Bagijnenstraat
De Bagijnenstraat in Deventer ontleent haar naam aan de zogeheten bagijnen (begijnen), vrome vrouwen die zonder kloostergeloften in gemeenschap leefden. In de Bagijnenstraat in Deventer bevindt zich inderdaad het Oude Vrouwenhuis. Dit monumentale pand heeft een rijke geschiedenis die nauw verbonden is met de zorg voor ouderen en wezen in de stad. Het Oude Vrouwenhuis in de Bagijnenstraat ontstond in 1857 en gesloopt in 1968. Het kwam voort uit een fusie van verschillende gasthuizen, waaronder het Stappenconvent (Bagijnenstraat 17), dat al sinds de 15e eeuw bestond en zich richtte op de zorg voor vrouwen. “De straat van barmhartigheid”: De Bagijnenstraat stond vroeger bekend als de straat waar veel liefdadigheidsinstellingen waren gevestigd.
Het bood onderdak en verzorging aan arme of alleenstaande oudere vrouwen uit Deventer.
De bewoners kregen meestal een kleine kamer en basisvoorzieningen; vaak moesten zij zich aan huisregels houden en soms een kleine inbreng betalen.
Het complex bestond uit eenvoudige huisjes of kamers rond een binnenplaats, vergelijkbaar met hofjes elders in Nederland.
De Bagijnenstraat lag in een gebied met meerdere religieuze en liefdadige instellingen.
Zulke vrouwenhuizen waren belangrijk vóór de opkomst van moderne ouderenzorg.
Naast het Vrouwenhuis vond men hier ook het Burgerweeshuis en het Kinderhuis. “Opoe van de trapjes”: Het gebouw was in de volksmond herkenbaar aan de karakteristieke bordestrap aan de voorzijde. Een bekende uitdrukking in het lokale dialect was “Hij (of zij) zit op de Bagijnenstraat”, wat betekende dat iemand gebruikmaakte van de armenzorg.
In de loop van de 19e en 20e eeuw veranderde de functie en werden veel van deze gebouwen verbouwd of gesloopt.

Oude Vrouwenhuis
Het Stappenconvent
Het Stappenconvent is een voormalig gasthuis in de Nederlandse stad Deventer.Het gebouw is vernoemd naar de vicaris Henricus Stappe, die in de 14e eeuw leefde. Vlak voor zijn dood stelde hij zijn huis beschikbaar aan behoeftigen en arme vreemdelingen. Hij had in zijn testament laten opnemen dat zijn nalatenschap ook hieraan besteed diende te worden en het stadsbestuur diende dit uit te voeren. De nalatenschap was niet voldoende, waarop de gemeente het huis wilde verkopen. Door schenkingen van particulieren kon dit worden voorkomen.In de daaropvolgende eeuwen werden voor vele armlastige vrouwen gezorgd, waarop het huis zich had toegelegd. De financiële situatie noodzaakte er wel toe dat op bestuurlijk vlak enkele samenvoegingen plaatsvonden met andere zorghuizen. Uiteindelijk ging het stappenconvent samen met het Mouwickshuis, het Harmen Boevinckshuis en het Meyershof in 1850 op in het Oude Vrouwenhuis. In 1879 volgde een verdere samenvoeging van gastenhuizen, waarbij het Grote en Voorster Gasthuis, het St. Jurriën Gasthuis, het Oude Vrouwenhuis en het St. Geertruiden Gasthuis onder het bestuur van de Verenigde Gestichten verderging.Nabij de locatie waar het Stappenconvent was ontstaan, werd in 1858 een nieuw gebouw betrokken, dat nog wel de naam Stappenconvent behield. Dit neoclassicistische, gepleisterde pand, ontworpen door Maarten van Harten sr., heeft een L-vormige opzet. De ramen op de begane grond zijn voornamelijk rechthoekig, terwijl deze op de eerste verdieping getoogd zijn. Het terrein wordt aan de voorzijde afgeschermd door een gietijzeren hek. Het pand is in een latere periode omgevormd tot woningen en is in 1979 aangewezen als rijksmonument.Het Stappenconvent bevindt zich op kleine afstand van het Burgerweeshuis, dat in vergelijkbare stijl werd ontworpen, tevens door Maarten van Harten sr. Het Sint-Elisabethsgasthuis aan de Bagijnenstraat werd al sinds de middeleeuwen (ca. 1516) gebruikt voor de opvang en verzorging van mensen met een geestelijke stoornis (krankzinnigen). In het Elisabethsgasthuis, dat aan de Bagijnenstraat stond, werden krankzinnigen ondergebracht. Rond1600 was het gasthuis aan nieuwbouw toe. De gebouwen waren klein en benauwd. De bestuurders waren van mening dat de ‘arme ellendigen’ jammerlijk waren gehuisvest en dat het niet goed was hen nog langer ‘in vuilnis en koude te laten liggen’. In 1610 werd de nieuwbouw begonnen. Voor de ‘dollen’ met agressieve stoornis werden kooien gebouwd, waar ze, vaak geboeid, konden worden opgesloten. Daarin werden ook lastpakken en dronkelappen ter ontnuchtering gevangen gezet. Hoewel in 1894 de grotere groepen patiënten al verhuisden naar het nieuwe buitengesticht landgoed Brinkgreven, bleef het pand in de Deventer binnenstad nog lang een zorgfunctie houden. De foto uit 1906 toont een uniek tijdsbeeld van het dagelijks leven en de zorg in het St. Elisabethsgasthuis aan de Bagijnenstraat rond het begin van de 20e eeuw. De patiënten of bewoners hielpen destijds mee met zware huishoudelijke taken, zoals het omhoog hijsen van turf die later werd gebruikt als brandstof voor de kachels.


