Schalkhaar

Schalkhaar 1950
Schalkhaar is een dorp ten oosten van Deventer, gelegen in de voormalige gemeente Diepenveen en sinds 1999 onderdeel van de gemeente Deventer. Het dorp ontstond langs de oude weg van Deventer naar Raalte en heeft eeuwenlang een agrarisch karakter behouden.
De inwoners worden van oudsher Schalkhaarders genoemd. Die benaming is eenvoudig afgeleid van de plaatsnaam Schalkhaar. In de streek wordt de naam nog altijd gebruikt om inwoners van het dorp aan te duiden.
Over de herkomst van de plaatsnaam bestaan verschillende verklaringen. De meest aannemelijke is dat de naam teruggaat op:
“schalk”: een oud Germaans woord voor dienaar of knecht (later kreeg het ook de betekenis van “deugniet”);
“haar”: een langgerekte, hoger gelegen zandrug in het landschap de eeuwenoude landbouwbedrijven op de dekzandruggen;
de rooms-katholieke kerk en de historische dorpskern;
de voormalige Psychiatrisch Centrum Brinkgreven, dat deels op Schalkhaars grondgebied ligt;
het voormalige Politie Opleidingsbataljon (POB) Schalkhaar, waar tijdens de Duitse bezetting Nederlandse politieagenten werden opgeleid. Hierdoor kreeg de naam “Schalkhaar” na de oorlog een beladen historische betekenis, hoewel dit geheel losstaat van het dorp en zijn inwoners.
Schalkhaarders staan van oudsher bekend als inwoners van een hechte plattelandsgemeenschap, met een rijk verenigingsleven, waaronder muziekverenigingen, sportclubs en de jaarlijkse dorpsfeesten. Tot ver in de twintigste eeuw leefden veel inwoners van de landbouw, terwijl tegenwoordig ook veel mensen in Deventer werken en in Schalkhaar wonen.
De politieschool in de Westenbergkazerne te Schalkhaar werd in juli 1941 ingericht als centrale opleiding voor de Nederlandse politie. Rekruten waren doorgaans 19 tot 25 jaar oud en moesten minimaal een lagere-schooldiploma hebben, jonge Nederlandse mannen kregen hier een intensieve training van zes maanden. Agenten kregen lessen over ‘bloed en bodem’, raszuiverheid en het zogenaamde ‘Jodenvraagstuk’.
De focus lag sterk op marcheren, kaartlezen en de omgang met wapens.
Vanaf oktober 1942 was het brengen van de Hitlergroet verplicht voor alle aspiranten.
De term “Schalkhaarders” werd gebruikt voor de ruim 3.000 jongemannen die in Schalkhaar hun politieopleiding doorliepen tijdens de Duitse bezetting. Naast overtuigde NSB-ers trok Schalkhaar veel Nederlandse jongemannen die de opleiding gebruikten om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen.
Na de oorlog kregen zij een sterk beladen reputatie, omdat een deel van hen was ingezet bij de opsporing en arrestatie van Joden.
De opleiding in Schalkhaar was streng, militair van opzet en ideologisch gestuurd. Nederlandse politiemannen kregen er onder Duits toezicht in 6 maanden scholing, met nadruk op discipline, fysieke training, militaire tucht en nationaalsocialistische/SS-ideologie.
Schalkhaarders speelden tijdens razzia’s vooral de rol van meewerkende politie-eenheid, zij werden door de bezetter ingezet bij grootschalige acties tegen Joden en bij het oppakken en afvoeren van mensen. In de bronnen wordt expliciet genoemd dat zij “steeds inzetbaar” waren bij razzia’s en dat ze werden gebruikt bij het “opsporen en oppakken van Joden”. Veel Schalkhaarders werkten als bewaker in doorgangskampen zoals Kamp Westerbork. Niet alleen voor politie aspiranten, maar ook het hogere politiekader kon er een militaire scholing volgen. De meesten van hen bleven na de naoorlogse zuivering van het politieapparaat gewoon in dienst.
Ook de gehate Landwacht (Nederlanders) kwam voor exercitie en schietles naar Schalkhaar.
Juist door die inzet kregen “Schalkhaarders” in de oorlog en erna een zeer negatieve klank als scheldwoord voor een laaghartige of verraderlijke persoon. Tegelijk laten latere onderzoeken zien dat niet iedereen binnen die opleiding even gewillig meewerkte, er waren ook tegenstribbelaars en zelfs verzetsinfiltratie.
