestraat en Stromarkt 1930

Goedkope Sam, de Man van Deventer

Tot de Tweede Wereldoorlog kende Deventer veel bekende joodse zaken, zoals “De Sajetbaal”, de groothandel in garens van MS Noach op de hoek van de Noordenbergstraat en het Klooster, en de groothandel in lompen en huiden van AS Noach, eveneens in de Noordenbergstraat.
Maar de bekendste Noach in Deventer was “Goedkope Sam, de Man van Deventer”, die op de hoek van de Nieuwstraat en de Kuiperstraat een winkel in textielgoederen had. Sam Noach was binnen en buiten Deventer bekend vanwege zijn bijzondere manier van handelen in, met naam, “Vlaams Kloosterlinnen”. Zijn manier van reclamemaken was heel direct en persoonlijk: met een foto van zichzelf aangekondigd hij zich in de kranten aan met “Hier ben ik!” en ook door zichzelf vaak tot het punt van belangrijke gebeurtenissen te maken.
Sam werd geboren in 1882 en trad als jongen in dienst van een textielhandelaar. Met de zoon van de baas reisde hij de markten in de omgeving van Deventer af. Toen hij achttien jaar was, begon hij voor zichzelf. Met een grote kar met textielgoederen ging hij langs de deuren. Later had hij de winkel, maar daar stond hij nooit zelf, want hij was altijd op pad. Hij was handmatig van aard en begrijpelijk tot een grap. Toen hij voor een sollicitatie als minister in Den Haag was, was hij laconiek dat hij tóch de lakens zou blijven uitdelen.
In de oorlog vloeiend Sam onder te duiken. Hij werd in 1942 opgepakt en verdwenen in concentratiekamp Auschwitz.
Deze gevelreclame in de Kuiperstraat is enkele jaren geleden hersteld.

Boersma Kzn. (Beschuitfabriek)

1929: Boersma Kzn. (Beschuitfabriek) Deventer, Van (grote) 1896 tot (grote) 1954, Nieuwstraat 29, Nieuwstraat 33, Nieuwstraat 68 Deventer. Firma R. Boersma Kzn. was een beschuitfabriek, gevestigd aan de Nieuwstraat 29. In de tuin van dit pand bouwde Boersma in 1896 een beschuitbakkerij. In 1920 liet R. Boersma het woonhuis op nummer 33 bouwen tot winkel. De beschuitfabriek werd later onder de oorspronkelijke naam voortgezet door de gebroeders Meyer. Later werd er de roggebrood-bakkerij van Witteveen gevestigd.

Stoom-Steendrukkerij en kartonnagefabriek Xeno F.L. Münninghoff

 

De Stoom-Steendrukkerij en kartonnagefabriek Xeno F.L. Münninghoff was een historische drukkerij en fabriek in Deventer. 
De firma had de bijnaam ‘de deuskesfabriek’.
De belangrijkste details over dit bedrijf en de oprichter:
  • Oprichter: De fabriek werd geleid door Xeno Franciscus Ludovicus Münninghoff (geboren in 1842 te Deventer). Hij was de vader van de bekende Nederlandse kunstschilder en impressionist Xeno Augustus Franciscus Ludovicus Münninghoff (1873–1944).
  • Locatie: Het bedrijf was tot 1893 gevestigd aan de Nieuwstraat 37 in Deventer.
  • Specialisatie: Zoals de naam al aangeeft, maakte het bedrijf gebruik van stoomkracht voor steendruk (lithografie) en de productie van kartonwaren (kartonnage).

© Copyright - Historisch Deventer