Rielerweg
De Heilige Johannes Vianneykerk (vaak afgekort tot Vianneykerk) bevindt zich aan de Rielerweg 73 in Deventer. De kerk is een beeldbepalend element in de straat en de omliggende wijk, die van oudsher ook wel het “Roomsche Dorp” werd genoemd.
Bouwjaar: De kerk is een driebeukige basiliek, gebouwd in 1927-1929 op de voormalige kolk van Zandvoort, naar ontwerp van architect M. Roebbers.
Het gebouw is ontworpen als een rooms-katholieke kerk en heeft een karakteristieke uitstraling die passend is bij de vroege 20e-eeuwse bouwstijl in deze buurt.
Sobere expressionistische / traditionalistische stijl in basiliekvorm, maar met een vrij centrale ruimtewerking.
Het schip is even breed als hoog, waardoor de mis goed te volgen was (liturgische vernieuwing jaren ’20). Sinds 1999 is het een rijksmonument. De kerk bleef in gebruik voor de katholieke eredienst tot 2014.

Een perspectief-teekening van de toekomstige Kerk van den H. Pastoor van Ars te Deventer welke door den Zeereerw. heer Pastoor van Rijn zal worden gebouwd en waarvoor gelden worden ingezameld.


1971 – Rielerweg
Elastiekfabriek Fortuin
De N.V. Nederlandsche Elastiekfabriek aan de Rielerweg vormde een belangrijk onderdeel van het industriële erfgoed van de Deventer Voorstad.
Oprichter Joseph Fortuin begon oorspronkelijk met een bretelfabriek in Lochem, maar startte in 1919 de elastiekfabriek aan de Rielerweg op een gunstige locatie nabij het spoor en de opkomende woonwijken voor arbeiders. De fabriek was gespecialiseerd in het weven en gevlochten verwerken van elastisch materiaal. Bekende producten waren bretels, kousenbanden, corsetelastiek, taillebanden en later ook technisch elastiek voor uiteenlopende industriële toepassingen.
De Elastiekfabriek Fortuin was jarenlang een van de bekendste textielbedrijven van Deventer. De fabriek was gevestigd aan de Rielerweg in de wijk Voorstad-Oost, een gebied waar zich vanaf het einde van de 19e eeuw veel industrie ontwikkelde. In dezelfde omgeving waren onder meer de rijwielfabriek Burgers, de koekfabriek Sluis en diverse metaalbedrijven gevestigd.
Decennialang was de onderneming een grote werkgever in Deventer. De fijne verwerking van garens en rubber draden vergde veel handwerk en precisie, waardoor er relatief veel vrouwen uit de omliggende buurten werkzaam waren.
Het karakteristieke pand aan de Rielerweg viel op door de bakstenen gevels en zaagdaken (sheddaken), ontworpen om een gelijkmatige daglichttoetreding op de werkvloer te garanderen.
Ondanks de economische crisis in de interbellumperiode breidde het bedrijf uit. In 1938 vond er nog een aanzienlijke vergroting van het fabriekscomplex plaats om aan de stijgende vraag te voldoen.
Een belangrijk deel van de productie vond jarenlang ook plaats via thuiswerkers, wat destijds gebruikelijk was in de textielindustrie. Rond het einde van de jaren zestig had Fortuin ongeveer 250 werknemers in dienst, naast tientallen thuiswerkers.
Het oorspronkelijke pand uit 1919 kreeg in 1927 een karakteristieke opbouw. In 1938 werd de fabriek verder vergroot via een openbare aanbesteding.
In 1930 nam zoon Lou(is) Fortuin de leiding over, waarna zijn zoon Rob Fortuin hem in 1965 opvolgde.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het Joodse familiebedrijf te maken met de Duitse bezetting. In 1941 werd de fabriek onder Duits bewind geplaatst door een ‘Verwalter’ (bewindvoerder) uit Wenen, die de fabriek voortzette onder de naam Deventer Elastiekfabriek. De familie Fortuin dook in 1942 in Deventer onder en wist de oorlog gelukkig te overleven.
In 1969 vierde Fortuin zijn 50-jarig bestaan. Dat jubileum werd groots gevierd met: een receptie voor leveranciers; een diner voor klanten; een personeelsfeest met optredens van onder anderen Ria Valk, Herman Emmink, Toby Rix en Jerry Riks.
De toenmalige burgemeester Nico Bolkestein sprak tijdens het jubileum de aanwezigen toe.
Vanaf de jaren zeventig kreeg de fabriek steeds meer last van:
• goedkope buitenlandse concurrentie;
• automatisering;
• een afnemende vraag naar reparatie van kleding, waardoor minder elastiek werd verkocht.
In 1971 verdwenen al ongeveer dertig arbeidsplaatsen. Daarna liep het personeelsbestand verder terug. Eind 1975 kocht de gemeente Deventer het fabrieksterrein aan de Rielerweg. De bedoeling was het oude complex te slopen en plaats te maken voor woningbouw, samen met de herontwikkeling van het terrein van de voormalige rijwielfabriek Burgers.
In 1980 verhuisde Fortuin naar een moderne fabriek aan de Hamburgweg 1 op het industrieterrein. Het nieuwe gebouw was veel efficiënter dan het oude, uit vele aanbouwen bestaande fabriekscomplex.
Ondanks de verhuizing bleef de markt verslechteren. Op 1 juli 1990 werd de productie beëindigd. De machines en klantenkring werden verkocht aan het Duitse bedrijf Goldzack Werke. De ongeveer twintig resterende werknemers verloren hun baan. Er was geen faillissement, maar een gecontroleerde bedrijfsbeëindiging.
De industriële functie is verdwenen, maar de historische footprint en herinnering aan de Elastiekfabriek zijn verankerd in de lokale geschiedenis van de Rielerweg en de Voorstad. Het terrein en de omliggende bebouwing zijn in de loop der jaren getransformeerd naar een combinatie van wonen en kleinschalige bedrijvigheid. Van de oude fabriek is niets meer over.
Op de voormalige fabriekslocatie ligt tegenwoordig de straat Fortuinhof, die de herinnering aan de elastiekfabriek levend houdt. Ook in de geschiedenis van Voorstad-Oost wordt Fortuin nog regelmatig genoemd als een van de karakteristieke bedrijven die de wijk mede vormgaven.

foto uit 1941.