Rauter was Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS- und Polizeiführer, wat hem het bevel gaf over politie en veiligheid in Nederland. Vanuit die positie duwde hij de Nederlandse politie richting een centraal geleid, gemilitariseerd en nationaalsocialistisch systeem. De Duitsers wilden het Nederlandse politieapparaat volledig in hun greep krijgen. Een ingrijpende reorganisatie naar Duits model werd uitgevoerd. De korpsen van gemeentepolitie, rijkspolitie en grenspolitie werden samengevoegd tot staatspolitie en rechtstreeks onder Duits bevel geplaatst. Een sterke militarisering was het gevolg. Hij was de hoogste SS- en politiechef in bezet Nederland en daarmee de directe verantwoordelijke voor de politie-nazificatie, inclusief de politieschool in Schalkhaar. Hij stond dus niet als docent in de klas, maar gaf als hoogste autoriteit de politieke en organisatorische richting aan de opleiding.
Heinrich Himmler was Rauters directe meerdere en beïnvloedde zijn politiebeleid door de koers van de SS te bepalen: striktere controle, nazificatie van de politie en een hard optreden tegen Joden en verzet. Rauter voerde die lijn in Nederland uit; hij was ondergeschikt aan Himmler en werd gezien als diens loyale uitvoerder, niet als een zelfstandig denker met een eigen visie.
De reactie van de bevolking was gemengd, maar overwegend afwijzend of wantrouwend: veel Nederlanders zagen de SS-stijl van de politie als een verlengstuk van de bezetter en niet als de legitieme Nederlandse politie. Tegelijk werkte een deel van de bevolking uit angst, aanpassing of praktische noodzaak mee, waardoor openlijk verzet vaak beperkt bleef.
Ook binnen de bestaande politie zelf nam de weerstand toe: sommige agenten weigerden opdrachten, doken onder of zochten aansluiting bij het verzet. Anderen deden uiterlijk mee, maar probeerden mensen vooraf te waarschuwen of opdrachten te traineren. Daardoor werd de harde, door Schalkhaar gevormde lijn in de praktijk niet overal even strak uitgevoerd.
De SS-stijl onder Rauter riep dus geen brede instemming op; ze veroorzaakte juist afstand, afkeer en later ook stille of openlijke tegenwerking. Maar omdat de bezetter macht en druk uitoefende, kon die afkeer zich lang niet altijd vertalen in zichtbaar verzet.
Na de oorlog, van 1945 tot 1992, was de kazerne in gebruik bij de Koninklijke Landmacht. Vooral het 13e pantserinfanterie bataljon “Garde Fuseliers Prinses Irene” heeft lang van de kazerne gebruikgemaakt, namelijk van 1953 tot 1992.
Sinds 1992 is de Westenbergkazerne in gebruik als opvangcentrum voor asielzoekers. Behalve het AZC, waar ongeveer 500 asielzoekers verblijven, is er ook het regiokantoor van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) gevestigd.
Schalkhaar is een dorp ten oosten van Deventer, gelegen in de voormalige gemeente Diepenveen en sinds 1999 onderdeel van de gemeente Deventer. Het dorp ontstond langs de oude weg van Deventer naar Raalte en heeft eeuwenlang een agrarisch karakter behouden.
De inwoners worden van oudsher Schalkhaarders genoemd. Die benaming is eenvoudig afgeleid van de plaatsnaam Schalkhaar. In de streek wordt de naam nog altijd gebruikt om inwoners van het dorp aan te duiden.
Over de herkomst van de plaatsnaam bestaan verschillende verklaringen. De meest aannemelijke is dat de naam teruggaat op:
“schalk”: een oud Germaans woord voor dienaar of knecht (later kreeg het ook de betekenis van “deugniet”);
“haar”: een langgerekte, hoger gelegen zandrug in het landschap de eeuwenoude landbouwbedrijven op de dekzandruggen;
de rooms-katholieke kerk en de historische dorpskern;
de voormalige Psychiatrisch Centrum Brinkgreven, dat deels op Schalkhaars grondgebied ligt;
het voormalige Politie Opleidingsbataljon (POB) Schalkhaar, waar tijdens de Duitse bezetting Nederlandse politieagenten werden opgeleid. Hierdoor kreeg de naam “Schalkhaar” na de oorlog een beladen historische betekenis, hoewel dit geheel losstaat van het dorp en zijn inwoners.
