Raambuurt
Senzora
De geschiedenis van Senzora (Schoemaker en Zonen Raamstraat) gaat terug naar Joannes Bernardus Schoemaker. Deze startte in 1811 in Deventer een bedrijfje in kruidenierswaren.
Omstreeks 1901 ging zijn kleinzoon Antonie Joannes zelf produceren. Aan de Hogestraat 31 had hij een korte tijd een fabriekje voor vleeswaren en worst, een paar jaar later ook een koffiebranderij. In 1908 startte hij aan de Bruynssteeg 10 een koffiebranderij en een zeepfabriek. Uiteindelijk groeide het bedrijf onder de leiding van de zonen Hein en Jan Schoemaker uit tot een fabriek waar wasmiddelen en suikerwerk (pepermunt) gemaakt wordt.

Senzora met Suikerwerkproduktie
In 1916 bouwde men een fabrieksgebouw aan de Raamstraat. Een jaar later kreeg de firma de naam Industriële – en Handelsmaatschappij v/h Senzora. Daar werd suikerwerk en pepermunt gemaakt en verkocht onder de merknaam ‘Tiger’.
In 1927 kwam er een fabriek voor zachte zeep aan Bergsingel 6. Na de oorlog wordt hier synthetische zeep gemaakt. Latere uitbreidingen vinden plaats op diverse locaties.

De eerste gemeentelijke gasfabriek
De eerste gemeentelijke gasfabriek van Deventer werd in 1858 gebouwd aan de Raambleek in de Raambuurt. Deze historische locatie lag direct aan de Oude Haven, wat destijds essentieel was voor de grootschalige aanvoer van steenkolen per schip.
De fabriek werd gebouwd volgens het zogenaamde “Leids model”. Uit heetgestookte kolen werd kolengas (stadsgas) gewonnen voor de allereerste gaslantaarns in de Deventer straten en voor omliggende industrie, zoals de ijzergieterij van Nering Bögel.
De gasfabriek was belangrijk voor de overgang naar gasverlichting in de stad.
Rond 1800 brandden in Deventer nog straatlantaarns op olie, maar gas werd daarna snel de nieuwe standaard, en de fabriek aan de Raambleek speelde daarin een centrale rol.
Er brandden op 1 januari 1859 210 straatlantaarns en er waren 187 particulieren aangesloten.
Ter hoogte van de gasfabriek fabriek lag over de Oude Haven de in 1873 gebouwde Gasbrug. Deze houten brug kreeg later de volksnaam het Olifantsbruggetje, nadat er op 12 september 1920 een olifant van Circus Hagenbeck doorheen zakte.
In 1908 wordt besloten een nieuwe gasfabriek aan de Zutphenseweg langs de IJssel te bouwen. Ingebruikname: 1910-1911.
Omdat de fabriek aan haar maximale capaciteit zat en de binnenstad veel stank- en milieuoverlast ervoer, werd de locatie aan de Raambleek in 1910 gesloopt.
In de jaren ’30 t/m ’50 heeft de gasfabriek een showroom op het gebied van huishoudelijk gebruik van gas, water en elektriciteit, ‘de Gemeentewinkel’ in de Nieuwstraat (huidige nummer 79).




De Oude Haven met de Gasbrug verwijst doorgaans naar de historische Oude Haven en de Gasbrug in de Raambuurt in Deventer. De brug dankt zijn bekendheid aan de iconische gebeurtenis op 12 september 1920, toen de brug onder het gewicht van een circusolifant bezweek en sindsdien de bijnaam Olifantsbrug

Oude Haven in de winter met Gasbrug



De Pothoofdsluis ook wel Raamsluis genoemd.
De sluis speelde een sleutelrol bij het reguleren van het waterpeil in de binnenstad. Tijdens de grote overstroming van januari 1926 stond de Pothoofdsluis zwaar onder druk. Omgekeerd zorgde extreme droogte (zoals in 1893 en 1921) er juist voor dat schepen de haven rond de sluis niet konden bereiken. De Pothoofdsluis ook wel Raamsluis genoemd in Deventer, is een historische schutsluis en waterbouwkundig relict dat een belangrijke rol speelde in de waterhuishouding en verdediging van de stad. Het bevindt zich nabij de Raamstraat en het Pothoofd, aan de rand van het oude Raambuurt-gebied.

