Engestraat
Engestraat russen 1915-1935
Rond 1915 ademde de Engestraat in Deventer nog een vergelijkbare historische sfeer als rond de eeuwwisseling, maar dan met subtiele moderniseringen en onder de schaduw van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, merkte men de mobilisatie in de stad direct. De Engestraat in Deventer is een smalle, oude straat in het centrum, die rond 1915 deel uitmaakte van een levendig, gemengd bewoon- en bedrijfsgedeelte tussen Broederenstraat en Stromarkt.
Deventer was een belangrijke garnizoensstad. Door de algehele mobilisatie vanaf 1914 liepen er rond 1915 aanzienlijk meer militairen en huzaren door de binnenstad en de Engestraat. Deventer was een belangrijke garnizoensstad. De typische negentiende-eeuwse puien bleven het straatbeeld bepalen. Veel van de woningen en winkelpanden die er nu nog staan, kregen in deze periode (met een gemiddeld bouwjaar rond 1914) hun definitieve vorm.
Gevestigde namen zoals de Fransche bazar van Hemmelder in de Engestraat 23 op de hoek met de Bagijnenstraat, lokale bakkers en ambachtslieden zorgden voor een constante stroom winkelend publiek. De straat was nog altijd volledig bedekt met hobbelige kasseien (kinderkopjes). Naast handkarren en paard-en-wagen verscheen er heel incidenteel een vroege automobiel, al bleef het een echte voetgangersstraat met een:
• Smalle rijbaan met klinkerbestrating.
• Hoge, dicht op elkaar staande koopmanshuizen uit de 16e tot 19e eeuw.
• Winkels op de begane grond met woningen erboven.
• Elektriciteit en telefoon deden hun intrede, maar gasverlichting kwam nog op diverse plaatsen voor. Auto’s kwamen slechts sporadisch voor.
Kenmerkend waren:
• diepe, smalle percelen;
• houten winkelpuien uit de 19e eeuw;
• hardstenen stoepen;
• hijsbalken aan diverse gevels;
• Onder veel panden bevinden zich nog gewelfde kelders uit de 13e en 14e eeuw.
Vanaf de jaren twintig en dertig werden verschillende winkelpuien gemoderniseerd. Toch bleef de Engestraat grotendeels gespaard voor grootschalige sloop. Daardoor is het historische karakter tegenwoordig nog goed herkenbaar.
De Engestraat stond decennialang bekend om haar metaalnijverheid.
Op 19 november 1840 kreeg de smid A.J. Wilhelm vergunning om aan de Engestraat een “kachelfabriek” op te richten. Hij maakte vooral grote kachels voor landhuizen. In 1851 wordt de smederij al Koninklijk. Zijn zoon D. Wilhelm nam het bedrijf over en zet het voort tot 1882 als A.F. van Zwet in het bedrijf komt. Van Zwet produceert haarden maar ook bijvoorbeeld het hekwerk van het nieuwe Rijksmuseum in Amsterdam.
De fabriek van Wilhelm was een van de eerste grotere metaalbedrijven in die buurt en vormde de kiem voor wat later zou uitgroeien tot de DAVO Haardenfabriek. De zware smederij maakte plaats voor de moderne tijd. De zware smederij maakte plaats voor de moderne tijd: Garage Boeve vestigde zich op die plek rond 1932. Het bijbehorende historische poortgebouw gaf destijds toegang tot het fabrieksterrein. In 1992 is deze karakteristieke poort gedemonteerd en verplaatst naar de Golstraat (naast de synagoge), waar hij tegenwoordig dient als toegang tot de Prinsenplaats.


Engestraat/Stromarkt met modehuis Schräder.
