Ijssel – Welle

Drie rivierovergangen

Veerpont:

1483 was er alleen maar een veerpont over de IJssel. Pas eind vijftiende eeuw kwam er een brug, de Spijtenbrug, die al snel door vijandige Gelderse troepen werd vernield. Ook latere bruggen werden verwoest door zware ijsgang of door vuur.
Begin zeventiende eeuw kwam er een schipbrug ongeveer op de plek waar nu het pontje vaart. Deze schipbrug bestond uit een ophaalbrug, (de Klep) dan een drijvend, uitdraaibaar gedeelte in de rivier voor de doorvaart van kleine bootjes, dan de eigenlijke schipbrug en aan de Worpkant een steigerachtig gedeelte, dat eindigde ter hoogte van het huidige IJsselhotel bij het gemetselde landhoofd. Het uitvaren van de historische schipbrug in Deventer was een noodzakelijke veiligheidsmaatregel bij zware ijsgang om te voorkomen dat de brug door de enorme druk van het drijvende en kruiende ijs zou worden verbrijzeld. Omdat het wegdek van de schipbrug direct op drijvende boten (pontons) rustte, was de constructie uiterst kwetsbaar. Loslatend of kruiend ijs kon de boten gemakkelijk lek boren of losslaan van de oeververbinding. Zodra de brug was uitgevaren, was de directe oeververbinding over de weg tussen de stadszijde (Welle) en De Worp (Gelderse kant) volledig verbroken. Men was dan tijdelijk aangewezen op de spoorbrug of, indien het ijs dik genoeg was, liep men te voet over de dichtgevroren IJssel. Tijdens de extreem strenge winter van 1928-1929 moest de schipbrug herhaaldelijk naar de kant worden gehaald vanwege het kruiende ijs. Pas in maart 1929 kon de brug weer definitief worden ingevaren en in gebruik worden genomen. Het loskoppelen en verankeren van de zware brugdelen in de noodhaven gebeurde grotendeels op handkracht. Toen het in de jaren twintig van de twintigste eeuw voor het almaar toenemende verkeer steeds bezwaarlijker werd dat de brug zo vaak en zo lang open was, begon men over een nieuwe, vaste brug na te denken.
Een bekend moment was 10 mei 1940, bij de Duitse inval werd de schipbrug niet alleen vanwege de oorlogssituatie aangepakt, maar werd ook het middenstuk uitgevaren en werden pontons tot zinken gebracht door de Nederlandse genie. Na de capitulatie op 14 mei 1940 begonnen de Duitsers direct met het herstel van beide oeververbindingen. Hun transporten over de schipbrug van en naar de stadszijde konden de draai nauwelijks maken en daarom werden de huisjes tegenover de schipbrug en een deel van de oude stadsmuur gesloopt. De schipbrug bleef tot in 1948 in gebruik, waarna de vaste verbinding via de Wilhelminabrug de functie overnam. Wel herinnert de Schipbrugsteiger op De Worp tegenwoordig nog visueel aan deze unieke historische oversteek. Drie eeuwen lang, tot 1948, heeft er een schipbrug gelegen over de IJssel. Op beide oevers zijn nog sporen te zien van de landhoofden. Aan de Wellekant zitten er zware ringen en ogen, aan de kant van het IJsselhotel een keermuur met dikke afdekplaten. Daar ligt ook een anker waarmee de brug werd vastgelegd aan de oever. Samen laten deze resten een stukje geschiedenis zien.

Schipbrug:

Schipbrug te Deventer 1910

Vanaf circa 1600 lag er een beroemde schipbrug over de IJssel. Dit was een wegdek dat rustte op een rij drijvende schepen (boten), die opengevaren kon worden voor het scheepvaartverkeer.