Schalkhaarders staan van oudsher bekend als inwoners van een hechte plattelandsgemeenschap, met een rijk verenigingsleven, waaronder muziekverenigingen, sportclubs en de jaarlijkse dorpsfeesten. Tot ver in de twintigste eeuw leefden veel inwoners van de landbouw, terwijl tegenwoordig ook veel mensen in Deventer werken en in Schalkhaar wonen.
De politieschool in de Westenbergkazerne te Schalkhaar werd in juli 1941 ingericht als centrale opleiding voor de Nederlandse politie. Rekruten waren doorgaans 19 tot 25 jaar oud en moesten minimaal een lagere-schooldiploma hebben, jonge Nederlandse mannen kregen hier een intensieve training van zes maanden. Agenten kregen lessen over ‘bloed en bodem’, raszuiverheid en het zogenaamde ‘Jodenvraagstuk’.
De focus lag sterk op marcheren, kaartlezen en de omgang met wapens.
Vanaf oktober 1942 was het brengen van de Hitlergroet verplicht voor alle aspiranten.
De term “Schalkhaarders” werd gebruikt voor de ruim 3.000 jongemannen die in Schalkhaar hun politieopleiding doorliepen tijdens de Duitse bezetting. Naast overtuigde NSB-ers trok Schalkhaar veel Nederlandse jongemannen die de opleiding gebruikten om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen.
Na de oorlog kregen zij een sterk beladen reputatie, omdat een deel van hen was ingezet bij de opsporing en arrestatie van Joden.
De opleiding in Schalkhaar was streng, militair van opzet en ideologisch gestuurd. Nederlandse politiemannen kregen er onder Duits toezicht in 6 maanden scholing, met nadruk op discipline, fysieke training, militaire tucht en nationaalsocialistische/SS-ideologie.
Schalkhaarders speelden tijdens razzia’s vooral de rol van meewerkende politie-eenheid, zij werden door de bezetter ingezet bij grootschalige acties tegen Joden en bij het oppakken en afvoeren van mensen. In de bronnen wordt expliciet genoemd dat zij “steeds inzetbaar” waren bij razzia’s en dat ze werden gebruikt bij het “opsporen en oppakken van Joden”. Veel Schalkhaarders werkten als bewaker in doorgangskampen zoals Kamp Westerbork. Niet alleen voor politie aspiranten, maar ook het hogere politiekader kon er een militaire scholing volgen. De meesten van hen bleven na de naoorlogse zuivering van het politieapparaat gewoon in dienst.
Ook de gehate Landwacht (Nederlanders) kwam voor exercitie en schietles naar Schalkhaar.
Juist door die inzet kregen “Schalkhaarders” in de oorlog en erna een zeer negatieve klank als scheldwoord voor een laaghartige of verraderlijke persoon. Tegelijk laten latere onderzoeken zien dat niet iedereen binnen die opleiding even gewillig meewerkte, er waren ook tegenstribbelaars en zelfs verzetsinfiltratie.
Rauter was Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS- und Polizeiführer, wat hem het bevel gaf over politie en veiligheid in Nederland. Vanuit die positie duwde hij de Nederlandse politie richting een centraal geleid, gemilitariseerd en nationaalsocialistisch systeem. De Duitsers wilden het Nederlandse politieapparaat volledig in hun greep krijgen. Een ingrijpende reorganisatie naar Duits model werd uitgevoerd. De korpsen van gemeentepolitie, rijkspolitie en grenspolitie werden samengevoegd tot staatspolitie en rechtstreeks onder Duits bevel geplaatst. Een sterke militarisering was het gevolg. Hij was de hoogste SS- en politiechef in bezet Nederland en daarmee de directe verantwoordelijke voor de politie-nazificatie, inclusief de politieschool in Schalkhaar. Hij stond dus niet als docent in de klas, maar gaf als hoogste autoriteit de politieke en organisatorische richting aan de opleiding.
