Diepenveen

 

Medewerkers Gemeentewerken

Diepenveen – Groepsportret – 1951: Medewerkers Gemeentewerken Diepenveen aan de Kolkmansweg 5, bij afscheid van Ter Nalis: E.van de Vilekkert, Hein de Brouwer, Jans van de Viekkert, Jan de Brouwer, Willem Roelofs, Anton Gerrits, Jan Geertman, Jo Smit, Johan Roelofs, Wesselink, Koers (dagelijkse leiding), Tinus Eilers, Hendrik Brinkman, Dieks en Haan, ter Nalis, Schiphorst, van de Wal, Bolink, Geertman, Hollegien, Bollink, G. van Hel, Hullman, Nederlof, Frits Bollink, de Haan.

Dorpsstraat

Rond 1902 ontwikkelde de Dorpsstraat in Diepenveen zich van een landelijke zandweg tot de belangrijkste straat van het dorp. De noord-zuid lopende straat vormde de ruggengraat van Diepenveen; de bebouwing concentreerde zich aanvankelijk tussen de twee bruggen over de Zandwetering en breidde zich daarna verder langs de straat uit.

In 1841 telde de dorpskom zeven huizen en ongeveer vijftig inwoners. Daarna ontstond geleidelijk lintbebouwing langs de huidige Dorpsstraat en Oranjelaan. Tussen 1850 en 1900 verdichtte deze bebouwing aanzienlijk, wat op een kaart uit 1900 duidelijk zichtbaar is. De oprichting van een vrijwillige brandweer in 1901 weerspiegelt de toenemende professionalisering van het dorp.

De Dorpsstraat was deels bestraat met kasseien (“kinderköpkes”), terwijl vervoer vooral plaatsvond met paard en wagen. Rond deze tijd verschenen ook diverse karakteristieke woningen, waaronder die van schoenmaker Oortmarssen (1896) en timmerman Jan Geerdes (1898), aangevuld met omliggende woningen tussen 1904 en 1905.

Aan de straat stond nog het oude erve Rander Klooster, ooit eigendom van het 15e-eeuwse vrouwenklooster van Diepenveen. Rond 1902 woonde hier vermoedelijk de familie Kruissink. De boerderij werd rond 1915 afgebroken voor het huidige herenhuis Oud-Diepenveen.

In en rond de Dorpsstraat waren ambachtslieden gevestigd, zoals kleermaker Kieftenbeld, een bakker, een smid en verschillende dorpscafés. Het historische middelpunt van het dorp was de hervormde kloosterkerk aan het Kerkplein, het overgebleven deel van het voormalige vrouwenklooster.

Naast de brug over de Soestwetering stond de Naai- en Breischool, gebouwd in 1872-1873. Het gebouw omvatte één leslokaal en een woning voor de onderwijzeres; bij de opening waren al circa tachtig meisjes ingeschreven. Aan de overkant van het Kerkplein stond de voormalige herberg De Vrolijke Boer, later bekend als De Brouwerij.

Lokale cafés en herbergen, waaronder het bekende Café-Restaurant W. Bloemendal, vormden een belangrijk ontmoetingspunt voor zowel Diepenveners als reizigers.

Huize ‘t Clooster in Diepenveen en zijn geheimen.

Burgemeester Doffegnies van Diepenveen liet in 1898 een fraaie villa (later ’t Clooster genoemd) bouwen aan de Sallandsweg. De Architect is onbekend.
Doffegnies was burgermeester van Diepenveen van 1895 tot 31-12-1919. Hij is getrouwd met P.J.M. van Marle op 25 mei 1892 te Deventer. Hij was toen 27 jaar oud. Het gezin van Jan Willem Doffegnies bestond naast zijn vrouw uit vier kinderen:

1. Eelix Hyacinthe Henri Doffegnies 1893-+ 1972
2. Hendrik Willem Jacob Doffegnies 1894-+ 1969
3. Hendrik Rudolph Doffegnies 1895-+ 1976
4. Henrica Judith Doffegnies 1898-1990 *

Hij vertrok 8-01-1916 vanuit Diepenveen naar den Haag. Het huis werd na 1916 aangekocht door de heer Joann Kruys geboren op 3-02-1867 in St.Petersburg. Hij was ambtenaar in waar hij tot 1918 maar zijn gezin woonde.
Villa ’t Clooster aan de Sallandsweg in Diepenveen werd bewoond door de families Doffegnies, Hopperus Buma en Jordens.
De villa werd tijdens de oorlog gevorderd t.b.v. het echtpaar Rost van Tonningen. Hij was toen leider van het Economisch Front van de NSB, president van de Nederlandsche Bank en waarnemend Secretaris-generaal van Financiën.
Hiervoor woonde de familie in Schalkhaar. Schalkhaar had in de oorlog geen goede reputatie. Naast de kazerne van het Politieopleidingsbataljon werd er in 1942 het Departement van financiën ondergebracht in Park Braband. Voor minister Meindert Rost van Tonningen en Thesaurier Generaal Rambonnet, beiden overtuigd nazi’s, en hun staf werden verschillende villa’s in Schalkhaar gevorderd. Rost van Tonningen werd gehuisvest in de villa de Zonneheuvel. (Rond 1900 kwam de in chaletstijl gebouwde villa Zonneheuvel Kon. Wilhelminalaan 1, gebouwd in opdracht van de firma Stoffel tot stand).
De Wehrmacht had de villa de Zonneheuvel later gerekwireerd voor de eigenaar, die een worstfabriek had en als leverancier van zijn fabriek, nu wehrmachtsbetriebsleiter was geworden.
In de tuin van ‘t Clooster had Rost van Tonningen s’nachts kisten met vertrouwelijk dossiers begraven. Deze kisten werden direct na het vertrek van Rost van Tonningen opgegraven door de geallieerde inlichtingendienst, de Canadian Field Security. De papieren zijn nooit openbaar geworden.
Hieruit blijkt wel dat de Engelsen en Canadezen een opvallende interesse toonden voor Rost van Tonningen. Bruno Vannier, voormalig sergeant bij de inlichtingendienst van het Canadese leger, schonk het Legermuseum het dienstpistool met de bijbehorende tas en het zogeheten Soldbuch van Meinoud Marinus Rost van Tonningen. Het betreft een standaard pistool van het type P.38 Walther, met het wapennummer 7891, vervaardigd in 1943 bij Waffenfabrik A.G.
Welk geheim geheim droeg Rost van Tonningen nog meer met zich mee?
Zelfs al was de bevrijding van Amsterdam niet onmiddellijk ophanden, hij moest wat doen. Hij moest voorbereidingen treffen voor het geval de geallieerde opmars zou doorzetten. Rost van Tonningen was met een gecamoufleerde auto gevlucht naar zijn huis ’t Clooster in Diepenveen, met medeneming van een onbekende hoeveelheid contant geld en goud dat hij uit de kluis van de bank had laten halen.
Onderzoeken in de tuin van ‘t Clooster en elders in Diepenveen heeft echter nooit wat opgeleverd maar ……..
Nadien woonden advocaat-procureur Hein Jordens in de villa ’t Clooster aan de Sallandsweg.
Op last van mr. dr. H.W. Jordens, is in 1961, de inboedel in de de villa ‘t Clooster” geveild. De eens zo mooie villa is in de jaren 60 afgebroken.

© Copyright - Historisch Deventer