File op de Schipbrug

Aanvaring schipbrug

Op zaterdag 7 juli 1928 voer een sleepboot met een sleep van acht sleepschepen door de IJssel bij de schipbrug. Het laatste sleepschip raakte een brugschip van het vaste, niet-uitvaarbare gedeelte. Daardoor wipte het brugschip op, haakte achter het anker van het sleepschip en werd een deel van de schipbrug meegesleurd. Ongeveer vijftien mensen die achter de gesloten slagboom stonden te wachten, vielen in de IJssel. Twee jonge vrouwen verdronken. De aanwezigheid van een drijvend zwembad bij de schipbrug maakte dat hulp snel kon worden geboden, maar kon niet voorkomen dat twee vrouwen omkwamen. Tijdens het invaren van de brug opening werd het motorvrachtschip “Dordrecht II” gegrepen door de sterke stroom van de IJssel. Het schip raakte onbestuurbaar en kwam dwars tegen een van de houten pontons van de schipbrug vast te zitten.

De belangrijkste feiten van het incident:

  • De sterke dwarsstroom en een tijdelijke stuurfout of motorstoring zorgden ervoor dat de “Dordrecht II” de opening niet zuiver kon aanspreken.
  • De klap tegen de pontons was aanzienlijk. Verschillende houten pylonen, verbindingsbalken en leidingen van de brug raakten zwaar beschadigd of afgebroken.
  • De schipbrug moest per direct worden afgesloten voor al het doorgaande rij- en voetgangersverkeer tussen Deventer en de Veluwe/Gelderland.
  • Het kostte de gemeentelijke onderhoudsdienst en berger meerdere uren om het schip vlot te trekken en de schipbrug weer voldoende uit te lijnen en te herstellen, waarna het verkeer pas later op de dag/volgende dag gefaseerd kon worden hervat.

Dit soort aanvaringen kwam in de jaren ’20 regelmatig voor en versterkte de roep onder de Deventer bevolking en lokale politiek om de trage, kwetsbare schipbrug zo snel mogelijk te vervangen door een vaste oeververbinding (wat uiteindelijk de Wilhelminabrug werd).

Aanvaring met sleepboot

Vaste bruggen

Wilhelminabrug

De Wilhelminabrug in Deventer ontstond uit de behoefte aan een vaste oeververbinding over de IJssel. In de jaren twintig werd het steeds problematischer dat de oude schipbrug, die al sinds 1600 dienstdeed, zo vaak en langdurig geopend moest worden voor de scheepvaart. De groei van het verkeer maakte een nieuwe brug noodzakelijk. In 1939 begon men daarom met de bouw van een vaste stalen boogbrug, waarvan de oprit precies kwam te liggen op de plek van de middeleeuwse Deventer rivierhaven. Deze haven werd voor de aanleg gedempt.

Na de Duitse inval in 1940 zette de bezetter de bouwactiviteiten versneld voort. In maart 1943 was de brug voltooid en werd zij zonder ceremonie opengesteld voor het verkeer. In bezet Nederland waren officiële openingen verboden, zeker voor een bouwwerk dat een koninklijke naam droeg. De brug mocht tijdens de oorlog dan ook niet officieel Wilhelminabrug heten.

De brug speelde een rol in de oorlog: de geallieerden probeerden haar herhaaldelijk te bombarderen, maar zonder succes. De binnenstad liep door deze mislukte aanvallen wel zware schade op. Er ging zelfs het gezegde rond dat je tijdens bombardementen het veiligst onder de brug kon schuilen. Bij hun aftocht op 10 april 1945 bliezen de Duitsers de stalen boogbrug alsnog op om de opmars van de Canadezen te hinderen. Het kostte een jaar om alle staal en beton uit de IJssel te verwijderen. De schipbrug moest daardoor noodgedwongen nog tot 1948 dienst blijven doen.

Na de oorlog werd de brug volgens het oorspronkelijke ontwerp uit 1937 herbouwd. Op 10 september 1948 werd zij officieel opnieuw in gebruik genomen onder de naam Wilhelminabrug, vernoemd naar Wilhelmina der Nederlanden. De brug heeft natuursteen afgewerkte betonnen landhoofden en rivierpijlers, terwijl de toerit aan de stadskant rust op modern vormgegeven betonnen pijlers.