Heinrich Himmler was Rauters directe meerdere en beïnvloedde zijn politiebeleid door de koers van de SS te bepalen: striktere controle, nazificatie van de politie en een hard optreden tegen Joden en verzet. Rauter voerde die lijn in Nederland uit; hij was ondergeschikt aan Himmler en werd gezien als diens loyale uitvoerder, niet als een zelfstandig denker met een eigen visie.
De reactie van de bevolking was gemengd, maar overwegend afwijzend of wantrouwend: veel Nederlanders zagen de SS-stijl van de politie als een verlengstuk van de bezetter en niet als de legitieme Nederlandse politie. Tegelijk werkte een deel van de bevolking uit angst, aanpassing of praktische noodzaak mee, waardoor openlijk verzet vaak beperkt bleef.
Ook binnen de bestaande politie zelf nam de weerstand toe: sommige agenten weigerden opdrachten, doken onder of zochten aansluiting bij het verzet. Anderen deden uiterlijk mee, maar probeerden mensen vooraf te waarschuwen of opdrachten te traineren. Daardoor werd de harde, door Schalkhaar gevormde lijn in de praktijk niet overal even strak uitgevoerd.
De SS-stijl onder Rauter riep dus geen brede instemming op; ze veroorzaakte juist afstand, afkeer en later ook stille of openlijke tegenwerking. Maar omdat de bezetter macht en druk uitoefende, kon die afkeer zich lang niet altijd vertalen in zichtbaar verzet.
Na de oorlog, van 1945 tot 1992, was de kazerne in gebruik bij de Koninklijke Landmacht. Vooral het 13e pantserinfanterie bataljon “Garde Fuseliers Prinses Irene” heeft lang van de kazerne gebruikgemaakt, namelijk van 1953 tot 1992.
Sinds 1992 is de Westenbergkazerne in gebruik als opvangcentrum voor asielzoekers. Behalve het AZC, waar ongeveer 500 asielzoekers verblijven, is er ook het regiokantoor van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) gevestigd.
Schalkhaar is een dorp ten oosten van Deventer, gelegen in de voormalige gemeente Diepenveen en sinds 1999 onderdeel van de gemeente Deventer. Het dorp ontstond langs de oude weg van Deventer naar Raalte en heeft eeuwenlang een agrarisch karakter behouden.
De inwoners worden van oudsher Schalkhaarders genoemd. Die benaming is eenvoudig afgeleid van de plaatsnaam Schalkhaar. In de streek wordt de naam nog altijd gebruikt om inwoners van het dorp aan te duiden.
Over de herkomst van de plaatsnaam bestaan verschillende verklaringen. De meest aannemelijke is dat de naam teruggaat op:
“schalk”: een oud Germaans woord voor dienaar of knecht (later kreeg het ook de betekenis van “deugniet”);
“haar”: een langgerekte, hoger gelegen zandrug in het landschap de eeuwenoude landbouwbedrijven op de dekzandruggen;
de rooms-katholieke kerk en de historische dorpskern;
de voormalige Psychiatrisch Centrum Brinkgreven, dat deels op Schalkhaars grondgebied ligt;
het voormalige Politie Opleidingsbataljon (POB) Schalkhaar, waar tijdens de Duitse bezetting Nederlandse politieagenten werden opgeleid. Hierdoor kreeg de naam “Schalkhaar” na de oorlog een beladen historische betekenis, hoewel dit geheel losstaat van het dorp en zijn inwoners.
Schalkhaarders staan van oudsher bekend als inwoners van een hechte plattelandsgemeenschap, met een rijk verenigingsleven, waaronder muziekverenigingen, sportclubs en de jaarlijkse dorpsfeesten. Tot ver in de twintigste eeuw leefden veel inwoners van de landbouw, terwijl tegenwoordig ook veel mensen in Deventer werken en in Schalkhaar wonen.
De politieschool in de Westenbergkazerne te Schalkhaar werd in juli 1941 ingericht als centrale opleiding voor de Nederlandse politie. Rekruten waren doorgaans 19 tot 25 jaar oud en moesten minimaal een lagere-schooldiploma hebben, jonge Nederlandse mannen kregen hier een intensieve training van zes maanden. Agenten kregen lessen over ‘bloed en bodem’, raszuiverheid en het zogenaamde ‘Jodenvraagstuk’.
De focus lag sterk op marcheren, kaartlezen en de omgang met wapens.
Vanaf oktober 1942 was het brengen van de Hitlergroet verplicht voor alle aspiranten.
