Achter de Muren Vispoort

De straat Achter de Muren Vispoort in Deventer is een van de meest karakteristieke en historische locaties van de stad. Rond het jaar 1915 ademde dit smalle straatje pure nostalgie uit, gekenmerkt door de imposante middeleeuwse vestingwerken. De straat dankt haar naam aan de ligging tussen de 13e-eeuwse binnenmuur en de 14e-eeuwse buitenmuur. Rond 1915 waren grote delen van deze muren nog prominent zichtbaar in het straatbeeld.
De grote blikvanger in de straat is de middeleeuwse Vestingtoren Achter de Muren/Vispoort. Naast de verdedigingswerken stonden er diverse historische panden, zoals een voormalige stadsboerderij en het 18e-eeuwse pand ‘De drie gekroonde suikerbroden’. Rond 1915 was dit een levendige, ietwat volkse buurt. Ook is er een woningvermelding voor Achter de Muren Vispoort 40, waaruit blijkt dat sommige panden in deze straat zeer oud zijn; dat pand wordt bijvoorbeeld genoemd als gebouwd in 1830. Daarnaast staat Achter de Muren Vispoort 28 als monument vermeld zijnde de drie gekroonde suikerbroden: huis met hoogopgaande gepleisterde tuitgevel, in een gebeeldhouwde gevelsteen gedateerd in Deventer uit 1739.

Historische achtergrond

  • Stadsmuur en toren: De 13e-eeuwse waltoren hoorde bij de binnenste stadsmuur van Deventer.
  • De Vispoort: De poort dankt zijn naam aan de nabijheid van de vroegere vismarkt en de rivier.
  • Veranderingen: In de 19e eeuw (rond 1873) zijn delen van de oude vestingwerken en nabije torens veranderd of afgebroken voor nieuwe straataanleg.

 

Rondeel

Kort na de inval van de Vikingen in 882 werd ter bescherming van Deventer als handelsplaats en bisschopszetel een aarden wal rond de nederzetting aangelegd, bestaande uit zand en graszoden. Op die wal, die aanvankelijk 4,5 m hoog was, bevonden zich vermoedelijk houten palissaden en mogelijk zelfs een muur van tufsteen.

Vanaf 1230 werd de aarden wal aan de stadszijde afgegraven en werd in de wal een hoge bakstenen muur geplaatst. Ook de Brink en het Bergkwartier kwamen binnen die ommuring te liggen. Tegen de muur werden op verschillende plaatsen halfronde vestingtorens aangebouwd. Twee van die torens zijn bewaard gebleven, zoals het exemplaar bij Achter de Muren/ Vispoort uit ca. 1230. In deze toren zijn twee soorten gaten te onderscheiden: de grote werpgaten (later dichtgemetseld) van voor de uitvinding van het buskruit en de kleine schietgaten van latere tijd. Buskruit werd in Deventer voor het eerst in 1348 gebruikt.

In de loop van de 14de eeuw werd enkele meters voor de eerste ringmuur een tweede zware muur gebouwd, die iets lager was dan de eerste. Zodoende kon men vanaf de binnenste muur over de buitenste heen schieten. In de buitenste stadsmuur bevonden zich ook rondeeltorens. Op de hoek Smedenstraat/Sijzenbaan werd in 2003 de fundering van zo’n rondeeltoren met een muurdikte van 1,80 m blootgelegd. De toren stak naar buiten uit, zodat de verdedigers de vijand op de aanvalsladders makkelijker konden beschieten. Boven op de muur stond een borstwering met kantelen. De benodigde bakstenen werden geleverd door een viertal stenen- en pannenbakkers, die op de stadsweide hun bedrijf uitoefenden. Binnen- en buitenpoorten In de stadsmuren werden op diverse plaatsen poorten aangebracht. Er was altijd sprake van een binnen- én een buitenpoort. Op een schilderij van H.A. Noordijk is vanaf de stadszijde de Binnen-Vispoort afgebeeld van voor de afbraak in 1838. Door de boog is een stukje van de buitenste muur te zien, waarin zich de Buiten-Vispoort bevond.

Aan de IJsselzijde stonden aan weerszijden van de poort twee dikke ronde torens. Behalve de Vispoort kende Deventer de Bergpoort, de Zandpoort, de Duimpoort, de Noordenbergpoort, de Brinkpoort en nog een reeks kleinere poortjes.

Na voltooiing van de stadsmuren zijn in de 15de en 16de eeuw nog enkele belangrijke verdedigingsbouwwerken aangelegd: de gigantische Noordenbergtoren, het rondeel De Keizer buiten de Brinkpoort en het eerste bastion Graaf van Buren aan de IJssel. Buiten de stad bestond nog een verdedigingssysteem: de zogenaamde landweer. Dat was een lange linie van versperringen bestaande uit greppels en wallen, begroeid met doornstruiken. Bij de doorgangen bevonden zich versterkte wachttorens, zoals het Koerhuis en de Swormertoren. Rond 1500 liet het stadsbestuur langs de IJssel een stenen kademuur bouwen, die in de Tachtigjarige Oorlog fors werd verhoogd. Toen de stadsmuren niet meer bestand bleken tegen grof geschut werd tussen 1597 en 1621 op aandrang van Prins Maurits door diens vestingbouwer Adriaan van Alkmaar een geheel nieuwe verdedigingsgordel aangelegd. De vesting telde zeven nieuwe bolwerken met ravelijnen in de brede gracht ervoor.

Na 1880 werden de vestingwerken afgebroken, omdat ze geen nut meer hadden en er dringend behoefte ontstond aan stadsuitbreiding. Overblijfselen van de oude stadsmuren zijn nu nog aanwezig aan de Welle en de Bokkingshang. Zoals daar nog te zien is bevonden zich aan de binnenzijde van de stadsmuren grote bogen, waaronder ruimte was voor opslag. Die ruimten werden ook als onderkomen verhuurd. Dan werden er kleine huisjes voor gebouwd. De fraaie ornamenten van de Buiten-Bergpoort, in 1619 ontworpen door de Amsterdamse stadsarchitect Hendrick de Keyser, werden door de gemeente Deventer in 1880 om niet geschonken aan het Rijksmuseum in Amsterdam, waar ze zijn aangebracht op een poort in de tuin van het museum. Initiatieven uit de Deventer burgerij om de Deventer Bergpoort terug te plaatsen in Deventer hebben tot op heden niets opgeleverd.

M.b.t. de foto: Achter de Muren Vispoort – Het Rondeel is nu zichtbaar vanaf Onder de Linden, de huizen ter rechterzijde zijn in de zestiger jaren gesloopt om ruimte te maken voor betere doorstroming van het verkeer.

 

 

© Copyright - Historisch Deventer