In de eerste decennia na de herbouw maakte de Wilhelminabrug deel uit van de internationale route E8 (de huidige E30), de verbinding tussen Hoek van Holland en Berlijn. Sinds de opening van de A1-brug ten zuiden van Deventer in 1972 heeft zij vooral regionale betekenis. De brug figureert bovendien in de film A Bridge Too Far, waarin zij de Arnhemse Rijnbrug verbeeldt. Onder de brug werd in 2005 een tijdelijke kooiconstructie geplaatst die dienstdoet als parkeergarage.

Vandaag vormt de Wilhelminabrug nog steeds een belangrijke toegangspoort tot het centrum van Deventer, tussen de A1-brug stroomafwaarts en de IJsselspoorbrug noordelijker.

1938 -39 – Bouw Wilhelminabrug

Opening Wilhelminabrug

Optocht ???? onderaan de Wilhelminabrug of met Duitse troepen ?

Wilhelminabrug

Spoorbrug

Katherine Millerspoorbrug

Voetpad met verlichting over de dichtgevroren IJssel in de winter van 1928/1929

Oude Spoorbrug over de bevroren IJssel. Op de achtergrond de huizen aan de Lagestraat

Roeisport Ijssel

In de jaren 20/30 was de IJssel het decor van een levendige en groeiende roeisport, waarbij lokale burgerverenigingen onderling én tegen grote clubs uit het westen streden. Hoewel de economische crisis (de Grote Depressie) ook in Nederland hard toesloeg, bleef de roeisport langs de IJsselsteden erg populair.
De roeiwedstrijden in deze periode kenmerkten zich door specifieke verenigingen, locaties en tradities.
Rond deze tijd domineerden enkele historische verenigingen het water op en rond de IJssel:
R&ZV Daventria (Deventer): Opgericht in 1884 en zeer actief in de jaren 30. Zij organiseerden destijds bekende lokale wedstrijden op de IJssel, onder andere ter hoogte van de havenmonding en de punt van het Pothoofd in Deventer.
Zwolsche Roei- en Zeilvereeniging (Zwolle): In 1930 werd de clubnaam officieel omgedoopt tot de Zwolsche Roei- en Zeilvereeniging. Hoewel ze ook veel op het Zwartewater en de kolken roeiden, zochten ze regelmatig de IJssel op voor wedstrijden.
KRZV De IJssel (Kampen): Opgericht in 1909 en gevestigd aan het Ganzendiep met directe toegang tot de IJssel. In de jaren 30 was dit een deftige burgervereniging waar zowel heren als dames (sinds 1911) actief in houten wherry’s en gieken voeren.
ZRZV Isala (Zutphen): Opgericht in 1912 en de vaste vertegenwoordiger op de IJssel in de regio Zutphen.
Kenmerken van de wedstrijden:

1. Er werd voornamelijk gestreden in zware, houten boten zoals gieken (brede vaste-boord boten) en wherry’s. De moderne, flinterdunne kunststof skiffs bestonden nog niet.
2. Waar studentenwedstrijden (zoals de Varsity) elders in het land de toon zetten, stonden de IJsselwedstrijden bekend om de strijd tussen burgerverenigingen. Grote clubs uit Amsterdam (Nereus en De Hoop) reisden soms per trein af naar het oosten om zich te meten met de IJssel-ploegen.
3. Stijlroeien: Naast snelheid was ‘stijlroeien’ (waarbij gelet werd op de perfecte, synchrone techniek en houding) in de jaren 30 een officieel wedstrijdonderdeel waar prijzen mee te winnen vielen.
4. De IJssel was (en is) een snelstromende rivier met onvoorspelbare kribben en vrachtvaart. Wedstrijden vereisten daarom veel stuurmanskunst, vooral wanneer de wind tegen de stroom in blies en er hoge golven ontstonden.

Internationale roeiwedstrijd op de IJssel in 1888 te Deventer

Zeilwedstrijden op de IJssel ca 1936

De loswal

De loswal direct naast de oude spoorbrug over de IJssel in Deventer was rond 1930 een levendige plek voor overslag van goederen tussen scheepvaart en spoor. De ligging was strategisch: direct aan de rivier én niet ver van het station Deventer-Apeldoorn.
De oude spoorbrug zelf dateerde uit 1885-1886 en vormde een belangrijk onderdeel van het goederenvervoer.