De term “Schalkhaarders” werd gebruikt voor de ruim 3.000 jongemannen die in Schalkhaar hun politieopleiding doorliepen tijdens de Duitse bezetting. Naast overtuigde NSB-ers trok Schalkhaar veel Nederlandse jongemannen die de opleiding gebruikten om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen.
Na de oorlog kregen zij een sterk beladen reputatie, omdat een deel van hen was ingezet bij de opsporing en arrestatie van Joden.
De opleiding in Schalkhaar was streng, militair van opzet en ideologisch gestuurd. Nederlandse politiemannen kregen er onder Duits toezicht in 6 maanden scholing, met nadruk op discipline, fysieke training, militaire tucht en nationaalsocialistische/SS-ideologie.
Schalkhaarders speelden tijdens razzia’s vooral de rol van meewerkende politie-eenheid, zij werden door de bezetter ingezet bij grootschalige acties tegen Joden en bij het oppakken en afvoeren van mensen. In de bronnen wordt expliciet genoemd dat zij “steeds inzetbaar” waren bij razzia’s en dat ze werden gebruikt bij het “opsporen en oppakken van Joden”. Veel Schalkhaarders werkten als bewaker in doorgangskampen zoals Kamp Westerbork. Niet alleen voor politie aspiranten, maar ook het hogere politiekader kon er een militaire scholing volgen. De meesten van hen bleven na de naoorlogse zuivering van het politieapparaat gewoon in dienst.
Ook de gehate Landwacht (Nederlanders) kwam voor exercitie en schietles naar Schalkhaar.
Juist door die inzet kregen “Schalkhaarders” in de oorlog en erna een zeer negatieve klank als scheldwoord voor een laaghartige of verraderlijke persoon. Tegelijk laten latere onderzoeken zien dat niet iedereen binnen die opleiding even gewillig meewerkte, er waren ook tegenstribbelaars en zelfs verzetsinfiltratie.
Rauter was Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS- und Polizeiführer, wat hem het bevel gaf over politie en veiligheid in Nederland. Vanuit die positie duwde hij de Nederlandse politie richting een centraal geleid, gemilitariseerd en nationaalsocialistisch systeem. De Duitsers wilden het Nederlandse politieapparaat volledig in hun greep krijgen. Een ingrijpende reorganisatie naar Duits model werd uitgevoerd. De korpsen van gemeentepolitie, rijkspolitie en grenspolitie werden samengevoegd tot staatspolitie en rechtstreeks onder Duits bevel geplaatst. Een sterke militarisering was het gevolg. Hij was de hoogste SS- en politiechef in bezet Nederland en daarmee de directe verantwoordelijke voor de politie-nazificatie, inclusief de politieschool in Schalkhaar. Hij stond dus niet als docent in de klas, maar gaf als hoogste autoriteit de politieke en organisatorische richting aan de opleiding.
Heinrich Himmler was Rauters directe meerdere en beïnvloedde zijn politiebeleid door de koers van de SS te bepalen: striktere controle, nazificatie van de politie en een hard optreden tegen Joden en verzet. Rauter voerde die lijn in Nederland uit; hij was ondergeschikt aan Himmler en werd gezien als diens loyale uitvoerder, niet als een zelfstandig denker met een eigen visie.
De reactie van de bevolking was gemengd, maar overwegend afwijzend of wantrouwend: veel Nederlanders zagen de SS-stijl van de politie als een verlengstuk van de bezetter en niet als de legitieme Nederlandse politie. Tegelijk werkte een deel van de bevolking uit angst, aanpassing of praktische noodzaak mee, waardoor openlijk verzet vaak beperkt bleef.
Ook binnen de bestaande politie zelf nam de weerstand toe: sommige agenten weigerden opdrachten, doken onder of zochten aansluiting bij het verzet. Anderen deden uiterlijk mee, maar probeerden mensen vooraf te waarschuwen of opdrachten te traineren. Daardoor werd de harde, door Schalkhaar gevormde lijn in de praktijk niet overal even strak uitgevoerd.
De SS-stijl onder Rauter riep dus geen brede instemming op; ze veroorzaakte juist afstand, afkeer en later ook stille of openlijke tegenwerking. Maar omdat de bezetter macht en druk uitoefende, kon die afkeer zich lang niet altijd vertalen in zichtbaar verzet.