De Pothoofdsluis ontstond in de middeleeuwen als onderdeel van de waterverdediging en de waterhuishouding van Deventer. De stad beschikte over een stelsel van grachten, havens en sluizen waarmee:
• het waterpeil in de stadsgrachten werd geregeld;
• overtollig water kon worden afgevoerd;
• scheepvaart tussen de stad en de IJssel mogelijk bleef;
• de vestingwerken beter verdedigbaar waren.
De Pothoofdsluis ook wel Raamsluis genoemd was een schutsluis in Deventer die van 1853 tot 1953 op de locatie van de huidige Raamsluisstraat lag, en speelde een belangrijke rol in de verbinding tussen de haven en het Overijssels Kanaal. De sluis lag tussen de Buitengracht en de oude haven, vlak bij het Pothoofd, en maakte het mogelijk dat schepen het niveauverschil tussen kanaal en haven overbrugden.

Door de opening van het Overijssels Kanaal in 1858 konden grotere schepen de haven alleen via de smalle en lage doorgang naar de Vetkolk bereiken; na de kanaalopening werd de dam tussen Buitengracht en haven verwijderd en de Pothoofdsluis aangelegd om de scheepvaart te faciliteren.
Sluisstraat 16, de voormalige brugwachterswoning bij de Raambrug (gebouwd in 1887), vormt samen met de Raambrug en de Pothoofdsluis een ensemble dat verwijst naar de waterstaatkundige geschiedenis van het Sluiskwartier. De Pothoofdsluis werd ook wel de sluis van Oschner genoemd.
Na de ontmanteling van de vestingwerken in de 19e eeuw verloor de Pothoofdsluis geleidelijk haar militaire betekenis.

De Pothoofdsluis heden : Hoewel veel oude waterwegen in Deventer in de 19e en 20e eeuw zijn gedempt of overkluisd, zijn elementen van de waterstructuur en de historische sluis/duikerconstructies in het straatbeeld of ondergronds bewaard gebleven. Er gaan stemmen op om de sluis met haar rijke geschiedenis weer zichtbaar te maken.
Nering Bögel
Nering Bögel was een toonaangevende ijzergieterij en machinefabriek die van 1756 tot 1932 in Deventer actief was. Het bedrijf groeide uit tot de grootste gieterij van Nederland, bekend om zijn putdeksels, stoommachines, gietijzeren vuurtorens en talloze producten voor spoorwegen, industrie en openbare ruimte. Na het faillissement in 1932 bleef de naam voortbestaan als handelsfirma, later gevestigd in Weert, waar het huidige Nering Bögel uitgroeide tot marktleider in straatriolering.
Ontstaan en ontwikkeling
Begonnen in 1756 als ijzermolen van Hendrik Lindeman.
In 1825 overgenomen door H. Nederburgh en Johan Laurents Nering Bögel, die het bedrijf moderniseerden.
Vanaf 1849 voortgezet onder de firmanaam J.L. Nering Bögel & Comp.
In 1902 omgezet in een NV; in 1912 grote uitbreiding met nieuwe gieterij en machinefabriek.
Rond 1900 meer dan 1000 werknemers, grote klanten o.a. Nederlandse Spoorwegen.
Technische vernieuwingen
Eerste in Nederland met koepelovens (1831).
Vroege toepassing van stoomkracht (vanaf 1831).
Bouw van een van de eerste Nederlandse oscillerende stoommachines (1853).
Machinefabriek produceerde o.a. locomotieven, stoomketels, motoren, pompen en machines voor suiker- en papierindustrie.
Producten
Algemeen gietwerk: brievenbussen, hekken, lantaarnpalen, grafmonumenten, fonteinen.
Belangrijke leverancier van gietijzeren vuurtorens (Ouddorp, Ameland, Westkapelle, Scheveningen, en meerdere in Nederlands-Indië).
Leverancier van de gietijzeren pilaren in het Concertgebouw Amsterdam.
Experimenteerde met nieuwe producten zoals huismunten, brandspuitpenningen en gietijzeren dakpannen.
Faillissement en voortzetting
Failliet in 1932 door economische crisis en interne problemen.
Voortgezet als handelskantoor door J.A.C. Nering Bögel, eerst in Wassenaar, later in Weert.
Vanaf 1950 eigendom van De Globe; later diverse investeerders.
In 2006 overgenomen door directeur Richard Janssen.
Huidige Nering Bögel is marktleider in straatriolering.
Erfenis
In het Worpplantsoen staat de Nering Bögel Muziekkoepel, als eerbetoon aan de generaties Deventenaren die tussen 1756 en 1932 in de gieterij werkten.


Nering Bögel