De Deventer Kano Vereniging (DKV)

De Deventer Kano Vereniging (DKV) werd opgericht op 1 januari 1933, met een initiatief van 41 enthousiaste Deventenaren die zelf hun boten bouwden.
In de beginjaren beschikte de club nog niet over een volwaardig gebouw. De vereniging startte letterlijk op een drijvend vlot. Dit vlot en de vroege stalling bevonden zich destijds in de Voorhaven van Deventer (nabij de Zutphenselaan en de toenmalige sluizen).
Als u foto’s vindt van de Voorhaven uit die periode, herkent u de DKV-leden aan de houten, vaak zelfgebouwde kano’s. Ze liggen dan aangemeerd bij het vlot in de oude havenmonding, met op de achtergrond de contouren van de oude sluis of de toenmalige industriële bedrijvigheid rondom de Zutphenselaan. Dit was de historische havenmonding van de stad vóór de latere verhuizingen. De geschiedenis van het botenhuis en de vereniging in de periode 1933–1940 kenmerkt zich door improvisatie en snelle groei.
In de vroege geschiedenis is DKV samengegaan met andere vroege Deventer kano-initiatieven, waaronder de kanoërs van WSV ’38. Oprichters en vroege bestuursleden van deze omnivereniging stonden mede aan de wieg van de gecombineerde club.
Pas veel later, in 1972, verhuisde de kanovereniging naar de huidige vaste locatie met een volwaardig botenhuis aan de ⁠Gashavenstraat in de Gashaven.
De naam H. Posthuma is onlosmakelijk verbonden met de historische verslaglegging van de club. Hij schreef de officiële kronieken in het jubileumboek “D.K.V. 50 jaar 1933-1983”. De familie Posthuma behoorde tot de absolute kern van de vereniging in de vroege decennia.
Hoewel zij iets later (jaren 50/60) actief werden, zijn Theo van Halteren en Jan Wittenberg de bekendste historische namen van de vereniging. Zij stroomden voort uit de vroege DKV-cultuur en haalden de Olympische Spelen in Tokio uit 1964.

De IJssel, kampte in verschillende jaren met een extreem lage waterstand.

In het najaar van 1939 kampten de Nederlandse rivieren, waaronder de IJssel bij Deventer, met een extreem lage waterstand door een periode van aanhoudende droogte. Dit had ingrijpende gevolgen voor de scheepvaart en de stad. Grote vrachtschepen konden door de smalle en ondiepe vaargeul niet meer varen of de haven van Deventer bereiken. Kribben en zandbanken staken ver boven het water uit; de kades, zoals rond het Pothoofd en de Welle, kregen een heel ander aanzien dan in normale jaren. Een mooi historisch beeld hierbij is dat de IJssel in zulke droge jaren bijna “terugtrekt” uit het stadsbeeld: de kades, aanlegplaatsen en oude havenwerken zoals rond het Pothoofd lagen dan veel verder boven het water dan de Deventenaren gewend waren. Hoewel 1939 een berucht droogtejaar was, is het officiële laagterecord van de IJssel bij Deventer acht jaar later gemeten. Het jaar 1947 staat bekend om een van de meest intense en langdurige droogteperiodes in de Nederlandse geschiedenis. Tijdens de extreme droogte van oktober en november 1947 zakte het water naar een historisch dieptepunt van slechts 0,17 meter boven NAP. Dit was destijds een van de laagste waterstanden ooit gemeten bij de stad. De bewoners van de Worp/Stenenkamer/Twello en Terwolde etc. moesten per roeiboot worden overgezet. De Wilhelminabrug was toen nog niet gereed terwijl ook de noodspoorbrug bij Deventer (officieel de Katherine Millerspoorbrug) niet toegankelijk was voor voetgangers en auto’s.

