Smyrnastraat

 

Koninklijke Vereenigde Tapijtfabriek (KVT)

Periode: van 1797 tot 1978
Eigenaars: George Birnie (1803-1848) 1799; Ph. A. Saurat 1799 ; Popko van Calcar (1759-1838) 1832 directeur; Martinus van Doorninck (1775-1837) 1817 ; Willem Frederik Kroonenberg (1816-1892) 1848 -1892; Johan Willem Birnie.

Vanwege grote armoede in de stad schreef het stadsbestuur van Deventer in 1776 een prijsvraag uit voor het oprichten van een fabriek, met als doel daarin armlastigen te werk te kunnen stellen. Het plan van Gautier Zindel won en zo werd de katoenfabriek “Stads Catoen Fabricq” opgericht. In 1799 werd het tapijtfabriekje overgenomen door Birnie en Sauret, met de verplichting aan 50 behoeftigen werk te bieden. Al spoedig verloor deze fabriek zijn filantropische karakter en groeide uit tot de “Koninklijke Deventer Tapijtfabriek”.

Er werden in eerste instantie eenvoudige vloerkleden van jute,koehaar en wol vervaardigd. De fabriek werd gevestigd op het terrein van de Oude Eysterhof, toen stadstimmerplaats, op de hoek Nieuwstraat / Smedenstraat, Deventer. Enkele jaren later werden de heren Popko Calcar en Martinus van Doorninck mede-compagnons.

In 1809 bracht Koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan de fabriek en stelde vast dat de fabrieken in goede staat waren en veel mensen een kostwinning bezorgde.

In 1813 had de echtgenote van de voormalige raadspensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck een gat gebrand in een kostbaar smyrnatapijt. Aan de fabriek werd gevraagd het tapijt te herstellen. Dit lukte en bracht Gerhard David Birnie ook op het idee een speciaal weefgetouw te bouwen. Zo legde hij de grondslag voor de Deventer Smyrna-tapijtindustrie. In 1829 start men met het weven van de tapijten.

In 1819 werken er ruim 200 mensen, voor die tijd was het dan ook een zeer grote fabriek.

Johan Willem Birnie was een geïnspireerd ontwerper en een gedreven leider. Hij had oog voor bedrijfsvernieuwing, sociale zorg en opleiding voor zijn arbeiders. In 1837 werd het predicaat Koninklijk verleend. In 1838 nam Birnie enige jacquardmachines en wevers over van de geliquideerde Baarnse Tapijtfabriek, waarmee hij Doornikse en Schotse tapijten kon vervaardigen. Hij stichtte een school voor mannelijke en vrouwelijke werklieden onder de 16 jaar. Op de tentoonstelling in 1842 in Deventer ontving Johan Birnie de versierselen van de Orde van de Nederlandse Leeuw. In 1848 raakte de fabriek door de economische crisis in financiële nood en kon Birnie de werknemers het loon niet meer uitbetalen. Birnie verdronk zichzelf in een meertje bij Bentheim.

Met de Smyrnatapijten kreeg de fabriek grotere bekendheid en werd de fabriek vele malen onderscheiden, waaronder op de Wereldtentoonstelling in Londen in 1851.

Na de economische crisisjaren bleef de fabriek handgeknoopte tapijten en goedkopere karpetten maken en was met 345 werknemers de grootste werkgever van Deventer. Van 1848 tot 1892 was W.F. Kroonenberg directeur, een voor die tijd sociaal voelende directeur, die de arbeiders een uur vrij gaf om naar de Vrijdagmarkt te kunnen gaan. Ook werden zieken doorbetaald en werd de begrafenis door Kroonenberg betaald.

Na overlijden van Kroonenberg werd P.G. van Schermbeek directeur. Hij mechaniseerde de fabriek grondig en werd met de bekende ontwerper Theodoor Colenbrander mooie nieuwe tapijten van hoge kwaliteit gemaakt, mededoor de kennis en vaardigheden in de fabriek. In 1901 vond een fusie plaats met de Amersfoortsche Tapijtfabriek. In 1903-1904 leverde de fabriek de tapijten voor de Ridderzaal.

Vanwege ruimtegebrek verhuisde in 1904 de fabriek naar een nieuw gebouw (naar ontwerp van de directeur J.G. Mouton)in de Smyrnastraat. Op de plaats van het oude fabriek is in 1907-1909 het nu voormalige postkantoor gebouwd. De fabriek raakte in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd, echter in 1947 draaide deze weer op halve sterkte. Door de economische teloorgang stopt de fabriek met de export van tapijten in 1971 en sluit in 1978 de poort. Het complex is nu in gebruik bij Machine Fabriek Geurtsen maar is verkocht aan een ontwikkelaar. De cultuurhistorisch waardevolle delen worden herbestemd.

Deventer Tapijtfabriek aan de Smyrnastraat

Speeltuin Kindervreugd

De speeltuin in Deventer is ontstaan in 1945, kort na de bevrijding. Halverwege dat jaar begonnen buurtbewoners speelgelegenheid voor kinderen te creëren; in september 1946 werd de speeltuin officieel geopend met een buurtfeest.
De Smyrnastraat ligt in de Deventer wijk Voorstad. Veel woningen dateren uit het begin van de twintigste eeuw; een woning aan de Smyrnastraat wordt bijvoorbeeld gedateerd op 1908. De straat maakte deel uit van de stadsuitbreiding die Deventer rond de spoorzone en buitenzijde van de oude stad realiseerde.
De buurt rond de Smyrnastraat ontwikkelde zich van een gebied met arbeiderswoningen en bedrijvigheid tot een gemengde stadsbuurt van wonen, voorzieningen en historisch industrieel erfgoed.
De speeltuin ligt verscholen tussen grote, oude bomen en heeft een ondergrond die grotendeels uit zand bestaat. De speeltuin is een van de oudste en bekendste speeltuinen van Deventer.
De Speeltuinvereniging en het Hullemanshuis behoren tot de sociale geschiedenis van de Deventer wijk Voorstad. Ze ontstonden in een buurt die vanaf het begin van de 20e eeuw sterk groeide door woningbouw en de nabijgelegen industrie, waaronder de tapijtfabriek aan de Smyrnastraat.
Het Hullemanshuis stond direct naast of op het terrein van de speeltuin, vlakbij het historische ‘zwarte weggetje’ dat achter de speeltuin liep. In de 20e eeuw (rond de jaren ’60 en ’70) deed dit gebouw dienst als het buurthuis en de centrale ontmoetingsplek voor de buurt en de speeltuinvereniging.

Hier vonden onder meer plaats:

• jeugdactiviteiten;
• vergaderingen van buurtverenigingen;
• kaart- en bingoavonden;
• cursussen;
• buurtfeesten;
• activiteiten van Speeltuinvereniging Kindervreugd.

Het gebouw was een belangrijk sociaal middelpunt voor bewoners van de Voorstad. Het buurthuis is genoemd naar de Deventer familie Hullemans, die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het sociale leven in de wijk. In de naoorlogse periode werden meerdere wijkvoorzieningen vernoemd naar personen die zich langdurig voor de gemeenschap hadden ingezet.

© Copyright - Historisch Deventer