Bergstraat
Bergstraat 19-21a “De Papegaai” zoals het er in 1979 vóór restauratie bijstond


Noury & Van der Lande: van Deventer olieslagerij tot internationale industriële onderneming
De N.V. Koninklijke Industriële Maatschappij v/h Noury & Van der Lande, opgericht op 6 september 1838, groeide uit van een bescheiden Deventer onderneming tot een internationaal concern met 25 dochtermaatschappijen. Het bedrijf was actief in onder meer meelfabrieken, oliefabrieken, chemische fabrieken, gist- en spiritusproductie, bakkerijgrondstoffen en bestrijdingsmiddelen voor land- en tuinbouw. Het werd later een van de grondleggers van het AKZO-concern en leeft vandaag voort in het bedrijf Nouryon.
De geschiedenis begint in 1834, toen Gerrit Jan Lebuïnus van der Lande (1792-1854) aan de Bergstraat 19 een pakhuis met erf en enkele woonhuisjes kocht. Met behulp van een paardenmolen verwerkte hij daar raap- en lijnzaad tot olie en veevoederkoeken.
Vier jaar later, in 1838, namen Antonius Josephus Noury en Gerrit Jan Lebuïnus van der Lande van P. van Delden de olie-, pel- en cementmolens De Hoop en De Eendragt over. Deze molens stonden buiten het Pothoofd aan de weg naar Zutphen en waren oorspronkelijk in 1745 gebouwd door H. Lindeman. De molen De Eendragt werd vrijwel direct doorverkocht aan een onderneming in Dordrecht. In hetzelfde jaar kocht de firma ook het historische pand De Drie Haringen uit 1575, dat als kantoor werd ingericht. De activiteiten richtten zich aanvankelijk vooral op het verwerken van koolzaad tot raapolie en veevoederkoeken, terwijl daarnaast gerst werd gepeld. De samenwerking werd in 1839 officieel vastgelegd met de oprichting van de firma Noury & Van der Lande.
Een belangrijke stap in de industrialisatie volgde in 1848 met de ingebruikname van de eerste stoommachine, een tweedehands exemplaar van negentien paardenkracht dat vanuit Aken per paard en wagen naar Deventer werd vervoerd.
Na het overlijden van Gerrit Jan Lebuïnus van der Lande in 1854 nam zijn zoon Antonius Lebuïnus van der Lande (1829-1896) de leiding over. Toen in 1855 de accijnzen op gemalen producten werden afgeschaft, begon het bedrijf met de productie van tarwemeel. De onderneming breidde zich verder uit, ondanks een zware tegenslag toen de meelfabriek in 1868 door brand werd verwoest. De molen werd daarop verkocht, afgebroken en in Diepenveen opnieuw opgebouwd.
In 1879 overleed de laatste vertegenwoordiger van de familie Noury. Hoewel de familie niet langer bij het bedrijf betrokken was, besloot Antonius Lebuïnus van der Lande de bekende naam Noury & Van der Lande te behouden. Samen met zijn zoon Jan Cornelis Lebuïnus van der Lande zette hij de onderneming voort. Jan werd in 1888 officieel medefirmant.
De jaren tachtig van de negentiende eeuw stonden in het teken van verdere groei. In 1887 verrees aan het Pothoofd een groot pakhuis naar ontwerp van huisarchitect G. te Riele. Een jaar later werd de fabriek opnieuw door brand getroffen, maar direct groter herbouwd. De bovenbouw van de molen werd verkocht en eveneens in Diepenveen herplaatst. Daar ging de molen uiteindelijk in 1933 door brand verloren.
Aan de Handelskade bouwde het bedrijf in 1892 een nieuw bedrijfspand op nummer 13. In hetzelfde jaar werd daar een stoommachine van 35 paardenkracht geplaatst. In dit pand zou later, in 1951, opnieuw brand uitbreken.

De onderneming bleef investeren in haar logistieke positie. In 1898 werd een eigen haven in gebruik genomen en werd een kanaal gegraven dat een rechtstreekse verbinding met de IJssel mogelijk maakte. Dit kanaal werd in 1909 verbreed. Rond deze tijd werkten 42 arbeiders bij de fabriek en werd aan de Brink een nieuw kantoor gebouwd.
Ook over de grens breidde Noury & Van der Lande zich uit. Om de Duitse invoerbeperkingen op oliën te omzeilen, werd in het Duitse Kleef de oliefabriek Hollandia opgericht. Omdat deze vestiging moeilijk bereikbaar bleek via het kanaal, werd zij in 1907 verkocht. Vervolgens bouwde het bedrijf in Emmerik de nieuwe fabriek Oelwerke Noury & Van der Lande GmbH.
In 1912 werd het grote graanpakhuis aan het Pothoofd verkocht aan de firma Kappelle. Ondertussen ontwikkelde de onderneming aan de Handelskade een veevoederbedrijf. Een jaar later werd naast de meelfabriek de Overijsselsche IJzergieterij opgericht. Dit initiatief bleek echter geen succes.
Gedurende de twintigste eeuw groeide Noury & Van der Lande verder uit tot een internationaal concern. Wat begon als een kleine Deventer olieslagerij ontwikkelde zich tot een multinational die een belangrijke rol speelde in de Nederlandse voedingsmiddelen- en chemische industrie en uiteindelijk mede aan de basis stond van het latere AKZO-concern.

- Oprichting: Gestart op 6 september 1838 door Gerrit Jan Lebuïnus van der Lande (die in 1834 al begon met een oliemolen in de Bergstraat) samen met Antonius Noury.
- Groei: Het bedrijf groeide uit tot een grote multinational met zo’n 25 dochterondernemingen, waaronder meelfabrieken, oliefabrieken, chemische fabrieken, en bedrijven voor bakkerijgrondstoffen en bestrijdingsmiddelen.
- Rond 1920: De meelfabriek aan de Teugseweg / Pothoofd was uitgegroeid tot het grootste bedrijf van Deventer.
- Verdere ontwikkeling: Vanaf 1932 werd gestart met Nourypharma (geneesmiddelen) en breidde de chemische tak sterk uit (zoals bleekmiddelen, organische peroxiden en chemische additieven).
- Overname: In 1967 ging het bedrijf op in het AKZO-concern.
- Heden: De chemische locatie aan de Zutphenseweg in Deventer bestaat nog steeds als onderdeel van Nouryon Specialty Chemicals B.V..