De landhoofden van de schipbrug (de vaste oprijpunten op de oevers) stonden op een vaste hoogte. Als het water extreem zakte, kwamen de drijvende schepen veel lager te liggen. Hierdoor ontstond er aan de zijkanten een zeer steile helling om de brug op en af te rijden, wat lastig was voor paard-en-wagen en het vroege autoverkeer. Omdat de rivier bij laagwater smaller werd, moest de lengte van de brug soms handmatig worden aangepast om spanning op de kettingen en het wegdek te voorkomen. Dit gebeurde door het verplaatsen of verstellen van de houten plankieren bij de opritten. De schipbrug was dus een vernuftig maar onderhoudsintensief systeem dat continu menselijke aanpassing vereiste om met de grillen van de IJssel om te gaan.

1947 – Laag water in de IJssel is van alle tijden

1959 – Laag water in de IJssel is van alle tijden

Ijssel uitbaggeren

De belangrijkste hoogwaterjaren bij Deventer.

1658 en 1784: zeer grote watersnoodrampen; het water stond rondom Deventer en overstroomde grote delen van de omgeving.
1809 Zeer hoog winterhoogwater op de IJssel.
1820 Grote overstromingen in het IJsselgebied.
1855 Zeer hoogwater in de Rijn en IJssel; veel dijkbewaking.
1861 Langdurig winterhoogwater.
1882 Hoge rivierstanden in de winter.
1891 Opnieuw een belangrijke hoogwaterperiode.
1906: hoog water; ondergelopen Welle bij de Duimpoort.
1920 Extreem hoogwater; waterstand circa 7,14 m +NAP bij Deventer.

1926 – Schipbrug tijdens hoog water

8-1-1920 Bezoek koningin Wilhelmina an prinses Jullana tijdens hoog watar

1926: (Nieuwjaarsvloed) Een van de grootste overstromingen uit de geschiedenis van Deventer.

Het water steeg zo hoog dat de destijds gloednieuwe wijk Knutteldorp, Steenenkamer en de Hoven liepen onder; er waren evacuaties en nooddijken bezweken. De Bokkingshang liep volledig onder water. Het hoogste gemeten water sinds 1900: 7,30 m boven NAP bij Deventer.

1946 Hoog winterwater na de oorlog.
1980: grote wateroverlast door langdurige regen en dooi; IJsselkade en huizen liepen onder, caravans dreven weg.
1988 Zeer hoogwater; 6,76 m +NAP.
1993: In december zorgde extreme regenval in Europa in het stroomgebied van de Rijn en Maas zorgde voor een enorme waterpiek in de Nederlandse rivieren, waarbij ook de Wellekade onder liep en kades moesten worden afgezet.
1995: (Januari/Februari) Dit is het meest recente jaar van de ‘grote dreiging’. Een van de meest kritieke situaties in de recente geschiedenis. Door zeer hoge waterstanden dreigden de dijken bij de Worp te bezwijken. De IJssel stroomde over, de kades werden gebarricadeerd met zandzakken en de lagere delen van de stad stonden onder water. Het water piekte bij Deventer rond 7,10 m boven NAP, met ontruimingen (bijv. in de Worp) en het sluiten van coupures in de binnenstad.
2011: Begin januari bereikte de rivier een stand van 6,25 meter boven NAP. Smeltwater en veel regen zorgden voor de hoogste waterstand in jaren; de uiterwaarden en het gebied rond het IJsselhotel en de Worp liepen grotendeels onder water, het leidde tot het afsluiten van de Wellekade.
2018: In januari steeg het water onverwacht snel tot een piek van 5,86 meter boven NAP, vier centimeter hoger dan vooraf was voorspeld.
2021 (Juli): Een zeldzaam zomerhoogwater (bekend van de overstromingen in Limburg, Duitsland en België). De IJssel steeg ongebruikelijk hoog voor de tijd van het jaar, waardoor uiterwaarden onderliepen.
2023 / 2024 (December – Januari): bereikte de IJssel de hoogste waterstand in 12 jaar tijd. De kades liepen onder en er moesten tijdelijke waterkeringen worden geplaatst. Een van de hoogste standen in ruim een decennium. De Wellekade werd afgesloten, parkeerterreinen en wandelpaden stonden onder water en het mobiele hoogwaterschot aan de Welle werd ingezet.
2026: begin februari weer hoge standen in de IJssel; in buurtschap Steenenkamer (bij Deventer) gromde de rivier opnieuw, een eeuw na de watersnood van 1926.