Na de oorlog, van 1945 tot 1992, was de kazerne in gebruik bij de Koninklijke Landmacht. Vooral het 13e pantserinfanterie bataljon “Garde Fuseliers Prinses Irene” heeft lang van de kazerne gebruikgemaakt, namelijk van 1953 tot 1992.
Sinds 1992 is de Westenbergkazerne in gebruik als opvangcentrum voor asielzoekers. Behalve het AZC, waar ongeveer 500 asielzoekers verblijven, is er ook het regiokantoor van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) gevestigd.
is een dorp ten oosten van Deventer, gelegen in de voormalige gemeente Diepenveen en sinds 1999 onderdeel van de gemeente Deventer. Het dorp ontstond langs de oude weg van Deventer naar Raalte en heeft eeuwenlang een agrarisch karakter behouden.
De inwoners worden van oudsher Schalkhaarders genoemd. Die benaming is eenvoudig afgeleid van de plaatsnaam Schalkhaar. In de streek wordt de naam nog altijd gebruikt om inwoners van het dorp aan te duiden.
Over de herkomst van de plaatsnaam bestaan verschillende verklaringen. De meest aannemelijke is dat de naam teruggaat op:
“schalk”: een oud Germaans woord voor dienaar of knecht (later kreeg het ook de betekenis van “deugniet”);
“haar”: een langgerekte, hoger gelegen zandrug in het landschap de eeuwenoude landbouwbedrijven op de dekzandruggen;
de rooms-katholieke kerk en de historische dorpskern;
de voormalige Psychiatrisch Centrum Brinkgreven, dat deels op Schalkhaars grondgebied ligt;
het voormalige Politie Opleidingsbataljon (POB) Schalkhaar, waar tijdens de Duitse bezetting Nederlandse politieagenten werden opgeleid. Hierdoor kreeg de naam “Schalkhaar” na de oorlog een beladen historische betekenis, hoewel dit geheel losstaat van het dorp en zijn inwoners.
Schalkhaarders staan van oudsher bekend als inwoners van een hechte plattelandsgemeenschap, met een rijk verenigingsleven, waaronder muziekverenigingen, sportclubs en de jaarlijkse dorpsfeesten. Tot ver in de twintigste eeuw leefden veel inwoners van de landbouw, terwijl tegenwoordig ook veel mensen in Deventer werken en in Schalkhaar wonen.
De politieschool in de Westenbergkazerne te Schalkhaar werd in juli 1941 ingericht als centrale opleiding voor de Nederlandse politie. Rekruten waren doorgaans 19 tot 25 jaar oud en moesten minimaal een lagere-schooldiploma hebben, jonge Nederlandse mannen kregen hier een intensieve training van zes maanden. Agenten kregen lessen over ‘bloed en bodem’, raszuiverheid en het zogenaamde ‘Jodenvraagstuk’.
De focus lag sterk op marcheren, kaartlezen en de omgang met wapens.
Vanaf oktober 1942 was het brengen van de Hitlergroet verplicht voor alle aspiranten.
De term “Schalkhaarders” werd gebruikt voor de ruim 3.000 jongemannen die in Schalkhaar hun politieopleiding doorliepen tijdens de Duitse bezetting. Naast overtuigde NSB-ers trok Schalkhaar veel Nederlandse jongemannen die de opleiding gebruikten om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen.
Na de oorlog kregen zij een sterk beladen reputatie, omdat een deel van hen was ingezet bij de opsporing en arrestatie van Joden.
De opleiding in Schalkhaar was streng, militair van opzet en ideologisch gestuurd. Nederlandse politiemannen kregen er onder Duits toezicht in 6 maanden scholing, met nadruk op discipline, fysieke training, militaire tucht en nationaalsocialistische/SS-ideologie.
Schalkhaarders speelden tijdens razzia’s vooral de rol van meewerkende politie-eenheid, zij werden door de bezetter ingezet bij grootschalige acties tegen Joden en bij het oppakken en afvoeren van mensen. In de bronnen wordt expliciet genoemd dat zij “steeds inzetbaar” waren bij razzia’s en dat ze werden gebruikt bij het “opsporen en oppakken van Joden”. Veel Schalkhaarders werkten als bewaker in doorgangskampen zoals Kamp Westerbork. Niet alleen voor politie aspiranten, maar ook het hogere politiekader kon er een militaire scholing volgen. De meesten van hen bleven na de naoorlogse zuivering van het politieapparaat gewoon in dienst.