Sint-Elisabethsgasthuis

Dr. H.G. Gooszen
In april 1937 nam dr. H.G. Gooszen afscheid als arts van de Verenigde Gestichten in Deventer. De afscheidsceremonie vond plaats in de tuin van de Gestichten aan de Bagijnenstraat.
Dr. Gooszen werd opgevolgd door zijn schoonzoon, dr. G.J. Scholten, die getrouwd was met zijn dochter E. Scholten-Gooszen.
Volgens de historische foto op deze pagina waren onder meer zijn vrouw (mw. Gooszen-Land) en zijn schoonzus (mej. E.W.A. Land) aanwezig.
De Bagijnenstraat was historisch een belangrijke zorg- en gasthuislocatie. Daar stonden o.a. het Elisabethsgasthuis en andere instellingen voor zieken en behoeftigen . Het is dus logisch dat een arts als Gooszen juist daar afscheid nam of werd uitgezwaaid.
Dr. Henricus Gerhard Gooszen, was een bekende Deventer arts uit het begin van de 20e eeuw. Hij was jarenlang actief in de stad en kreeg later zelfs een straatnaam (H.G. Gooszenstraat). In 1935 vierde hij nog een 40-jarig artsjubileum, wat aangeeft dat hij al vóór 1900 werkzaam was en dus rond 1937 een afscheid (bijv. praktijkoverdracht of vertrek) goed past in zijn loopbaan.

Bombardement Bagijnenstraat
Op 6 februari 1945 vond het laatste grote geallieerde bombardement op Deventer plaats, waarbij de Bagijnenstraat en omgeving zwaar werden getroffen. Hoewel het eigenlijke doel de spoorbrug over de IJssel was, misten veel bommen hun doel en kwamen ze in de omliggende woonwijken terecht.
Een groot deel van de Bagijnenstraat werd volledig weggevaagd. Onder de zwaar getroffen gebouwen bevonden zich het Groote- en Voorster Gasthuis, het St. Elisabeth Gasthuis en het St. Jurriën Gasthuis. Bij dit specifieke bombardement kwamen in totaal 61 mensen om het leven en vielen er tientallen gewonden.
De aanval werd uitgevoerd door Mitchell- en Boston-bommenwerpers van de Royal Air Force. De schade aan de historische binnenstad was enorm en de littekens van deze dag zijn op sommige plekken nog steeds zichtbaar in het stadsbeeld.
De Bagijnenstraat lag in een dichtbebouwde buurt, waardoor de impact groot was: ingestorte gevels, puin op straat en tijdelijke evacuaties van omwonenden.

De Gemeentelijke Arbeidsbeurs
De Gemeentelijke Arbeidsbeurs van Deventer was vanaf 1925 gevestigd aan de Bagijnenstraat 16-24, op de hoek van de Hagensteeg. De arbeidsbeurs deelde dit pand met de Districts-Arbeidsbeurs en het Instituut voor Volksontwikkeling. Het gebouw deed oorspronkelijk dienst als de lokale Hagebewaarschool.
In 1925 werd de school volledig verbouwd en ingericht om werkzoekenden en werkgevers in Deventer en de omliggende regio samen te brengen. Vooral in de crisisjaren van de jaren dertig en in de periode na de Tweede Wereldoorlog was het een drukbezochte instelling.