De IJssel bij Deventer kent vrijwel ieder jaar een periode van verhoogde waterstand, maar echt uitzonderlijk hoogwater komt slechts af en toe voor. Sinds de negentiende eeuw zijn de volgende jaren het bekendst vanwege hoogwater bij Deventer:De vijf hoogste gemeten IJsselstanden bij Deventer sinds 1900

De gemeente Deventer schiet de bewoners van de Wellekade te hulp. Door de aanleg van een steiger worden de woningen weer toegankelijk gemaakt. Deventenaar H. Nijkamp kijkt vanuit zijn door het water belegerde veste aan de Welle uit over het IJselwater.

1. 7 januari 1926 – 7,33 m +NAP
2. 21 januari 1920 – 7,14 m +NAP
3. 2 februari 1995 – 7,10 m +NAP
4. 26 december 1993 – 6,93 m +NAP

Als je door Deventer loopt, kun je de exacte hoogte van de historische waterstanden zelf bekijken. Er hangen speciale hoogwaterstenen aan de gevels op het laagste punt van de Wellekade en aan de Bokkingshang (vlak bij de Zandpoort). Deze markeringen laten precies zien hoe hoog het IJsselwater in de verschillende eeuwen is gekomen.

Huidige situatie

Sinds de realisatie van het landelijke project Ruimte voor de Rivier (waarbij onder andere nevengeulen bij Deventer zijn gegraven) heeft de stad veel minder snel last van natte voeten. Zelfs bij de extreem hoge wateraanvoer van eind 2023 bleef de overlast binnen de binnenstad hierdoor beperkt.

Welle

Welle omstreeks 1900

Welle met de Hóód (de Hoed)

Deze opvallende gietijzeren loskraan kreeg de bijnaam ‘De Hoed’ vanwege zijn karakteristieke overkapping, die sterk op een hoed leek. De kraan stond sinds 1847 voor de Stadswaag aan de Welle om schepen te lossen, maar is in 1933 gesloopt na het faillissement van de producent en gebruiker, de IJzergieterij en Machinefabriek Nering Bögel . Er is tegenwoordig een Stichting Kadekraan De Hood die zich inzet voor de geschiedenis en een eventuele terugkeer van deze iconische kraan.

Welle de Hood heiskraan gebruikt door Nering Bögel

1847, het afbreken van de kraan is begonnen na het faillissement van de producent en gebruiker, de IJzergieterij en Machinefabriek Nering Bögel in opdracht van de gemeente Deventer die het toentertijd een sta in de weg vond op de Welle.
Het waaggebouw met ook het onderkomen voor de kraanmeester is van 1862 of iets later.

 

Welle Loskraan de Hood om zware gietstukken van ijzergieterij Nering-Bögel in schepen te kunnen takelen.