Ook de gehate Landwacht (Nederlanders) kwam voor exercitie en schietles naar Schalkhaar.
Juist door die inzet kregen “Schalkhaarders” in de oorlog en erna een zeer negatieve klank als scheldwoord voor een laaghartige of verraderlijke persoon. Tegelijk laten latere onderzoeken zien dat niet iedereen binnen die opleiding even gewillig meewerkte, er waren ook tegenstribbelaars en zelfs verzetsinfiltratie.
Rauter was Generalkommissar für das Sicherheitswesen en Höhere SS- und Polizeiführer, wat hem het bevel gaf over politie en veiligheid in Nederland. Vanuit die positie duwde hij de Nederlandse politie richting een centraal geleid, gemilitariseerd en nationaalsocialistisch systeem. De Duitsers wilden het Nederlandse politieapparaat volledig in hun greep krijgen. Een ingrijpende reorganisatie naar Duits model werd uitgevoerd. De korpsen van gemeentepolitie, rijkspolitie en grenspolitie werden samengevoegd tot staatspolitie en rechtstreeks onder Duits bevel geplaatst. Een sterke militarisering was het gevolg. Hij was de hoogste SS- en politiechef in bezet Nederland en daarmee de directe verantwoordelijke voor de politie-nazificatie, inclusief de politieschool in Schalkhaar. Hij stond dus niet als docent in de klas, maar gaf als hoogste autoriteit de politieke en organisatorische richting aan de opleiding.
Heinrich Himmler was Rauters directe meerdere en beïnvloedde zijn politiebeleid door de koers van de SS te bepalen: striktere controle, nazificatie van de politie en een hard optreden tegen Joden en verzet. Rauter voerde die lijn in Nederland uit; hij was ondergeschikt aan Himmler en werd gezien als diens loyale uitvoerder, niet als een zelfstandig denker met een eigen visie.
De reactie van de bevolking was gemengd, maar overwegend afwijzend of wantrouwend: veel Nederlanders zagen de SS-stijl van de politie als een verlengstuk van de bezetter en niet als de legitieme Nederlandse politie. Tegelijk werkte een deel van de bevolking uit angst, aanpassing of praktische noodzaak mee, waardoor openlijk verzet vaak beperkt bleef.
Ook binnen de bestaande politie zelf nam de weerstand toe: sommige agenten weigerden opdrachten, doken onder of zochten aansluiting bij het verzet. Anderen deden uiterlijk mee, maar probeerden mensen vooraf te waarschuwen of opdrachten te traineren. Daardoor werd de harde, door Schalkhaar gevormde lijn in de praktijk niet overal even strak uitgevoerd.
De SS-stijl onder Rauter riep dus geen brede instemming op; ze veroorzaakte juist afstand, afkeer en later ook stille of openlijke tegenwerking. Maar omdat de bezetter macht en druk uitoefende, kon die afkeer zich lang niet altijd vertalen in zichtbaar verzet.
Na de oorlog, van 1945 tot 1992, was de kazerne in gebruik bij de Koninklijke Landmacht. Vooral het 13e pantserinfanterie bataljon “Garde Fuseliers Prinses Irene” heeft lang van de kazerne gebruikgemaakt, namelijk van 1953 tot 1992.
Sinds 1992 is de Westenbergkazerne in gebruik als opvangcentrum voor asielzoekers. Behalve het AZC, waar ongeveer 500 asielzoekers verblijven, is er ook het regiokantoor van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) gevestigd.


Oerdijk
Duitse krijgsgevangenen in een kippenren
De iconische foto van Duitse krijgsgevangenen in een kippenren is gemaakt door een Canadese legerfotograaf aan de Oerdijk in Schalkhaar. Nadat het gebied in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog werd bevrijd, werden verslagen Duitse soldaten tijdelijk in deze rennen opgesloten.Het beeld toont een wrang contrast, aangezien dergelijke kippenhokken en schuren tijdens de bezetting juist werden gebruikt om onderduikers, verzetsmensen en geallieerde militairen te verbergen.De legendarische foto documenteert de bevrijding van de regio Deventer in de nadagen van de oorlog.