Kademuur in Deventer

Rond 1550 liet het stadsbestuur ter hoogte van de Welle en Onder de Linden een kademuur van baksteen optrekken. De muur werd bekleed met zandsteenplaten. In de muur zaten vier trappen naar het water. In 1558 werd ter hoogte van de huidige Graaf van Burenstraat het bastion Graaf van Buren gebouwd om de brug over de IJssel te kunnen beschermen. In 1627 wordt de kademuur versterkt en opgehoogd. In 1839 volgt een uitbreiding met de Pothoofdkade waar een aanleg- en overslagplaats komt. Omdat de trappen in de muur niet meer nodig zijn worden die in 1866 dichtgemetseld.
De kademuur aan de Welle in Deventer, specifiek bij de monding van de voormalige haven (de oude Stadshaven/Bokkingshang), onderging in 1953/1954 een ingrijpende reconstructie en modernisering. Dit specifieke gedeelte van de historische kademuur markeert het punt waar de oude havenmonding en de stadsverdediging samenkwamen met de IJssel.
Na de watersnoodramp van 1953 werd de focus op waterveiligheid en infrastructuur langs de grote rivieren landelijk aangescherpt. De oude constructies voldeden niet meer aan de moderne eisen.
De oude Stadshaven verloor in deze periode definitief haar actieve handelsfunctie aan de nieuwe, grotere industriële binnenhaven op de Bergweide. De monding van de oude haven werd hierdoor heringericht. In 1953/1954 werd de kademuur ter hoogte van deze voormalige havenmonding constructief versterkt en aangepast om het achterliggende stadsdeel beter te beschermen tegen hoogwater van de IJssel, terwijl de historische gelaagdheid van de muur (die deels teruggaat tot de 16e en 17e eeuw) bewaard bleef.
Tegen het eind van de vorige eeuw moet de kademuur na een verzakking worden gerestaureerd. Er komt dan ook een verlaagde kade, die de naam Wellepad krijgt. Daar kan vanaf nu gewandeld worden, behalve als het water in de IJssel hoog staat. Dan stroomt het Wellepad onder. De balustrade langs de IJssel komt weer terug en er komen moderne bolders waar de schepen kunnen aanleggen. In 2010 wordt de onderkant van de kade hersteld. De Pothoofdkade wordt dan ook verstevigd en opgehoogd. Daar komt dan ook een aanmeergelegenheid voor grote recreatieschepen. De kademuren langs de Welle en het Pothoofd zijn tegenwoordig aangewezen als Rijksmonument. In het aanzicht van de muren is de bouwgeschiedenis — waaronder de herstel- en aanpassingsfases uit het midden van de 20e eeuw — nog altijd duidelijk herkenbaar aan de variatie in bakstenen en metselverbanden.

Afbraak van huizen aan de Welle rond 1970/1971. Rechts een restant van de stadsmuur, waar aan beide kanten huizen met de rug tegen elkaar stonden. Links het begin van de Kranensteeg

Maximbar

Vroeger zat hier bovenin met een dakterras hotel-restaurant Bellevue. De ingang zat meer opzij (waar nu een raam zit), op de begane grond zaten de toiletten en de bar was op de eerste etage.

Maximbar.

Operation Cannonshot. (Gorssel en Wilp)

Operation Cannonshot was een gedurfde militaire operatie van Canadese geallieerde troepen op 11 april 1945 om de IJssel over te steken bij Gorssel en Wilp, wat het begin markeerde van de bevrijding van West-Nederland.

Het verloop van de operatie

  • De start: Op 11 april 1945 om 16:00 uur opende de Canadese artillerie het vuur, waarna om 16:30 uur amfibische voertuigen (Buffalo’s) met infanteristen van onder andere de Princess Patricia’s Canadian Light Infantry en de Seaforth Highlanders of Canada te water gingen.
  • De oversteek: De historische oversteek van de IJssel duurde slechts zeven minuten en werd in eerste instantie zonder noemenswaardig vijandelijk vuur voltooid.
  • Bruggenhoofd: Na de oversteek bij Gorssel en Wilp wist de genie al snel een pontonbrug te slaan, waardoor tanks en zwaar geschuut konden oversteken en het bruggenhoofd werd verstevigd.

 

Drogisterij en Verfhandel Nikkels

De Drogisterij en Verfhandel Nikkels (G.W. Nikkels Gz.) was een iconisch en historisch bedrijf aan de Welle (gevestigd aan Achter de Muren Vispoort 1-3) in Deventer, dat in 1968 werd afgebroken voor de verbreding van de Welle.

Historie in het kort

  • Oorsprong: De naam Nikkels was al vóór 1900 (rond 1877) verbonden aan dit deel van de IJsselkade.
  • Assortiment: Oorspronkelijk begon de zaak als een winkel in koloniale waren, verf, gedistilleerd en sigaren, maar in de loop der decennia groeide het uit tot een bekende drogisterij en verfhandel.
  • Karakteristieke plek: Het pand stond op de hoek bij de voormalige Binnen-Vispoort, pal naast andere bekende Deventer ondernemingen zoals koekbakkerij Maatman.
  • Herinneringen: Oud-Deventenaren herinneren zich de zaak nog levendig uit de jaren 50 en 60 — of het nu ging om het halen van carbiet, verf voor de boot, of het huren van een schuurmachine waarbij je de blanke lak er gratis bij kreeg.

De bouw van de nieuwe spoorbrug

© Copyright - Historisch Deventer